Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben een lijst gepubliceerd van alle activiteiten inzake toezicht en handhaving op de natuurwetgeving rond de voorgenomen bouw van recreatiewoningen in Vlietland sinds begin 2024. Het overzicht geeft inzicht in de voortdurende strijd tussen de vereniging Vrienden van Vlietland en ontwikkelaar DLR.
-De Vereniging heeft in februari 2024 een eerste handhavingsverzoek ingediend m.b.t. het project Vlietland.
-Naar aanleiding van dit handhavingsverzoek en een melding over graafwerkzaamheden is in maart 2024 door Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) in het recreatiegebied Vlietland een controle uitgevoerd.
-Tijdens de controle in maart 2024 is vastgesteld dat de voorgenomen graafwerkzaamheden aan de Spartelvijver, en ten behoeve van een te realiseren grondterp, nog niet waren gestart.
-Naar aanleiding van de controle in maart 2024 heeft Dutch Lake Residence (DLR) een stikstofberekening overlegd. Door Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) is geconstateerd dat deze stikstofberekening niet actueel en volledig was. Hierdoor was niet uitgesloten of een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit nodig zou zijn voor het uitvoeren van de graafwerkzaamheden.
-In april 2024 is DLR een waarschuwingsbrief verzonden. Hierin is DLR gewezen op het feit dat de graafwerkzaamheden niet zouden mogen plaatsvinden alvorens een actuele stikstofberekening zou aantonen dat geen omgevingsvergunning Natura 2000- activiteit nodig zou zijn. Met DLR is afgesproken dat de graafwerkzaamheden pas zouden starten als een actuele en juiste stikstofberekening zou zijn overlegd, en positief door het bevoegd gezag zou zijn beoordeeld.
-In april 2024 is het eerste handhavingsverzoek van de Vereniging afgewezen, omdat geen overtreding werd geconstateerd en er ook niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststond dat een overtreding plaats zou gaan vinden.
-In juli 2024 is de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de boommarter door ODH afgewezen.
-In september 2024 heeft DLR bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de aanvraag voor een omgevingsvergunning t.a.v. het beschadigen/vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de boommarter.
-In november 2024 heeft DLR een nieuwe stikstofberekening aangeleverd. Op basis hiervan heeft ODH geconcludeerd dat geen Natura 2000-omgevingsvergunning nodig zou zijn voor het project. ODH heeft dit in een bestuurlijk rechtsoordeel aan DLR medegedeeld.
-In januari 2025 heeft de adviescommissie een advies uitgebracht in de bezwarenprocedure ten aanzien van de afgewezen omgevingsvergunning t.a.v. het beschadigen/vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de boommarter.
-In januari 2025 heeft de Vereniging een tweede handhavingsverzoek ingediend m.b.t. het project Vlietland. Dit handhavingsverzoek zag specifiek op de het graven van een watergang, het oprichten van een proefterp en het vergraven van de oever van de Spartelvijver.
-In januari en februari 2025 hebben inspecteurs van OZHZ naar aanleiding van het tweede handhavingsverzoek en een groot aantal meldingen controles uitgevoerd in het projectgebied Vlietland.
-In februari 2025 is het tweede handhavingsverzoek van de Vereniging afgewezen, omdat er geen overtredingen van de wetgeving aangaande Natura 2000-activiteiten en/of flora- en fauna-activiteiten werden geconstateerd.
-In februari 2025 is aan DLR een preventieve waarschuwingsbrief verzonden. Hierin is DLR in kennis gesteld van de bevindingen naar aanleiding van het tweede handhavingsverzoek. Hierin is DLR ook gewezen op tegenstrijdigheden in natuurtoetsen en de noodzaak om voorafgaand aan het uitvoeren activiteiten uit te sluiten dat hiervoor geen vergunningsplicht ten aanzien van beschermde flora en fauna bestaat.
-In maart 2025 is bezwaar gemaakt tegen het besluit op het tweede verzoek om handhaving. Bezwaarmakers is een ruimere termijn geboden om de gronden van dit bezwaar aan te vullen.
-In maart 2025 heeft ODH het bezwaar van DLR tegen het niet verlenen van de omgevingsvergunning t.a.v. het beschadigen/vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de boommarter afgewezen.
-In mei 2025 is een derde handhavingsverzoek ingediend door de Vereniging. Dit betrof een preventief verzoek om handhaving om op te treden tegen overtredingen van de wetgeving aangaande Natura 2000- activiteiten en flora- en fauna-activiteiten die mogelijk zouden plaats gaan vinden in het projectgebied.
-In juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden voor de bezwarencommissie met betrekking tot het bezwaar tegen het tweede verzoek om handhaving. Naar aanleiding van deze hoorzitting heeft de bezwarencommissie schriftelijk aanvullende vragen gesteld aan de betrokken partijen.
-Naar aanleiding van deze schriftelijke vragen heeft OZHZ in augustus 2025 een brief aan DLR toegestuurd, met daarin een verzoek om duidelijkheid te verschaffen over het oprichten van zicht- en geluidwerende schermen, het realiseren van een grondwal, het aanpassen van parkeervoorzieningen en het omleggen van de Rietpolderweg.
