Den Haag heeft de druk op Leidschendam-Voorburg om het parkeerbeleid in Voorburg-Noord te verscherpen, opgevoerd. Men heeft een wijziging van het bestemmingsplan voor de Haagse kant van station Laan van NOI gepubliceerd waarin een scherper parkeerbeleid voor Voorburg-Noord is opgenomen. Het ligt nu gedurende zes weken ter inzage. B&W en gemeenteraad van Den Haag hebben de wijziging al goedgekeurd.
Door de wijziging is een ‘voorwaardelijke verplichting parkeren Voorburg-Noord’ in het Haagse bestemmingsplan opgenomen. Gesteld wordt dat aan de Haagse zijde van het station te bouwen woningen ‘en andere functies’ pas in gebruik genomen mogen worden als er ‘in de wijk Voorburg Noord (gemeente Leidschendam-Voorburg) gereguleerd parkeren is ingevoerd’.
‘Onder gereguleerd parkeren wordt verstaan: een parkeerschijfzone (blauwe zone) met een maximale parkeerduur van 1 uur, geldend van maandag tot en met zondag van 08:00 uur tot en met 24:00 uur, of een andere vorm van regulering met ten minste een vergelijkbare werking om een toename van parkeerdruk in de wijk Voorburg Noord vanwege de woningen en andere functies tegen te gaan’, zo is nu in het Haagse bestemmingsplan opgenomen.
Den Haag moest van de Raad van State het bestemmingsplan waarin de bouw van 1200 woningen, kantoren en andere voorzieningen aan de Haagse kant van het station was geregeld, aanpassen. Er was volgens de Raad niet voldoende aandacht besteed aan mogelijke parkeeroverlast in Voorburg-Noord door de bewoners/werknemers/bezoekers.
De Haagse wethouder Klaas Verschuure maakte in januari bekend dat er een deal was met Leidschendam-Voorburg over de parkeeroverlast. Vorige week ontkende wethouder Astrid van Eekelen dat.
Tijdens de ter inzage legging (tot 25 maart) van het gewijzigde bestemmingsplan kunnen ‘belanghebbenden’ beroep instellen tegen de gewijzigde onderdelen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
‘Het besluit treedt in werking op de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij gedurende die termijn naast het instellen van beroep tevens een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat geval treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist’, aldus B&W van Den Haag.




