Nieuws
Peter van der Ploeg leest: Peddelend door het paradijs

Peter van der Ploeg, de altijd bezige directeur van Huygens’ Hofwijck, is een beetje aan vakantie toe. Alleen mag dat niet. Vandaar dat hij de bezoekers van Vlietnieuws deze keer lezend mee op eis neemt: Peddelend door het paradijs. 

Vorige week mocht een vliegtuig vol landgenoten op vakantie. Het was een testreis, waarbij ze ruim een week doorbrachten in een resort op Rhodos. De anderhalve meter, het mondkapje, de onprettige tests, de hele corona-mikmak ging mee op die vakantie. Het resort verlaten was streng verboden, dus lekker met je blote voeten door het goudgele zandstrand ploeteren was er niet bij. En ook het lauwwarme water van de Egeïsche  zee bleef een droom, er was slechts het zwembad bij het hotel. Maar de deelnemers oogden bij het NOS Journaal zielsgelukkig. Alles is veel, voor wie niet veel verwacht.

De beste reizen zijn tot nader order vooral te maken in gezelschap van een doorgewinterde reisschrijver. Paul Theroux is zo iemand. Lang voordat de BBC en Michael Palin bedachten dat rond de wereld reizen en daar verslag van doen mooie televisie zou opleveren, bracht Theroux dat concept al in de praktijk. Hij reisde echter niet in gezelschap van een productieteam en cameraploeg, maar ging in zijn eentje op stap en schreef er boeken over. De reis die hij omstreeks 1990 maakte langs de eilanden in de Stille Oceaan en die hij beschreef in ‘The Happy Isles of Oceania’, vertaald als ‘De gelukkige eilanden’, is voor mij een van zijn mooiste. Niet alleen vanwege het idyllische karakter van het gebied, maar ook omdat Theroux ervoor koos een groot deel van zijn tocht per opvouwbare kano af te leggen. Grote afstanden overbrugde hij per boot of vliegtuig, met de kano in een rugzak, maar zodra hij rondreisde binnen een eilandengroep en de oversteek tussen eilanden niet langer was dan zo’n twintig kilometer, waagde hij het in zijn kano. Na eerst lokale vissers te hebben uitgehoord over gevaarlijke stromingen en de aanwezigheid van haaien.

Theroux begint in Nieuw Zeeland en Australië, waar hij moet opdraven voor een boekpromotie. Daarna reist hij naar Melanesië en doet vervolgens de meeste eilanden van dat gebied en van Polynesië aan: de Trobiand Islands, de Salomons, Fiji, Tonga, Samoa, Tahiti, de Marquises, de Cook Islands, Paaseiland en Hawaii. Mijn beeld van de Stille Oceaan, of Stille Zuidzee zoals ze vroeger zo mooi werd genoemd, is dat van een ongerepte natuur: blauwe zee, kleine eilanden, witte stranden, palmbomen. Dat beeld is deels nog correct. Maar omdat Theroux zijn eigen route uitstippelt, komt hij ook op eilanden waar de touroperators hun gasten niet naar toe brengen. Dat zijn de plekken waar werkloosheid, armoede, verwaarlozing, milieuvervuiling en criminaliteit het leven bepalen.

Theroux is in het fragiele bootje kwetsbaar. Ook is hij geheel op zichzelf aangewezen. Dat realiseer je je wanneer hij over de soms woelige zee een stuk van de kust verkent, of laverend tussen stromingen en afgaand op zijn kompas van eiland naar eiland peddelt. Hij heeft weinig bagage bij zich, alleen dat wat in de kano past: een tentje en slaapzak, wat kleding en klein gereedschap, voedsel voor een paar dagen en water. Zijn enige contact met de buitenwereld is een kleine transistorradio, waarop hij hoort hoe in de echte wereld de Golfoorlog begint. Mobiele telefoons waren in die dagen nog een zeldzaamheid. Zijn proviand vult hij aan bij de lokale bevolking of in kleine winkeltjes, vis eet hij uit de zee. In de kano ligt altijd een reservepeddel klaar om er haaien mee op hun kop te slaan. Dat is de beste verdediging wanneer je niet beschikt over een geweer.

Zoals op veel van zijn reizen legt Theroux gemakkelijk contact en probeert hij door gesprekken het leven ter plekke te doorgronden. Een van de mooiste passages in het boek is die waarin hij, bij hoge uitzondering gebruikmakend van zijn status van beroemd schrijver, de koning van Tonga een interview afneemt. Een ongewoon vraaggesprek, blijkt al gauw. Maar tegelijkertijd zoekt hij ook, bewust, de eenzaamheid. Vlak voor de reis is zijn huwelijk gestrand. De afzondering ervaart hij in die omstandigheden als weldadig.

Voor mij is dit het ultieme reisboek. Waarschijnlijk zal ik dit gebied nooit bezoeken, dus het boek ís de reis. Een beetje zoals in de negentiende eeuw, toen de meeste mensen geen verre reizen maakten en daarom het reisverslag zo populair was. Theroux weet het gebied beeldend te beschrijven. Of het nu de maatschappelijke ontwikkelingen op Samoa zijn, de sprookjesachtige natuur op de Marquises of de intrigerende cultuur op Paaseiland, hij beleeft het en als lezer ben je erbij. De reis eindigt op Hawaï, waar de paradijselijke wereld van Oceanië en de moderne westerse samenleving met elkaar zijn versmolten.

Vorige week werd Theroux tachtig jaar. Hij mijmerde daarover in een prachtig stuk in The New Yorker. Hij schreef dat zittend op het strand voor zijn huis, met zijn voeten in het lauwwarme, kabbelende water van de Stille Zuidzee. Op O’ahu, een van de kleinere eilanden in de Hawaï archipel. Toen hij daar dertig jaar geleden zijn kanotocht beëindigde, is hij er namelijk nooit meer vertrokken.

Paul Theroux / The Happy Isles of Oceania. Paddling the Pacific / Vertaald als ‘De gelukkige eilanden’ / 733 blz / Penguin Books, 1992