-In augustus 2025 heef OZHZ een waarschuwingsbrief aan DLR verzonden naar aanleiding van de door DLR aangedragen verduidelijking. Uit deze verduidelijking bleek dat de aanpassingen aan parkeervoorzieningen en de omlegging van de Rietpolderweg ten onrechte niet in het door ODH beoordeelde stikstofonderzoek waren meegenomen. Daardoor was vooralsnog niet zeker of voor het realiseren van het project Vlietland geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig was.
-In oktober 2025 heeft de bezwarencommissie een advies uitgebracht met betrekking tot het bezwaar tegen het tweede handhavingsverzoek.
-In oktober 2025 hebben ook meerdere controles van OZHZ in het gebied plaatsgevonden, waarbij geen overtredingen zijn geconstateerd.
-In november 2025 heeft DLR een nieuwe stikstofberekening aangeleverd, waarin ook de aanpassingen aan parkeervoorzieningen en de omlegging van de Rietpolderweg waren meegenomen. Op basis hiervan heeft ODH geconcludeerd dat geen Natura 2000-omgevingsvergunning nodig zou zijn voor het project. ODH heeft dit in een bestuurlijk rechtsoordeel aan DLR medegedeeld.
-In december 2025 heeft OZHZ van de vereniging een ingebrekestelling ontvangen, omdat de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit op het derde handhavingsverzoek was verstreken en nog geen besluit was genomen. Ook heeft de Vereniging een beroep niet tijdig beslissen ingesteld, de rechtbank om het treffen van een voorlopige voorziening voor het stilleggen van de onderhoudswerkzaamheden verzocht, en OZHZ schriftelijke vragen gesteld.
-Naar aanleiding van de vragen van de Vereniging, en op verzoek van de Vereniging, heeft eind december 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen OZHZ en de Vereniging en Burgerinitiatief Vlietland.
-In december 2025 hebben meerdere controles van OZHZ in het gebied plaatsgevonden.
-Eind december 2025 is het derde handhavingsverzoek afgewezen, omdat er geen sprake was van een klaarblijkelijk dreigende overtreding van de wetgeving aangaande Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten. DLR is wel een preventieve waarschuwingsbrief verzonden, om nogmaals te wijzen op de geldende wetgeving.
-Ook heeft de rechtbank eind december het beroep niet tijdig beslissen ongegrond verklaard en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
-In januari 2026 is een besluit op bezwaar genomen ten aanzien van het tweede handhavingsverzoek van de Vereniging. Ook zijn de schriftelijke vragen van de Vereniging door OZHZ beantwoord.
-In januari 2026 is ook bezwaar gemaakt tegen het besluit op het derde handhavingsverzoek van de Vereniging. Tevens is daarbij opnieuw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, namelijk het stilleggen van de onderhoudswerkzaamheden, ingediend bij de rechtbank.
-Begin februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden door de voorlopige voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de in uitvoering zijnde onderhoudswerkzaamheden zouden kunnen leiden tot gevolgen die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Aangezien DLR verder zegt geen groot belang te hebben bij het afronden van de onderhoudswerkzaamheden, heeft de rechter de voorziening toegewezen. De rechter stelt dus dat het goed is om de uitkomst van de bezwarenprocedure eerst even af te wachten, alvorens de werkzaamheden hervat mogen worden. Concreet betekent dit dat DLR verdere werkzaamheden moet staken en gestaakt houden, tot in ieder geval 6 weken na het nemen van het besluit op bezwaar. DLR heeft de onderhoudswerkzaamheden gestaakt en toegezegd de aanwijzing van de voorlopige voorzieningenrechter op te volgen.
-De rechter heeft zich vooralsnog niet uitgelaten over de kwaliteit van het besluit op het derde handhavingsverzoek. Dit besluit zal in maart 2026 eerst aan de adviescommissie voor de bezwaren voorgelegd worden.
-Op 12 maart is het besluit voorgelegd aan de adviescommissie voor de bezwaren. Het is nog niet bekend wanneer de adviescommissie een advies zal uitbrengen op basis waarvan OZHZ een besluit op bezwaar moet nemen.
-Op 4 februari 2026 heeft ODH een verzoek om toetsing ontvangen inzake een Natura 2000-activiteit. Het verzoek betreft het beoordelen van stikstofdepositieberekening Vlietland voor de locatie recreatiepark Vlietland. Voor dit project heeft ODH eerder een beoordeling uitgebracht bij brief van 11 november 2025. Naar aanleiding van de eerdere beoordeling zijn aanvullende gegevens aangeleverd m.b.t. geluidswerende grondwal van circa 1 kilometer lengte en maximaal circa 10 meter hoogte bij ODH. Op grond van de aangeleverde informatie oordeelt ODH dat deze activiteit niet leidt tot een toename van stikstofdepositie of overige significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden en hiervoor dus geen omgevingsvergunning voor natura 2000 activiteiten nodig is. Dit per schrijven op 17-maart 2026 toegezonden aan de initiatiefnemer.





