Als we van onze burgemeester horen is het meestal negatief. Het is iemand die beschermt wat fout is, iemand die foute acties van het college probeert te verhullen en die fouten zelfs aan een nieuwe raad als onvermijdelijk/onaantastbaar probeert op te dringen. Waarschijnlijk om zijn eigen nalaten om in te grijpen in de afgelopen jaren te camoufleren. Jaren waarin hij vaak onzichtbaar was en openlijk afstand nam van een rol bij de aanpak van de grootste problemen van de gemeente. Problemen die door het college waar hij deel van uitmaakte werden veroorzaakt.
Nu ging de burgemeester weer in de fout met zijn waarschuwing aan de nieuwe gemeenteraad. ( https://vlietnieuws.nl/2026/04/03/burgemeester-waarschuwt/ ) In de fout, want het kenmerk van democratie is immers dat zij die gekozen zijn om de burgers te vertegenwoordigen bepalen wat het beleid zal zijn. Dat hoeft geenszins het beleid van hen die niet meer gekozen zijn te betekenen. Dat zou verkiezingen zinloos maken!
Een betrouwbare overheid is een overheid die betrouwbaar is naar de burgers. Niet alleen in de interne gelederen. Een overheid die gemaakte fouten erkent en corrigeert. Die (dus) bereid is om de gevolgen van gemeentebedreigende acties van een vorig bestuur te blokkeren en zo nodig keihard aan te pakken. Een overheid die niet alleen in woorden met lef voor de burger opkomt.
Kennis van de beginselen van behoorlijk bestuur is dus het absolute minimum wat van gemeenteraadsleden geëist kan worden. Beginselen die met name in hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht genoemd worden, alsmede kennis van de Gedragscode openbaar bestuur ( https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-en-integriteit-overheidsinstanties/gedragscode-openbaar-bestuur ). Geëist, want zonder die kennis kunnen de in de gemeentewet opgenomen taken niet uitgevoerd worden. ( https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gemeenten/raadsleden ) En voortzetting van het beleid van een vorig bestuur die deze regels met voeten trad, kan beslist niet.
Voor een betrouwbare overheid zijn de beginselen van behoorlijk bestuur altijd van toepassing. Dus als het vorige bestuur, zoals in Leidschendam-Voorburg jaren het geval was, onbehoorlijk bestuurde is het de plicht van het nieuwe bestuur om daarvan af te wijken. De plicht!
Van de burgemeester weten we dat hij zich bij voorkeur bezighoudt met wat hij leuk vindt en met de bescherming van het college waar hij deel van uitmaakt. Ongeacht welke extreme schendingen van de beginselen van behoorlijk bestuur daar plaatsvinden. Vanuit die taakopvatting is zijn waarschuwing te begrijpen, maar daarom niet minder verwerpelijk.
Dat snapt de burgemeester waarschijnlijk wel maar dat komt hem niet uit. Dus debiteert hij zijn eigen interpretatie van een betrouwbare overheid, hopende dat door gebrek aan kennis ook bij de nieuwe gemeenteraadsleden, zijn valse waarschuwing doel zal treffen. De ordinaire vorm van intimidatie waar hij zich eerder van bediende bij de dame die een parkeerovertreding zou hebben begaan.
De burgemeester heeft meermaals blijk gegeven zijn taak op eigen wijze in te vullen, terzijde te leggen eigenlijk. Daarbij gaf, en met deze waarschuwing aan de nieuwe gemeenteraad, geeft hij er blijk van de belangen van de leden van het vorige college, projectontwikkelaars en zo lijkt het zichzelf, te laten prevaleren boven die van de burgers. Het is overduidelijk dat hij niet het karakter heeft om verantwoordelijkheid te dragen. Kortom, feitelijk (!) is hij geen burgemeester.
Een functionerende burgemeester ontbreekt dus in Leidschendam-Voorburg. Wij hebben een ongekozen, manipulerende, intimiderende uitvoerder van een demissionair, vals college van wethouders.
Als u uw geweten rein wilt houden en als hoogste orgaan van het gemeentebestuur de democratie respecteert, negeert u verachtelijke uitlatingen van degene die al enige tijd doet alsof hij de rol van burgemeester vervult. Die hoeft u als gemeenteraad niet bij uw overwegingen te betrekken. Ieder bestuur heeft immers zijn eigen discretionaire bevoegdheid.
Leden van de nieuwe gemeenteraad, laat zien dat u degenen die u kozen écht vertegenwoordigt. Laat zien dat u een ruggengraat hebt en niet bezwijkt onder de druk van collegeleden die proberen de belangen van projectontwikkelaars én zichzelf voorrang te geven boven die van de inwoners.
(Bram van Duijn)





