Nieuws
Peter van der Ploeg leest: Vier laatste dagen van de oorlog

Peter van der Ploeg, de directeur van Huygens’ Hofwijck is bovenal historicus. Vandaar dat hij vandaag in zijn boekenblog ingaat op de vier laatste dagen van de oorlog.

Vorig jaar zouden wij vieren dat het 75 jaar geleden was dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Veel uitgevers van naam hadden daarvoor een of meer titels voorbereidt. Begin 2020 was het dan ook raak, je kon de boekhandel niet binnenstappen of er was alwéér een nieuwe uitgave. Maar door de coronacrisis verdampte veel van de media-aandacht voor deze boeken. Het is te hopen dat de wezenlijk waardevolle uitgaven, de boeken die genoeg bieden om langer dan een half jaartje interessant te zijn het wél zullen redden. Een boek waarvoor dat zeker opgaat is Zwanenzang 1945 van de Duitse auteur Walter Kempowski. De eindstrijd van de oorlog is al zo vaak beschreven dat je je afvraagt wat een nieuwe titel als deze daar nog aan kan toevoegen. Ook ik twijfelde in de winkel. Maar Kempowski hanteert een geheel eigen methode en doet dat met zoveel flair dat je binnen enkele tientallen bladzijden het boek wordt ingezogen.

Voor Walter Kempowski (1929-2007) was de oorlog nooit ver weg. Geboren in Rostock, overlevende van het bombardement  van 24 juli 1943 op Hamburg werd hij in 1945 gedwongen dienst te nemen bij de Wehrmacht. Hij was toen vijftien jaar. In 1948 werd hij door de staatsveiligheidsdienst gearresteerd op beschuldiging van spionage voor de Amerikanen. Hij verdween voor acht jaar achter de tralies. Na zijn vrijlating in 1956 verbande de DDR hem naar het westen, waar hij leraar werd op een basisschool in de omgeving van Hamburg. Hier ook begon hij aan het schrijven van een indrukwekkend oeuvre van romans, verhalen en hoorspelen waarin de oorlog een rol speelt.

Omstreeks 1980 startte hij een project dat tot welhaast monsterlijke proporties zou uitgroeien. Het begon met het plaatsen van een advertentie in kranten, waarin hij de lezers vroeg om hun egodocumenten uit de oorlog. Documenten van doorsneeburgers, brieven en dagboeken waarin te lezen was hoe zij de oorlog beleefden. De oproep was een groot succes, Kempowski werd overspoeld met materiaal, een stroom die niet meer zou ophouden. Gaandeweg rijpte het plan om iets mee te doen met dit enorme archief, het te verwerken in een publicatie. Dat werd de reeks ‘Echolot. Ein kollektives Tagebuch’. In 1993 verschenen de eerste vier delen, met egodocumenten uit januari en februari 1943, de maanden waarin het tij zich keerde tegen de Duitsers. Sindsdien volgden delen over juni 1941 – de Duitse inval in Rusland – en januari en februari 1945, met daarin onder andere de bevrijding van Auschwitz en de ontdekking van de gruweldaden. Dus steeds de kantelmomenten in de oorlog.

Het laatst verschenen deel, ‘Abgesang 1945’, is als eerste in de reeks sinds vorig jaar in een Nederlandse vertaling verkrijgbaar: ‘Zwanenzang 1945’. Kempowski koos vier dagen uit die chaotische eindstrijd: 20, 25 en 30 april, en 9 mei. Het zijn de dagen waarop de Russen en geallieerden elkaar ontmoeten aan de oevers van de Elbe; waarop de bevolking langzaam doorkrijgt welke gruwelen  in de concentratiekampen plaatsvonden; waarop Hitler in de bunker onder zijn kanselarij zijn verjaardag viert terwijl enkele tientallen meters daarboven de Russen korte metten maken met de laatste restjes van het wanhopige Duitse leger; waarop in San Francisco de Verenigde Naties wordt opgericht, de instantie die moet voorkomen dat er opnieuw oorlogen ontstaan; en het is de periode waarin grote aantallen soldaten én burgers op de vlucht zijn, vooral voor de Russen.

De honderden stemmen die Kempowski laat klinken, doordringen je nog eens van het allesomvattende van die gebeurtenissen. Je leest generaals als Keitel en Jodl over de oorlogshandelingen, maar ook de brieven van soldaten die in de eerste week van mei proberen het vege lijf te redden door van de aanstormde Russische troepen weg te rennen. Je hoort wanhopige burgers overwegen zelfmoord te plegen om de schande van de nederlaag of verkrachting door Russische soldaten te ontlopen, én burgers die met vindingrijkheid en lef diezelfde Russen de deur weten te wijzen. Albert Speer beschrijft hoe Herman Göring het bij een van de laatste besprekingen in de Führerbunker uitzweet alvorens een wat smadelijke vlucht in te zetten, terwijl naaste medewerkers van Hitler en Goebbels zich verbazen over de volharding waarmee hun chefs zich tot de laatste dag vastbijten in de eindoverwinning. Bezoekers in de laatste weken zien een haast onherkenbare Führer, een oude man die gebogen en bevend door de bunker schuifelt.

De teksten waren nooit bedoeld voor publicatie, dus je krijgt ieders beleving ongefilterd door. En niet alleen van Duitsers, maar ook van Russen, Oekraïners, Engelsen, Amerikanen en ga zo maar door. Indrukwekkend. Ook verslavend. Gelukkig is het een dikke pil. Een degelijke bronvermelding van eerder gepubliceerde teksten toont hoe grondig Kempowski te werk is gegaan, een persoonsregister maakt het gemakkelijk om te zien wie wie is. En dan te bedenken dat er een halve meter aan eerder verschenen delen bestaat. Of die ooit in het Nederlands worden vertaald? Misschien toch maar eens een deeltje in het Duits proberen …

Walter Kempowski / Zwanenzang 1945. Een collectief dagboek – van Hitlers laatste verjaardag tot de bevrijding / Vertaald uit het Duits door Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst / 528 blz / Thomas Rap