In de regionale energiestrategie Rotterdam Den Haag, die ook geldt voor Leidschendam-Voorburg, moeten de milieueffecten van het grootschalig gebruik van zonnepanelen en windturbines concreet in beeld worden gebracht. Dat geldt ook voor de nodige energie-infrastructuur. Zodra er meer duidelijkheid is over een warmtenetwerk moeten de milieueffecten ook daarvan beschreven worden.
Dat stelt de Commissie voor de milieueffectrapportage (MER) in een advies aan de provincie over de energie omwenteling en de regionale energiestrategieën. Op grond van een concrete beschrijving van milieueffecten moet dan ook gekeken worden naar alternatieven en varianten die minder effect op het milieu hebben, aldus de commissie.
De commissie wijst op het grote ruimtelijke effect van zonne- en windparken, en de energie infrastructuur. Het gaat dan om gevolgen voor de landschappelijke kwaliteit, natuur, biodiversiteit, leefomgeving, woningbouw en de landbouw. Als alternatieven noemt de commissie het opwekken van zon- en windenergie samen op één plek, meer windturbines en minder zonneparken, beperken geluidhinder van windturbines, het bundelen van kabels en leidingen.





