Wethouder Bianca Bremer (GBLV) heeft zich onlangs in een beraad met gemeenteraadsleden op de borst geklopt daar waar het gaat om de woningbouw in de gemeente. Volgens haar eigen zeggen had ze alle bouwprojecten die er bij haar aantreden in juni 2022 lagen ‘vlotgetrokken, gestart of al bijna klaar gemaakt’. ‘Dus dat is goed nieuws’, zo liet ze daar triomfantelijk op volgen.
In het AD werd het verhaal vervolgd onder de kop ‘Vlietstad gaat in een rap tempo verder de hoogte in’. Het opschrift zal niet door de wethouder zijn bedacht. Het is bovendien onjuist. Er is geen Vlietstad, of het tempo ‘rap’ is, valt te bezien en de hoogte in?
Maar goed, de wethouder geeft aan graag nog vier jaar op het pluche te blijven zitten om te kunnen doorgaan met de woningbouw. Veel woningbouwprojecten kwamen bij haar aantreden ‘niet op gang’, zo beweert ze.
Als voorbeeld noemt ze Overgoo: het kantorenterrein in Leidschendam waar zo’n 1000 woningen moeten komen. Bremer stelt dat ze ‘iedereen’ bij elkaar heeft gezet, een strakke deadline heeft geformuleerd in verband met het verkrijgen van rijkssubsidie, dat zulks ook gelukt is en dat er voor 27 april gestart wordt met de bouw.
Voor de goede orde: het ‘ontwikkelkader Overgoo’ stamt van eind 2021. Dus een half jaar voor het aantreden van Bianca Bremer. In april 2024 zei het rijk subsidie toe om het bouwproject überhaupt te kunnen realiseren (want het was niet rendabel gebleken).
De rijkssubsidie (4 miljoen euro) is gebonden aan twee voorwaarden: de gemeente moet ook 4 miljoen ophoesten; de bouw moet uiterlijk 27 april 2027 zij gestart anders is er geen subsidie meer.
Alle betrokkenen, inclusief de gemeente, zouden voor 1 januari 2026 de benodigde overeenkomsten tekenen. Dat is niet gelukt want de gemeente (!) had meer tijd nodig. Voordat de bouw kan starten is sloop nodig. Daar moet een vergunning voor zijn. En ook dat kost tijd.
In de gemeentelijke administratie staan alle signalen Overgoo betreffende op oranje. Geen wonder. En dus bepaald geen goed voorbeeld voor succesvol woningbouwbeleid.
Bianca Bremer claimt verder de sloop van 96 sociale woningen in en rond de Emmastraat in Voorburg te hebben voorkomen. Klopt, ze wees ze aan als gemeentelijk monument na de nodige aandrang vanuit de gemeenteraad. Nu worden ze gerenoveerd waarbij corporatie Wooninvest meteen alle al leegstaande panden (38) verkoopt. Dus geen sociale woningen meer. Terwijl die zo hard nodig zijn.
Een ander voorbeeld van de wethouder: De Bank, het woningcomplex op de hoek van de Parkweg en de Rozenboomlaan in Voorburg. Jammer voor haar, maar de verkoop van die woningen startte in het tweede kwartaal 2022, toen zij nog geen wethouder was.
Nog een veer waarmee de wethouder pronkt: woningbouw op de plek van het voormalige postkantoor in de Damlaan Leidschendam. Ze vergeet daarbij te melden dat die bouw was opgenomen in een deal tussen gemeente en ontwikkelaars uit 2004 (Masterplan Damcentrum). Beide partijen hebben er zelfs een VOF Damcentrum voor opgericht, inclusief afspraken over grondverkopen en betalingen.
Dan meldt de wethouder nog Van Ruysdaellaan 41-69. Een kantoorpand dat plaats moet maken voor woningen. De buurt protesteerde tegen de hoogte. Er vonden wat aanpassingen plaats doch de omwonenden stapten naar de Raad van State. Het project ligt dus stil, nog voordat er aan begonnen is.
‘Het had al klaar kunnen zijn’, mokt Bianca Bremer. Kletskoek: de vergunning voor het project dateert van eind december 2024. Bouwers kunnen veel maar in dik een jaar slopen en bouwen is toch wat te veel van het goede.
Kortom: Bianca Bremer pronkt met veren die er niet zijn dan wel haar niet tooien. Dat geldt ook voor haar uitspraak ‘in de komende tien tot 20 jaar gaan we 6000 woningen bouwen’. Dat zulks in een Omgevingsvisie staat die nog niet eens van kracht is, zal best. Maar papier is geduldig. Het gaat om de realiteit. En die is mevrouw Bremer uit het oog verloren.




