Nieuws
Peter van der Ploeg: Hoe de pandemie van 1918 de wereld veranderde

De pandemie van 1918. Dat is het onderwerp waarover Peter van der Ploeg vandaag bericht. In het dagelijks leven is Peter van der Ploeg directeur van Huygens’ Hofwijck. Maar hij is ook een verwoed lezer en kundig schrijver. Vandaag belicht hij voor de bezoekers van Vlietnieuws een actueel onderwerp: de Spaanse griep.  

Zelfhulpboeken zijn aan mij niet besteed, maar toen ik in de boekhandel enkele weken geleden dit handzame boek over de Spaanse griep zag liggen, hoefde ik niet lang na te denken. Nu ons leven al bijna acht maanden wordt beheerst door het coronavirus en wetenschappers en artsen er steeds meer over te weten komen – maar onderzoeksresultaten tegelijk veel nieuwe vragen oproepen – had ik wel behoefte aan wat historische context. Want dit is de mensheid natuurlijk eerder overkomen. En ofschoon er wordt geroepen dat het hier gaat om een humanitaire ramp van ongekende omvang, vielen ook bij sommige eerdere pandemieën onvoorstelbare aantallen slachtoffers. Het meest beruchte voorbeeld daarvan is de Spaanse griep, die in drie golven van 1918 tot 1920 over de wereld raasde.

Laura Spinney kiest in ‘De Spaanse griep. Hoe de pandemie van 1918 de wereld veranderde’ voor een brede aanpak. Het is daardoor veel meer dan een boek over alleen de pandemie. Ze besteedt ook aandacht aan het wetenschappelijk onderzoek naar griep voor, tijdens en na de uitbraak, ze geeft een overzicht van epidemieën vanaf de Oudheid tot aan de SARS van 2003 én ze kijkt vooruit naar onze kansen om toekomstige pandemieën te overleven. Van dat laatste wordt je niet vrolijk, de techniek schrijdt voort maar het virus dat griep veroorzaakt is slim, muteert voortdurend en is ons nog steeds een klein stapje voor. Vandaar ook dat de samenstelling van de reguliere jaarlijkse griepprik ieder jaar aangepast moet worden, om maar iets te noemen. Aanhaken en volhouden, lijkt het devies voor de medische wereld. Spinney stelt aan het eind van haar betoog de vraag of wij op korte termijn een nieuwe pandemie kunnen verwachten, en beantwoordt die vraag met een beargumenteerd ‘ja, heel waarschijnlijk wel’. Voor een boek dat verscheen in 2017 is dat, met de kennis van vandaag, knap.

Voor de gemiddelde lezer in 2020 leest het boek als een feest der herkenning – mijn excuus voor de woordkeuze. De afgelopen maanden zijn wij geconfronteerd met tal van zaken die ook in 1918 aan de orde waren. Zo begon toen de ziekte, net als nu, aarzelend met hier en daar wat besmettingen, maar zette ze door naar aanleiding van het bijeenkomen én reizen van grote groepen mensen. Waar dat in Europa eerder dit jaar het geval was met de wintersport, familiebezoek rondom Kerst, carnaval en andere sociale contacten, daar was in 1918 de Eerste Wereldoorlog een beslissende factor. De honderdduizenden manschappen in de Noord-Franse loopgraven en kazernes zaten jarenlang dicht op elkaar, onder slechte omstandigheden en met niet al te vitaminerijk voedsel. En er waren die zomer van 1918 onder hen al wat uitbraken. Toen al die vrij ongezonde en dus kwetsbare Fransen, Duitsers, Engelsen, Italianen, Amerikanen, Canadezen, Australiërs en anderen na het sluiten van de vrede in november 1918 terugkeerden naar huis volgde wereldwijd een explosie aan besmettingen, een tweede golf die veel dodelijker bleek dan de eerste. Hoe mensen elkaar kunnen besmetten was in 1918 nog een vraag, wat natuurlijk z’n weerslag had op eventuele preventieve maatregelen en de behandeling. Haar beschrijvingen van de ziekenzalen vol wegterende, letterlijk wegrottende lichamen zijn schrijnend, de koortsachtige jacht door wetenschappers op een vaccin indrukwekkend.

De medische wetenschap van vandaag beschermt ons veel beter dan die van 1918, dat mag duidelijk zijn. Maar toch zou de natuur ons nog voor akelige verrassingen kunnen plaatsen. Het is daarom essentieel dat, voor zover dat mogelijk is, de eerdere covid-stammen worden onderzocht en hun werking in kaart gebracht. Met het virus van de Spaanse griep, H1N1, voorop. Daartoe is omstreeks 1995 door met name Amerikaanse virologen een groot internationaal onderzoeksproject gestart. Bepalend voor de doorbraak in dat onderzoek was het opgraven van de stoffelijke overschotten van slachtoffers van de griep die in 1918 in het noorden van Alaska werden begraven. Hun overblijfselen bleken door de kou vrij goed te zijn bewaard, zodat het virus kon worden afgescheiden. In 2005 werd met dat materiaal het virus weer tot leven gewekt, ten behoeve van onderzoek. Dat project leverde nieuwe inzichten op met betrekking tot de werking van het virus en – uitermate belangrijk – hoe het zich verspreidde van dier op mens. Het virus wordt bewaard in een streng beveiligde kluis in Atlanta, Georgia. Potentieel, in de handen van kwaadwilligen, zou het een gedroomd wapen zijn waarmee je opnieuw miljoenen slachtoffers kan maken.

Spinney is een wetenschapsjournalist. Ze beheerst de materie tot in de details en weet die helder en meeslepend te brengen. De combinatie van haar helicopterview met een voorliefde voor het kleine menselijke verhaal maken dit, ondanks het onderwerp, een heerlijk boek om te lezen.

Laura Spinney, De Spaanse griep. Hoe de pandemie van 1918 de wereld veranderde / Vertaald uit het Engels door Auke Leistra /  416 blz / De Arbeiderspers