‘Een overheid onwaardig’. Zo bestempelen de Vrienden van Vlietland het gedrag van B&W. Aanleiding vormt een passage in het raadsvoorstel dat wethouder Bianca Bremer (GBLV) met het Bestemmingsplan doorontwikkeling Vlietland Noord aan de gemeenteraad zond. Het plan maakt de bouw van 222 recreatiewoningen (laagbouw) in Vlietland mogelijk. De Vrienden zijn daar fel tegen.
In de brief staat dat de Vrienden bij allerlei overleggen zaten aangaande de bouwplannen. Die geven daarop nu de volgende reactie: ‘De Vrienden zitten inderdaad vaak aan bij overleg over Vlietland. Bijvoorbeeld over het bosbeheer, geluid- en zichtwering, veilige oevers, natuurontwikkeling en vergroten biodiversiteit. Gesprekspartners zijn daarbij eigenaar Provincie, beheerder Staatsbosbeheer. Zo nu en dan ook Hoogheemraadschap Rijnland en een heel enkele keer de gemeente. Vanzelfsprekend is daar ook de erfpachter RCV bij aanwezig’.
‘Deze overleggen worden nu dus wéér misbruikt om te suggereren dat de Vrienden aan een participatietraject deelnamen. Een tweede poging om te verdoezelen dat er helemaal geen participatietraject wás in dit dossier. Terwijl allerlei individuen en belangengroeperingen vele en dringende pogingen deden om wél burgerparticipatie te organiseren op de zeer omstreden bouwplannen in het bestemmingsplan’.
‘De Vrienden menen dat een overheid de posities van partijen met tegengestelde belangen op een neutrale en zakelijke manier zou moeten weergeven. Dat is haar taak in een democratie. Impliciet – ten onrechte- suggereren dat een notoire tegenstander van deze bouwplannen geparticipeerd zou hebben, gaat wel héél ver over die grens van neutraliteit heen. En zeker als voor hetzelfde vergrijp al eerder excuses werden aangeboden. Een overheid onwaardig, zo menen de Vrienden’.
De Vrienden wijzen erop dat B&W eind 2022 al een excuses moesten maken toen op soortgelijke wijze werd gesuggereerd dat de Vrienden deelnamen aan beraad over de bouwplannen. ‘Er is wel sprake van een overleg onder voorzitterschap van de provincie met diverse gebiedspartijen over beheer en ontwikkeling van Vlietland, maar in dat overleg is de wijziging van het bestemmingsplan en de verdere uitwerking van de plannen niet inhoudelijk besproken. In het gebiedsoverleg is geconstateerd dat het aan Recreatiecentrum Vlietland BV en DLR is, om de participatie over de ontwikkeling van de recreatiewoningen verder vorm te geven. Wij betreuren de ontstane verwarring die het gevolg is van een onduidelijke woordkeuze en bieden hiervoor onze excuses aan’, aldus B&W toen.




