De gemeente moet een deel van de 5,3 miljoen euro die binnen de begroting is gereserveerd voor de opvang van vluchtelingen besteden aan de aankoop van een pand voor langdurige opvang. Dat stellen ambtenaren in het zogenoemde ‘ overgangsdossier’ voor nieuwe gemeenteraadsleden.
De ambtenaren schetsen een probleem bij de opvang. ‘Voor Oekraïense ontheemden geldt op basis van de Tijdelijke Wet opvang ontheemde Oekraïners een taakstelling van 318 personen. Momenteel verblijven ongeveer 250 Oekraïners in de gemeentelijke opvang en 170 in particuliere opvang. Het huidige pand wordt medio 2027 gesloopt. Voor asielzoekers geldt op grond van de Spreidingswet een taakstelling van 408 personen, van wie nu 200 volwassenen en 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers) worden opgevangen. Ook het pand voor amv’ers wordt medio 2027 gesloopt, en de opvanglocatie aan het Stationsplein in 2028 vervalt. Voor statushouders geldt een taakstelling van 300 personen, inclusief achterstanden. Hiervoor wordt een doorstroomlocatie gerealiseerd voor 193 statushouders’.
‘Voor de Oekraïense ontheemden vervalt de huidige opvanglocatie per medio 2027, terwijl nog geen nieuwe locatie beschikbaar is. Dit zorgt voor grote onzekerheid bij de Oekraïners die officieel onze inwoners zijn. Zonder tijdige besluitvorming zijn er dus in maart 2027 250 inwoners van onze gemeente dakloos. Tegelijkertijd bereidt het Rijk een tijdelijke verblijfsvergunning voor alle Oekraïners voor, met toegang tot de Participatiewet. Naast de noodzaak voor het vinden en inrichten van een nieuwe locatie moeten we ons voorbereiden op uitbreiding van deze doelgroep voor de Participatiewet’.
‘Ook voor asielzoekers geldt dat de huidige opvanglocaties binnen enkele jaren vervallen. De huidige bewoners moeten dan in principe door het COA elders opgevangen worden. Als we niet tijdig vervangende locaties vinden, voldoen we niet aan de Spreidingswit en lopen we het risico op aangescherpt toezicht’.
‘De huisvesting van statushouders is urgent door de grote achterstand. Om de achterstand op te vangen is de realisatie van een doorstroomlocatie aan de Van Ruysdaellaan voorzien. Doorstroomlocaties zijn echter tijdelijk, waardoor ook tijdig moet worden voorzien in voldoende uitstroombestemmingen. We staan onder interbestuurlijk toezicht van de provincie. Verdere escalatie betekent provinciale interventie en financiële gevolgen, omdat de provincie dan de huisvesting organiseert terwijl de kosten bij de gemeente blijven. We hebben dan geen grip op de hoogte van deze kosten’.
‘Er moet naast huisvesting ook aandacht zijn voor de sociale aspecten. De gemeente heeft een wettelijke rol voor onderwijs, inburgering, werk en inkomen. Om deze taak uit te voeren krijgen momenteel niet voldoende middelen van het rijk. Een toename in het aantal gehuisveste statushouders legt hier extra druk op. Extra capaciteit is nodig om deze taak goed uit te voeren’.
‘Het vinden van geschikte opvanglocaties is zeer complex binnen de huidige ruimtelijke kaders. Gebieden met geplande nieuwbouw binnen vijf jaar, percelen met een groenbestemming en bedrijventerreinen zijn binnen de huidige kaders niet toegestaan. De urgentie is dermate hoog dat een afwijking van staand beleid onvermijdelijk is. Dit vraagt snel een besluit omdat verbouwings- en vergunningstrajecten minstens een jaar duren’.
‘De bestemmingsreserve vluchtelingenopvang bevat € 5,3 miljoen. Deze reserve is noodzakelijk voor kosten die niet worden gedekt door Rijksfinanciering. Het is een optie om een deel van deze reserve te gebruiken voor de aankoop van een pand voor langjarige opvang. Voor nieuwe locaties moeten de structurele en eenmalige kosten, de inzet van de bestemmingsreserve, de te verwachten Rijksbijdragen en eventuele resterende tekorten inzichtelijk worden gemaakt. Op dit moment is dat niet mogelijk, omdat nog geen zicht bestaat op nieuwe locaties voor Oekraïners, asielzoekers en de permanente huisvesting van statushouders’.
‘Daarnaast leiden de landelijke tekortkomingen in de financiering van inburgering tot structurele tekorten. Naast het probleem van een piekbelasting als de nieuwe opvang- en doorstroomlocaties in gebruik genomen worden, zijn de budgetten voor inkomensondersteuning en inburgering niet toereikend voor een structurele uitbreiding van de groep vluchtelingen in onze gemeente. De bestemmingsreserve biedt mogelijk een oplossing voor de hieruit voorkomende incidentele kosten’.
‘Er is een integrale aanpak nodig, waarin ruimtelijke, sociale, maatschappelijke, organisatorische en financiële uitdagingen samen komen. We maken daarbij onderscheid in de korte en middellange termijn. Op korte termijn, binnen 2 jaar, moet een nieuwe locatie worden gezocht voor de opvang van Oekraïnse ontheemden en amv’ers. Voor de middellange termijn, vanaf 2028, wordt geadviseerd een integraal programma in te richten waarin ruimtelijke, sociale en financiële opgaven in samenhang worden ontwikkeld om duurzame opvang te realiseren. Beide trajecten lopen parallel: de directe opvangopgave wordt uitgevoerd, terwijl gelijktijdig aan een houdbare langetermijnstrategie wordt gewerkt’.





