Begin februari kondigde de BurgerKrachtCentrale (BKC) een nieuwe koers aan. Minder nadruk op burgerparticipatie als toetssteen voor gemeentelijk beleid, meer focus op dialoog, initiatieven en een ‘energieke en vitale lokale samenleving’. Dat klinkt sympathiek. Maar deze koerswijziging legt een fundamentele vraag bloot: hoe onafhankelijk wil — en kan — de BKC eigenlijk zijn?
De BKC presenteert zich nadrukkelijk als een onafhankelijk burgerplatform. In haar persbericht stelt zij zelfs als voorwaarde dat nieuwe betrokkenen geen formele relatie met de gemeente mogen hebben. Juridisch is dat correct. Bestuurlijk is het een minimale en te smalle uitleg van onafhankelijkheid. Want invloed in een gemeente loopt niet alleen via formele lijnen — zeker niet in verkiezingstijd.
Juist daarom wringt het dat binnen het team van de BKC iemand actief is die zich kandidaat stelt voor de gemeenteraad. Dat is geen verwijt aan de persoon in kwestie. Politieke ambitie is legitiem en hoort bij een gezonde democratie. Maar het is onverenigbaar met een organisatie die zich positioneert als onafhankelijk, boven de partijen, en die zegt namens inwoners te spreken.
Hier begeeft de BKC zich op glad ijs: bestuurlijk verdedigbaar, maar politiek en ethisch kwetsbaar.
Die kwetsbaarheid wordt vergroot door de gekozen koers. De BKC trekt zich expliciet terug uit haar eerdere rol als kritische prikkel richting B&W en gemeenteraad en zet burgerparticipatie als democratisch correctiemechanisme op afstand. In plaats daarvan kiest de BKC voor een brede, verbindende en politiek neutraal geformuleerde positie. Daarmee positioneert de BKC zich nadrukkelijk in het publieke middenveld, zonder nog een corrigerende of toetsende rol te claimen.
Precies dát maakt politieke rolvermenging binnen het team problematisch. Wie geen tegenmacht meer wil zijn, maar wel gezaghebbend wil spreken namens inwoners, moet elke schijn van politieke belangen uitsluiten.
Een stichting die dialogen organiseert, initiatieven ondersteunt en prijzen uitreikt, oefent invloed uit. Niet via besluiten, maar via agendering, waardering en legitimatie. In zo’n positie is het niet genoeg om te wijzen op het ontbreken van een formele relatie met de gemeente; ook informele politieke verwevenheid tast de geloofwaardigheid aan. Bestuurlijke geloofwaardigheid vraagt om zichtbare, inhoudelijke rolzuiverheid.
Het probleem is niet wat de BKC doet. Het probleem is wat zij niet zou moeten doen: toestaan dat binnen het team van de BKC een (kern)lid zich kandidaat stelt voor de gemeenteraad, terwijl de BKC zich blijft presenteren als onafhankelijk burgerplatform.
Onafhankelijkheid is geen intentie. Het is een keuze. En soms betekent dat: kiezen tussen een collectieve maatschappelijke rol en individuele politieke ambitie. Beide zijn legitiem. Maar niet tegelijkertijd, en niet binnen dezelfde organisatie. Dat is geen aanval. Dat is een bestuurlijke basisregel.
(Philippine Hohage)




