Op 11 november 2025 zond wethouder Bianca Bremer (GBLV) een mail aan de gemeenteraad. Onderwerp: een melding van ontwikkelaar DLR dat men ging starten met de bouw van 102 recreatiewoningen in natuur- en recreatiegebied Vlietland.
‘Omdat de te realiseren woningen niet hoger worden dan 5 meter en een grondoppervlakte van niet meer dan 70 m2 krijgen, is een gemeentelijke omgevingsvergunning niet nodig. Voor de realisering van de vakantiewoningen hoeven geen bomen en struiken verwijderd te worden’, aldus Bremer.
Het bericht sloeg in als een bom. DLR zelf sprak over ‘een nieuwe fase’ in de plannen om in totaal 222 recreatiewoningen neer te zetten in Vlietland. ‘De recreatiewoningen worden gerealiseerd binnen het bestaande bestemmingsplan én passen daarnaast binnen het voorgenomen, gewijzigde bestemmingsplan voor Vlietland-Noordoost. Daarmee start de ontwikkeling met 102 grondgebonden recreatiewoningen die nu gerealiseerd worden binnen het bestemmingsplan en geldende wet- en regelgeving’, aldus de ontwikkelaar.
Vergunningvrij bouwen dus. B&W bleken al vanaf de zomer 2025 op de hoogte te zijn van de plannen van DLR. Zelfs de locatie voor de bouw stond al vast. De provincie Zuid-Holland, eigenaar van Vlietland, werd strategisch niet geïnformeerd.
Nog geen week later werd bekend dat een deel van Vlietland in gereedheid werd gebracht voor de bouw. Op 5 december gingen de eerste bomen tegen de vlakte. Formeel onder het etiket ‘groot onderhoud’.
Ondertussen werd bekend dat DLR zich bij het vergunningvrij bouwen baseerde op een advies van het bureau Haskoning. Dat advies lag er al sinds september 2025. Kern ervan: op grond van het bestemmingsplan 2005 en de beheersverordening Vlietland ‘en de regels uit de bruidsschat’ kon er vergunningvrij gebouwd gaan worden.
De bruidsschat: een set regels die het rijk naar de gemeenten heeft doorgeschoven om te verwerken in de Omgevingswetgeving. Regels die volgens juristen bedoeld zijn voor kleinschalige aanpassingen van bestaande bebouwing en niet om grote, nieuwe bouwprojecten mogelijk te maken. Zoals de bouw van 102 recreatiewoningen.
Op 17 januari omzeilde wethouder Bremer in antwoorden op vragen vanuit de gemeenteraad inzake de toepasbaarheid van de ‘bruidsschat’ een concreet antwoord. Ze beriep zich op bestaande wet- en regelgeving. Vragen over de toepasbaarheid moesten maar bij de rijksoverheid worden neergelegd, zo vond ze.
Tevens deelde ze mee dat B&W ook helemaal geen besluit over de melding namen. Er was dus ook geen plek voor bezwaar maken. ‘Dat is nu eenmaal de consequentie van het vergunningvrij zijn van de bouwactiviteiten’, stelde Bremer laconiek.
De stelligheid van mevrouw Bremer is inmiddels genuanceerd door haar VVD-collega Philip van Veller. In een beraad met een commissie uit de gemeenteraad liet hij doorschemeren dat er toch wel wat twijfels zijn over het gebruik van de ‘bruidsschat’ om de bouw in Vlietland door te drukken.
Hij erkende dat het juridisch allemaal heel ingewikkeld is en beloofde de gemeenteraad een notitie ter zake. Van Veller zelf gaf aan dat het onder meer gaat over de vraag of de regels gelden voor 1 recreatiewoning of meerdere en of het bij meerdere dan gaat om een groot project, alsmede de interpretatie van dit alles.
Van Veller erkende dat de gemeente de regels (de bruidsschat) eigenhandig kan aanpassen doch dat vergt volgens hem langdurige procedures. Bovendien moeten er allerlei waarborgen ingebouwd worden.
Hoe groot de onzekerheid op het Raadhuis inmiddels is geworden blijkt ook uit antwoorden die gegeven werden op nadere vragen van de oppositiepartijen minus het CDA, over de toepasbaarheid van de bruidsschat in het geval-Vlietland.
‘De wetgever heeft geen uitzondering opgenomen als het gaat om de bruidsschatregeling. Op basis daarvan, en op basis van de rechtszekerheid, kan grootschalige vastgoedontwikkeling niet worden uitgesloten van de bruidsschatregeling’. Met andere woorden: B&W interpreteren maar wat.
‘Het college kan alleen toetsen aan objectieve regelingen en wetgeving. Over de reikwijdte van de bruidsschatregeling zijn door de wetgever geen verdere mededelingen gedaan. Een toetsing aan ‘wat mogelijke bedoeld is’ is daarmee een subjectieve toetsing en staat haaks op het gelijkheidsbeginsel’. Alweer een interpretatie van B&W. Dus even subjectief.
‘Het is het college niet bekend of vergelijkbare ontwikkelingen op een soortgelijke grondslag elders in het land al of niet hebben plaatsgevonden op basis van de bruidsschat of het Besluit omgevingsrecht’. Kortom: er is geen precedent. B&W kunnen zich dus nergens op beroepen. Tasten in het duister.
En dan, plots, beroepen B&W zich op het geldende bestemmingsplan: ‘Ja, het bestemmingsplan zegt iets over het feit dat er gebouwd mag worden en de vorm, niet over de specifieke grootte van de recreatiewoningen (behalve dan een maximale totale footprint van de gebouwen, maximale grondoppervlak en maximale dak- en goothoogte). Zolang de afmetingen en hoogte passen binnen deze maxima zoals vastgelegd in het bestemmingsplan, mag er gebouwd worden op basis van de regels in de bruidsschatregeling’.
Op basis van de regels in de bruidsschatregeling?! Waarom is die dan nodig als het toch al vastligt in het bestemmingsplan?
Hoe dan ook, het is allemaal heel ondoorzichtig en afhankelijk van interpretatie en subjectieve meningen. De juridische nota die Philip van Veller nu laat maken zal daar waarschijnlijk weinig aan veranderen. De juristen werken immers door de gemeente. Voor B&W en dat college staat tot nu toe achter de bebouwing van Vlietland.
Herinnert u zich nog het advies van de gemeentelijke juristen een paar jaar geleden waarin werd gesteld dat de gemeenteraad de bebouwing van Vlietland niet meer kon tegen houden? Een mening die werd gehandhaafd ook al gaf een door de gemeenteraad geconsulteerde jurist aan dat dat wel degelijk kon.
B&W verklaarden vervolgens alle stukken over de zaak geheim tot en met de uiteindelijke uitspraak van de hoogste rechter, de Raad van State. En dat kan nog vele, vele jaren duren. Het dossier wordt alleen maar dikker.




