Nieuws
Peter van der Ploeg leest: De moeder van Pippi

Peter van der Ploeg is met recht een belezen mens. Dan weer wetenschappelijk, dan populair, de directeur van Huygens’ Hofwijck is op literair vlak een alleslezer. Vandaag handelt zijn boekenblog op Vlietnieuws over de moeder van Pippi.

In het donkerst van de Tweede Wereldoorlog werd een van de leukste meisjes ooit geboren: Pippi Langkous. Haar geestelijke moeder, Astrid Lindgren, bedacht haar in 1941. Het neutrale Zweden leed in die dagen niet direct onder de gruwelen van de oorlog, maar de binnen sijpelende internationale nieuwsberichten leidden in Stockholm toch wel tot een mineurstemming en een gevoel van machteloosheid. Astrid zelf werd dagelijks heel direct met de gevolgen van de oorlog geconfronteerd in haar functie van ‘onderzoeker’ bij de inlichtingendienst. Ze was gestationeerd op de afdeling briefcensuur van het hoofdpostkantoor in Stockholm, waar ze dag na dag verdachte brieven opende en controleerde op eventuele staatsgevaarlijke inhoud. Maar ook haar kinderen, de vijftienjarige Lars en vooral de zevenjarige Karin, kregen voldoende mee van de oorlog om behoorlijk van slag te raken. Hun moeder maakte de meeste avonden dan ook extra werk van het verhaaltje voor het slapen gaan. De avonturen van Pippi Langkous bedacht ze ter plekke, het was pure improvisatie. Gaandeweg realiseerde Astrid zich dat ze die vertelsels eigenlijk zou moeten opschrijven. Haar kinderen genoten er van, waarom het dan niet aanbieden aan andere kinderen? In de loop van 1944 maakte ze daar serieus werk van, het handgeschreven boekje gaf ze haar dochter op haar tiende verjaardag. Dit manuscript, bekend als de Oer-Pippi, voorzag ze van een titelblad met daarop een ruwe tekening van Pippi, het iconische beeld dat we kennen. Het manuscript is bewaard gebleven, het is een van de schatten in de Lindgren-collectie van de Zweedse Nationale Bibliotheek.

Het karakter van Pippi is in alles de tegenpool van het kwaad en het brute geweld dat de oorlog met zich meebracht. Wat zij uitstraalt is goedheid, gulheid en een vrolijk humeur. Ze heeft lak aan autoriteiten en andere personen in uniform, en wanneer dergelijke figuren dreigend naar haar toe komen herkent ze dat niet als een aanval maar denkt ze dat die types met haar willen spelen of een vriendelijk partijtje willen worstelen. Ze is in alles kind, onschuld is haar levenshouding. Ze zal dan ook nooit een soldatenhelm op haar hoofd zetten, al was het alleen maar om de praktische reden dat haar horizontaal uitstaande vlechten dat verhinderen. Volwassen lezers van haar avonturen vinden haar aandoenlijk, kinderen dromen ervan te zijn als Pippi.

Lindgren vervaardigde een kopie van het manuscript van de Oer-Pippi dat ze naar uitgevers stuurde. Een kleine uitgeverij hapte toe en maakte Pippi op een slimme manier tot een succes: het boek werd bewerkt tot een toneelstuk dat in theaters door heel Zweden werd gespeeld; er kwam een hoorspel op de nationale radio – direct na de oorlog  luisterde een groot deel van de bevolking ’s avonds naar de radio; en er kwam echte Pippi merchandising. Pippi raakte al snel beroemd in Zweden en ver daarbuiten, wat van Astrid een rijke vrouw maakte. Die populariteit is sindsdien niet minder geworden, integendeel. Nog steeds blijkt het af en toe nodig om meisjes op het hart te drukken hun paard of pony géén pindakaas te voeren. En je bent ook geen echt Zweeds meisje wanneer je niet minstens éénmaal hebt meegedaan aan een Pippi ‘lookalike’ wedstrijd.

Maar Astrid Lindgren is veel meer dan alleen Pippi Langkous. Er zouden personages volgen die minstens zo beroemd werden, zoals ‘Ronja de roversdochter’ en ‘De gebroeders Leeuwenhart’. Lindgren had als jong meisje niet kunnen dromen van zo’n loopbaan als schrijfster. Ze werd in 1907 geboren op een boerderij in het plaatsje Vimmerby in het zuiden van Zweden. Ze koos voor een opleiding in de journalistiek en ging op achttienjarige leeftijd stage lopen bij de lokale krant. Daar raakte ze al snel zwanger van de veel oudere hoofdredacteur. Die was bereid met haar te trouwen, maar Lindgren koos ervoor alleenstaande moeder te blijven. Enkele jaren later nam ze een baan aan als secretaresse bij de Zweedse ANWB en trouwde in 1931 met haar chef, Sture Lindgren, wiens achternaam ze voortaan zou dragen. Met hem kreeg ze een dochter. Ondanks haar succes als auteur werkte ze een groot deel van haar leven als redacteur op de uitgeverij die haar werk uitgaf.

De biografie van Lindgren die Jens Andersen enkele jaren geleden publiceerde is van een prettig soort degelijkheid. Hij had toegang tot haar privéarchief, inclusief het befaamde dagboek dat Lindgren bijhield tijdens de Tweede Wereldoorlog, en sprak met heel veel mensen die haar gekend hebben. Lindgren komt daaruit naar voren als een bescheiden vrouw die ondanks haar rijkdom – zeker op latere leeftijd brachten haar boeken een vermogen op – helemaal zichzelf bleef, Ze woonde in een vierkamerflat in het centrum van Stockholm, was heel gemakkelijk te bewegen goede doelen te steunen en stak veel tijd in het begeleiden van jonge schrijvers en het redigeren van hun manuscripten. Spannend was haar leven niet, dit in schril contrast met veel van de verhalen die ze schreef.

Het is dan wel aardig om te zien dat Lindgren in de laatste decennia van haar lange leven ineens een andere vrouw leek te worden. Het schrijven stond niet meer op de voorgrond, haar maatschappelijke betrokkenheid nam die plaats in. Gebruikmakend van haar status als de meest beroemde vrouw in Zweden mengde ze zich steeds vaker in debatten over zaken als kernenergie en dierenwelzijn. Ze schrok er ook niet voor terug haar mening recht voor z’n raap te ventileren in de media en deed dat vaak op slimme wijze – ministers en andere politici klemzetten leek haar hobby te worden. Ik had het gevoel af en toe de rebelse Pippi weer te zien opduiken.

Zodra Lindgren het zich kon veroorloven, trakteerde ze zichzelf op een buitenhuis. In haar geval was dat op het eiland Furusund, gelegen in de Scherenkust, de archipel van kleine eilandjes voor de kust bij Stockholm. Op 23 juni 2001 overkwam haar daar bijna een ernstig ongeluk. De veerboot naar Stockholm moest zich vlak langs haar eilandje door een nauwe vaargeul manoeuvreren, en die dag ging daarbij iets mis. Het schip raakte uit koers, ramde in volle vaart een steiger en kwam pas tot stilstand met de voorsteven tegen het balkon van Lindgrens huis, waar de hoogbejaarde schrijfster – ze was 93 – van het zonnetje zat te genieten. Dat is toch een verhaal met een hoog Pippigehalte…

Jens Andersen / Deze dag, een leven. De biografie van Astrid Lindgren / Uit het Deens vertaald door Lammy Post-Oostenbrink en Kor de Vries / 465 blz / Uitgeverij Ploegsma, 2016