B&W ‘verwachten’ nog voor eind van dit jaar 320 statushouders (asielzoekers die mogen blijven) van een woning te voorzien. Dat blijkt uit een brief aan de Commissaris der Koning, Wouter Kolff. De provincie verplichtte de gemeente eind vorig jaar met een plan voor de huisvesting te komen vanwege de langdurige en oplopende achterstand bij de huisvesting van statushouders. Zo niet dan ging de provincie de huisvesting zelf regelen, op kosten van de gemeente.
Op 1 januari moest de gemeente nog 195 statushouders aan een woning helpen. Voor de eerste helft van dit jaar kwamen er 65 bij. Voor de tweede helft van 2026 rekent de gemeente erop nog eens 60 statushouders te moeten huisvesten. Of dat getal correct is moet nog blijken als het rijk het definitieve cijfer bekend maakt.
Medio 2025 kondigde de gemeente aan 193 statushouders tijdelijk aan een woning te willen helpen aan de Van Ruysdaellaan 41-69 Leidschendam. Dat leegstaande kantoor zal ‘naar verwachting’ eind van dit jaar gereed zijn voor bewoning.
Daarnaast hebben B&W in Leidschendam een kavel gemeentegrond aangewezen voor de bouw van 90 flexwoningen (Valkhof en De Haar, beiden Leidschendam). Het ‘streven’ is de woningen ‘zo spoedig mogelijk’ te plaatsen.
Met de woningcorporaties is afgesproken dat zij dit jaar 50 woningen beschikbaar stellen voor de statushouders. Gerekend wordt op twee statushouders per woning.
Verder zullen er ‘deelwoningen’ beschikbaar worden gesteld, goed voor onderdak aan 17 statushouders.
‘Conclusie: met de inzet van de maatregelen benoemd gaat de gemeente Leidschendam-Voorburg er van uit per 31 december 2026 de 320 benodigde plekken te hebben gerealiseerd waarmee aan de volledige taakstelling plus achterstand is voldaan. Daarnaast blijven wij ons inzetten om de afspraken voor nieuwbouw, zoals vermeld in de Regionale Realisatie-agenda, zo spoedig mogelijk te realiseren. Wij willen benadrukken dat een belangrijke voorwaarde voor deze realisatie het behoud van de voorrangsregeling voor de huisvesting van vergunninghouders is’, zo schrijven B&W aan Wouter Kolff.




