Nieuws
Peter van der Ploeg leest: Op speurtocht in Jakarta

Vandaag een nieuwe boekenblog van Peter van der Ploeg. De belezen directeur van Huygens’  Hofwijck duikt deze keer in het werk van Philip Dröge: Op speurtocht in Jakarta.

Philip Dröge prijkt dit jaar met zijn boek ‘Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis’ op de longlist van de Libris Geschiedenis Prijs. Dat is niet voor het eerst. Zowel zijn keuze van onderwerpen als zijn soms onverwachte benadering bezorgden hem al eerder die plek. In Moederstad gaat hij op zoek naar zijn Indische ouders en voorouders, waarvan de eerste al in de begintijd van de VOC, dus vroeg in de zeventiende eeuw, voet op Indische bodem zette. Zo ontstaat er, parallel aan het verhaal van hun levens, een kleurrijk beeld van drie eeuwen koloniale geschiedenis.

Beginnend met David de Solemne, die na een reis van maanden voet zette op Indische bodem, laat Dröge de meest smeuïge van zijn voorvaderen uitvoerig de revue passeren. Hij doet zijn best dat te doen op basis van zoveel mogelijk gegevens, waarvoor hij zowel in Nederland als in Indonesië weken in archieven doorbrengt. Die gegevens blazen zijn verhaal leven in. Niets is immers zo interessant als een inzicht gebaseerd op nieuwe feiten, beschrijvingen of weetjes die honderden jaren verborgen lagen in gesloten archiefmappen. Zo had een van zijn voorvaderen het lumineuze idee om in Batavia een drankenhandel op te zetten. Afzet verzekerd, het onbarmhartige klimaat in Batavia en het ver van huis zijn leidde immers maar al te vaak tot een vlucht in de alcohol. Ook komen we veel te weten over corruptie, het smeermiddel waarmee je in Nederlands-Indië zaken voor elkaar kreeg. Menig hoge bestuursambtenaar heeft in de achttiende of negentiende eeuw zo zijn pensioen inclusief buitenhuisje op de Veluwe bij elkaar geklust. Heeft Indonesië niet nog steeds die reputatie? Dat hebben wij als Nederland dan toch maar mooi in stand helpen houden.

Maar er waren ook eerlijke, oprechte mannen in Dröge’s Indische familie. Mannen die in de negentiende eeuw een humane wetgeving hielpen introduceren, waarvan – in theorie – ook inlanders profijt hadden. Die wetgevingsprojecten waren uit oogpunt van mensenrechten hun tijd zelfs ver vooruit. De vrouwen komen in de archiefstukken niet heel prominent naar voren. Dat hangt waarschijnlijk samen met hun ondergeschikte maatschappelijke rol, waardoor ze in officiële documenten lange tijd op z’n hoogst zijdelings in beeld zijn. Pas vanaf de negentiende eeuw krijgen ze meer reliëf.

Wat Moederstad een meerwaarde geeft is dat Dröge niet alleen het resultaat van zijn naspeuringen presenteert, maar ook de zoektocht zelf in beeld brengt. Hij dwaalt rond in het Jakarta van nu, op zoek naar familieplekken. Hij beheerst de taal, praat met mensen, schuift aan in een café of toko. Daarmee komt de stad tot leven. Jakarte is een miljoenenstad in de tropen, met alles wat daar bij hoort aan positieve én negatieve aspecten. Maar Dröge’s mix van het nu en de historie verzacht de scherpe randjes, maakt de geschiedenis tot aan gisteren tastbaar en geeft het boek iets van een reisgids. Een historische, maatschappelijke, culturele én heel persoonlijke.

En die prachtige doerian op de omslag van het boek? Een grote, zware vrucht, vooral voorkomend op de Molukken. Bij opening wil hij nog wel eens een onaangename geur afgeven, vandaar zijn bijnaam ‘stinkvrucht’. Maar bij de juiste bereiding smaakt hij heerlijk. Voor Dröge verbeeldt die vrucht alles wat voor hem Jakarta is.

Philip Dröge / Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis  / 448 blz / Spectrum, 2021