Iedereen die wil, moet op de fiets kunnen stappen. Dat betekent dat mensen toegang moeten hebben tot een goede, veilige en passende fiets; en de vaardigheden moeten hebben om veilig te kunnen fietsen. Daar zetten gemeenten, bedrijven, maatschappelijke partners en het kabinet zich voor in middels de City Deal Fietsen voor Iedereen. Namens Den Haag heeft wethouder Robert van Asten zijn handtekening onder de deal gezet.
Bij de City Deal zijn veertien gemeenten, zes maatschappelijke partners, drie ministeries en twee bedrijven betrokken. Voor de komende vier jaar is in totaal bijna drie miljoen euro beschikbaar voor projecten in wijken, steden en landelijk gebied voor het stimuleren van het hebben en kunnen fietsen.
Den Haag is al een echte fietsstad. De ondertekende City Deal sluit daarom ook goed aan bij de weg die de gemeente is ingeslagen. Vooral bij het doel om nog meer Hagenaars aan het fietsen te krijgen. Momenteel worden in Den Haag bijvoorbeeld al fietslessen georganiseerd op basisscholen, worden nieuwe fietsparkeerplekken gecreëerd en wordt gewerkt aan meer veilige fietsroutes.
Nederland heeft meer fietsen dan mensen. Met elkaar hebben we 23 miljoen fietsen. Tegelijkertijd heeft niet iedereen in Nederland een fiets; van alle Nederlanders vanaf zes jaar oud heeft twaalf procent op dit moment geen fiets. Ruim twintig procent van de mensen fietst nooit of bijna nooit. Een deel hiervan, onder wie kinderen, heeft moeite om het fietsen zich eigen te maken. Bijvoorbeeld omdat ze nooit geleerd hebben om te fietsen van hun ouders die zelf dit ook nooit hebben geleerd, het niet gewend zijn, of omdat ze een fiets en het onderhoud ervan niet kunnen betalen. In elke basisschoolklas (in de stad) zitten gemiddeld twee kinderen die geen fiets hebben. Eén op de elf kinderen fietst nooit of nauwelijks.





