Wethouder Philip van Veller (VVD) wil de wereld doen geloven dat het afzien van de bouw van 222 recreatiewoningen in Vlietland de gemeente tussen 25 en 35 miljoen gaat kosten, plus een jaarlijks nadeel bij de inkomsten.
Dat kan de gemeente volgens hem financieel niet dragen. Dus kunnen de bewoners in het Raadhuis niet meer voor de inwoners doen wat ze zouden willen.
Het schrikbeeld moet voorstanders van het schrappen van de bouwplannen de wind uit de zeilen nemen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezing van woensdag 18 maart.
Maar klopt Van Vellers rekening wel? Stap voor stap :
= Planschade 14 tot 18,5 miljoen waarvan 12-15 miljoen voor ontwikkelaar DLR en pachter RVC doen het bouwplan zien stranden. 2-3,5 miljoen voor de provincie die minder erfpacht krijgt.
Het betreft prijspeil 2026. Maar per wanneer de betaling is berekend zegt Van Veller niet. Het bedrag voor de provincie is een ‘schatting’ zegt hij zelf aangezien de erfpacht voor 107 jaar is uitgegeven.
= Aansprakelijkheid omdat gemeente onrechtmatig bouwrechten schrapt. 10-15 miljoen euro voor DLR/RCV.
‘Globaal’ en ‘ongeveer’ noemt Van Veller die bedragen waarbij hij zich baseert op een oude claim van de bouwer op Schakenbosch toen dreigde dat dat plan niet door ging (in 2020). Hij spreekt bovendien over ‘een mogelijk risico’. Ook hier geen informatie over per wanneer de bedragen betaald zouden moeten worden.
= Als de provincie geen erfpacht meer krijgt kan men met de opbrengsten Vlietland niet meer onderhouden. Die rekening komt dan naar de gemeente: 200.000 euro per jaar.
‘In theorie’ zou dat kunnen, schrijft Van Veller.
= Kosten ambtelijke inzet/rechtsbijstand 1-1,5 miljoen euro.
Van Veller noemt deze kosten ‘aannemelijk’ zonder ze verder te onderbouwen. Ambtenaren heeft de gemeente al in dienst. Bovendien is volstrekt onduidelijk welke juridische procedures er komen en hoe lang ze gaan duren.
= Mislopen toekomstige inkomsten: 0,5 tot 0,9 miljoen euro per jaar.
Van Veller verwijst naar onroerendgoed- en toeristenbelasting. Door het niet bouwen van de 222 woningen krijgt de gemeente die niet binnen. Maar dat is geen verlies want de gemeente heeft die inkomsten nu ook niet, en niet ingeboekt voor de toekomst. Het verlies aan toeristenbelasting heeft de wethouder zelf op grond van een veronderstelde bezetting van de woningen, berekend. Of die bezetting zo zal uitvallen, weet niemand.
Kortom: de hele berekening vertoont de nodige gaten. Het heeft veel weg van een slag in de lucht. Datzelfde geldt voor Van Vellers betoog over de gemeentelijke mogelijkheden de 25 tot 35 miljoen op te hoesten. Stap voor stap:
= Bij de dekking gaat de wethouder uit van de financiële positie in 2029. Waarom hij niet nu, 2026 neemt? Omdat de gemeenteraad volgens Van Veller de begroting 2026-2029 heeft goedgekeurd. En dus de plannen tot en met 2029 vastliggen. Niet correct: de gemeenteraad heeft de begroting 2026 behandeld. Voor latere jaren is een nieuwe coalitie aan zet. Van Vellers ‘programmabegroting’ is daar hoogstens een voorzet voor.
= Als dekking noemt Van Veller de algemene reserve die in 2029 volgens hem op 59,3 miljoen euro staat (dit jaar 71,1 miljoen euro). Voor 2029 rekent de gemeente nu al met financiële risico’s ter waarde van 11 miljoen. Daar komt dan 25-35 miljoen euro bij, zo stelt de wethouder. Het totaal wordt dan 36 tot 46 miljoen euro.
De 11 miljoen euro is een inschatting van Van Veller zelf. Feitelijk gaat het om 43,3 miljoen euro doch daarvan neemt hij, naar eigen inzicht, maar een percentage op in de begroting. Of de risico’s zich ooit voordoen en in welke omvang is onbekend.
= Uitgaande van de 36 tot 46 miljoen euro aan risico’s en de reserve van 59,3 miljoen, berekent Van Veller dat er met de 36 miljoen nog net genoeg geld over blijft (8,9 miljoen). Met de 46 miljoen niet (5,2 miljoen te kort). Reden, Van Veller wil aan een norm van het Nederlands adviesbureau risicomanagement voldoen: de reserve moet 1.4 groter zijn dan het risico dat men de norm uitkomt op 50,4 en 64,4 miljoen euro.
Probleem is dat Van Veller de risico’s Vlietland, kunstmatig vergroot met reeds berekende andere risico’s. Bovendien kan de norm van 1.4 ook door de gemeente/gemeenteraad worden aangepast. Sinds 2017 is die formeel 1-1.4. Van Veller zelf hanteert 1.4. Dat is dus een keuze.
= Van Veller verwijst niet naar de potjes geld die de gemeente al heeft gereserveerd voor allerlei beleidsdoeleinden (bestemmingsreserves), als dekkingsmogelijkheid. Opmerkelijk want daarin zit anno 2026 nog 142 miljoen euro; in 2029 nog 137 miljoen.
= Van Veller gebruikt verder het argument dat het de gemeente moeilijker zal vallen uit eigen middelen de rekeningen te betalen (solvabiliteit) als de Vlietland-rekening betaald moet worden. De 45,4 procent nu (!) wordt 36,8 – 39,3. Wanneer meldt de wethouder niet.
= Omdat Van Veller kennelijk niet overtuigd is van het solvabiliteitsargument komt hij met het begrip ‘kernsolvabiliteit’ op de proppen: de solvabiliteit alleen berekent op basis van de algemene reserve, zonder de bestemmingsreserves mee te rekenen. Dan worden de cijfers 14,4 (nu), 5,9-8,3 later. Kijken naar de kernsolvabiliteit geeft volgens de wethouder ‘een beter beeld’ over wel of niet snijden in programma’s en/of andere raadsbesluiten.
Ook het dekkingsverhaal rammelt al met al en is bewust zo ingevuld dat het moet lijken alsof de gemeente het allemaal financieel niet kan dragen. Alsof de gemeente die 25-25 miljoen ineens in zijn geheel op tafel moet leggen.
Het lijkt zelfs twijfelachtig of de gemeente ooit iets moet gaan betalen. Er zijn geen vergunningen voor de bouw en die komen er ook mogelijk nooit meer. Het plan is tientallen jaren oud en achterhaald door maatschappelijke ontwikkelingen.
Het verweer van Van Veller dat hij de risico’s nu moet inboeken, slaat, gezien alle onzekerheid en zijn eigen rammelende rekensommen, nergens op. Zoals hij als wethouder financiën ook bij andere risico’s doet kan hij zelf bepalen wanneer hij welk risico en in welke omvang, inboekt.
Nu kwam het de liberale wethouder echter goed uit in een poging de bouw doorgang te laten vinden daar waar het aantal voorstanders met de dag afneemt.






