Stadsbeiaardier Gerda Peters bespeelt op 11 april van 14.00 tot 15.00 uur het carillon in de toren van de Oude Kerk, Herenstraat 77 Voorburg. Aansluitend is de toren te beklimmen, en wel om 15.00 en om 15.45 uur.
‘De Gouden Eeuw was niet alleen de periode van de snelle ontwikkeling van het vervoer per trekschuit maar ook die van de opkomst van de carillons, ook wel beiaarden genoemd, in de Lage Landen. En net zoals het reizen per trekschuit voor alle lagen van de bevolking was, zo bereiken de klanken van de carillons ook iedereen tot op de dag van vandaag.
In de 17de eeuw werden beiaardiers als de belangrijkste toonkunstenaars van de stad gezien en behoorden zij tot de meest prominente burgers. Kerkklokken speelden een belangrijke rol bij kerkelijke en wereldlijke gebeurtenissen en evenementen.
Carillons zijn in de 16de eeuw in de Lage Landen ontstaan en nog steeds is het instrument cultureel erfgoed dat vooral in Nederland en Vlaanderen voorkomt. In de 16de eeuw werden de technieken om nauwkeurig klokken te gieten en raderwerken te maken om de klokken in beweging te brengen sterk verbeterd. Daarnaast werd ook de tijdberekening steeds nauwkeuriger.
Om stedelingen op de hoogte houden van de tijd werd dat elk uur met het juiste aantal slagen van een slagklok aangegeven. Om te zorgen dat iedereen gewaarschuwd werd om op tijd het aantal slagen te tellen was er een ‘voorslag’ van enkele kleine klokjes en deze ‘voorslag’ werd later uitgebreid tot beiaard, ook wel carillon genoemd.
In de Gouden Eeuw werden de klokken en de mechanische technieken nauwkeuriger zodat het mogelijk werd muziek voor dit instrument te componeren. De blind geboren jonkheer Jacob van Eyck, speelde hierin een sleutelrol. Hij was componist, fluitist en beiaardier en bracht als eerste de boventonen van de klokken in kaart waardoor de klokken gestemd konden worden en de beiaardcultuur tot leven kon komen.
De toren van de Oude Kerk stamt uit de 15de eeuw en al zullen er ongetwijfeld klokken in hebben gehangen, er is daar helaas niets meer over bekend. De oudste klok van het Carillon stamt uit 1781 en heeft een doorsnee van 72cm en weegt 230 kg. Hij is gemaakt door de Haagse gieter Johannes Maritz, die befaamd was als geschutgieter, naast deze klok is er slechts één andere klok van zijn hand bekend.
Dat deze klok bewaard is gebleven, is een klein wonder. Hij werd in 1944 met zo’n 200 andere klokken gevorderd door de Duitsers om omgesmolten te worden tot wapens. Echter het schip ‘Hoop op Zegen’ liep op de in aanleg zijnde dijk van de Noordoostpolder en zonk. Na de oorlog werd het schip gelicht en konden de klokken terug naar waar ze hoorden. Via http://oudekerkvoorburg.nl/carillon/ zijn nog veel meer weetjes over het carillon te vinden.
Sinds 2011 is Gerda Peters stadsbeiaardier van Voorburg.





