De straten in de gemeente kunnen het groeiende aantal auto’s niet aan. En er is geen ruimte voor de aanleg van extra wegen. Derhalve moeten bestaande wegen beter worden benut en moet de schaarste ‘zorgvuldig worden verdeeld’. Dat schrijven ambtenaren in het zogenoemde ‘overgangsdossier’ aan nieuwe gemeenteraadsleden.
‘Het is niet vanzelfsprekend dat Leidschendam- Voorburg in de toekomst bereikbaar blijft. De auto is vooralsnog het overheersende mobiliteitsmiddel, maar onze straten kunnen het groeiend aantal auto’s niet aan. Door verstedelijking staat de bereikbaarheid onder druk. In het landelijk gebied speelt vooral sociale bereikbaarheid een rol, terwijl binnenstedelijk de doorstroming en verkeersveiligheid de afgelopen jaren zijn verslechterd. Omdat er geen ruimte is voor extra weginfrastructuur, moeten bestaande wegen beter worden benut en moet schaarste zorgvuldig worden verdeeld.
Het bereikbaar houden van de gemeente vraagt om een mobiliteitstransitie waarbij inwoners en bezoekers vaker kiezen voor openbaar vervoer, fietsen en lopen. Daardoor blijft mobiliteit mogelijk voor groepen die afhankelijk zijn van de auto. De uitwerking van de benodigde acties moet worden opgenomen in een programma. Om naar huis, werk, sport en familie te kunnen blijven gaan en om bezoekers te kunnen blijven ontvangen, is het cruciaal om de mobiliteitstransitie te blijven stimuleren. Daarbij is een passende mobiliteitsmix noodzakelijk.
In de Omgevingsvisie is het STOMP-principe leidend gemaakt, waarbij de voetganger, fietser en deelmobiliteit prioriteit krijgen, gevolgd door de auto. Met dit ontwerpprincipe wordt per gebied gekeken naar welke inrichting passend is. De mens staat centraal, met het uitgangspunt dat zowel een 8-jarige als een 80-jarige zich veilig kunnen verplaatsen. Inzet op deze volledige mobiliteitsmix is nodig voor inwoners met verschillende behoeften en inkomens. Het ondersteunt de samenhang tussen bereikbaarheid en leefbaarheid en draagt bij aan andere doelen, zoals vergroening en positieve gezondheidseffecten door meer lopen en fietsen’.
In het dossier staat ook dat de gemiddelde afstand van een woning tot een halte van het openbaar vervoer in de gemeente 230 meter is. In Stompwijk (740 meter) en Leidschendam-Zuid (440 meter) is dat veel meer. De waardering voor het openbaar vervoer ligt op 7,6. In Stompwijk is dat 4,9; in Leidschendam-Zuid 5,7.
Fietsers in de gemeente voelen zich steeds onveiliger. 20 procent geeft aan een onveilige situatie te ervaren. In 2021 was dat 14 procent, in 2023 achttien procent.




