Nieuws
Provincie: bouwplan Vlietland past niet

Het plan voor de bouw van 222 grondgebonden recreatiewoningen in natuur- en recreatiegebied Vlietland houdt ‘onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen’. Het ontwerp-bestemmingsplan dat de bouw mogelijk zou maken moet dan ook aangepast worden.

Dat heeft de provincie Zuid-Holland B&W van Leidschendam-Voorburg op 5 juli 2022 laten weten. De provincie zond destijds een zogenoemde zienswijze op het ontwerp-bestemmingsplan van de gemeente. De zienswijze van de provincie is daar nog steeds in behandeling bij de gemeente.

Het gebied is eigendom van de provincie. De provincie heeft de betrokken grond ook in erfpacht uitgegeven. Men wijst er echter op dat zulks gebeurde in een ‘private’ rol. Dat heeft niets te maken met de publiekrechtelijk rol van de provincie: de toetsing van een bestemmingsplan. Daarnaast stelt de provincie dat er sprake is van een nieuw plan. Oorspronkelijk zouden er 120 gestapelde en 102 grondgebonden recreatiewoningen komen.

De provincie wil zekerheid dat de nu geplande woningen passen binnen de marktbehoefte en marktvraag naar aanleiding van actuele inzichten. Aangezien het om recreatiewoningen gaat moeten permanente bewoning of functiewijziging uitgesloten worden.

Het plangebied ligt in beschermingscategorie Groene buffer. Ontwikkelingen in het buitengebied zijn toegestaan indien de ruimtelijke kwaliteit verbetert dan wel gelijk blijft, aldus de provincie. De huidige situatie ter plaatse (ligweides, bosgebied, doorlopende wandel- en fietspaden, parkeerplaats, toegangsweg) is het uitgangspunt.

‘Met de komst van de recreatiewoningen zal een groot gedeelte van het gebied niet meer openbaar toegankelijk zijn. Dit is een flinke inbreuk op het huidige gebruik en de huidige beleving van recreatiegebied Vlietland. De verandering van het plan naar meer grondgebonden woningen en daarmee samenhangend een groter ruimtebeslag is wel anders’, zo staat in de zienswijze.

Er treedt een ‘wijziging op structuurniveau’ op. ‘Die wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijkt blijft door zorgvuldige inbedding in de omgeving rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Een richtpunt is dat verblijfsrecreatie qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed in hun omgeving moeten passen. Een richtpunt is ook dat obstakels en omwegen voor fiets- en wandelroutes voorkomen dienen te worden.

De gemeente dient volgens de provincie duidelijk te maken dat de ontwikkelingen geen beperking opleveren voor de openbare toegankelijkheid van het gebied en er dient rekening gehouden te worden met het huidige gebruik van het gebied. Daarnaast moet de ontwikkeling gericht zijn op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en moet de ontwikkeling passen bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied.

‘Of het plan aan de richtpunten voldoet is nu niet inzichtelijk gemaakt in het bestemmingsplan’, zo stelt de provincie. ‘Wij verzoeken daarom om een uitgebreide toelichting dat de voorgenomen inrichting beschrijft en hoe er rekening is gehouden met de groene kwaliteiten, hoe de continuïteit van de recreatieve routes om en door het gebied zijn gewaarborgd en of er passende overgangen met de omgeving wordt voorzien. Onduidelijk is hoe de gebiedsovergang tussen openbaar recreatiegebied en het recreatiepark zal verlopen’.

De provincie stelt verder dat het plangebied na de invoering van de Omgevingswet in een brand- en/of explosieaandachtsgebied en mogelijk gifwolkaandachtsgebied ligt. Daar moet in het bestemmingsplan al rekening mee gehouden worden.

Inzake extra verkeersstromen door de recreatiewoningen stelt de provincie dat er een onderzoek gedaan moet worden naar de vraag of de rotonde N206 – Hofvlietweg – A4 dit aankan. Nu al dan dit verkeersplein de auto’s niet goed verwerken. Ook moet er nader onderzoek worden gedaan naar aantallen auto’s in relatie tot in- en uitchecktijden van de woningen. ‘Onduidelijk is wat de gevolgen van de ontwikkeling zijn voor de parkeersituatie in het gebied. We vragen om de parkeersituatie binnen het gehele recreatiegebied integraal inzichtelijk te maken’, vervolgt de provincie.

Volgende punt is de stikstofneerslag voor de bebouwing in natuurgebieden. Daartoe dienen nieuwe berekeningen plaats te vinden nu het landelijke rekenmodel Aerius is aangepast. Die aanpassing kan volgens de provincie leiden tot hogere stikstofneerslag dan tot nu toe berekend.

De provincie verwijst verder naar het Omgevingsbeleid van de provincie en dan met name op het deel ‘Optimaal benutten en beheren van de bodem en ondergrond’ dat ten doel heeft het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de kwaliteit van het bodem- en grondwatersysteem.

In het ontwerp-bestemmingsplan is niet aangegeven in hoeverre de kwaliteiten van bodem en ondergrond mede bepalend zijn voor de (on)mogelijkheden voor realisatie van de 222 recreatiewoningen, stelt de provincie. Wel wordt ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden, maar niet op de (eventuele) aardkundige en landschappelijke waarden in het plangebied. ‘Op basis van voorgaande constateren wij dat het ontwerp-bestemmingsplan geringe invulling geeft aan duurzaam beschermen, benutten en beheren van kwaliteiten bodem en ondergrond’.

Tenslotte wijst de provincie op ‘Risico’s van klimaatverandering’, opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het ontwerp-bestemmingsplan geeft geen inzicht in de mate waarin mogelijke risico’s van klimaatverandering kunnen worden voorkomen en/of beperkt, dan wel aanvaardbaar worden geacht, bij realisatie van beoogde recreatiepark.

Socials

vlietnieuwsfacebookOp Facebook

vlietnieuwtwitter Op Twitter

Social Media Auto Publish Powered By : XYZScripts.com