Naar aanleiding van het bericht ‘Opvallende bouwplannen gemeente’ van 20 april 2026 op Vlietnieuws https://vlietnieuws.nl/2026/04/20/opvallende-bouwplannen-gemeente/
Wat hier in Klein Plaspoelpolder gebeurt, laat een duidelijk patroon zien: op meerdere plekken wordt iets anders gerealiseerd dan eerder is voorgespiegeld.
Waar ooit sprake was van een baken bij de entree van KPP, komt nu een gezondheidscentrum met 41 woningen erboven. Waar een groen parkachtig gebied was voorzien op het terrein van de voormalige gemeentewerf en het Avalex-afvalstation, komen nu 57 woningen. En waar eerder een groene strook met een theehuis bij de Mebin-kraan in beeld was, blijken nu 89 woningen gepland.
Daarmee verdwijnt stap voor stap precies datgene wat dit gebied kwaliteit en samenhang had moeten geven: groen, ruimte en een herkenbare opzet. Wat overblijft, is een steeds verder verdicht gebied waarin vrijwel elke open plek alsnog voor woningbouw wordt benut.
Dat roept ook inhoudelijke vragen op. Groen bovenop parkeergarages is geen volwaardig groen parkachtig gebied; op parkeergarages kunnen geen volwaardige bomen groeien zoals wel op de mooie plaatjes te zien is. In de directe omgeving zijn nauwelijks winkels, zodat extra woningen ook extra bezorgverkeer zullen betekenen. Voor de vele bezoekers van de apotheek, huisartsen en fysiotherapeut is niet duidelijk waar zij kunnen parkeren; in de directe omgeving is daarvoor nauwelijks ruimte beschikbaar. Daarnaast ontbreekt een plan voor een veilige en overzichtelijke verkeersafwikkeling in en rond het gebied voor fietsers, voetgangers en auto’s. Zijn fietsers en voetgangers wederom loslopend wild, zoals tegenwoordig bij elk bouwproject in Leidschendam-Voorburg?
Daar komt bij dat dit alles plaatsvindt in een gebied met slappe, inklinkende bodem, waar inmiddels al een nieuw gebouw is verzakt. Juist dan zou je toch denken dat er niet verder gebouwd gaat worden?
Voor bewoners voelt dit allang niet meer als zorgvuldige gebiedsontwikkeling, maar als een schaamteloze en systematische uitverkoop van de laatste open plekken. Wie die officiële projecttaal naast de werkelijkheid legt, kan moeilijk anders concluderen dan dat het zogenoemde parkachtige gebied vooral als verkoopverhaal heeft gefunctioneerd. Wat als groene, aaneengesloten openbare ruimte werd gepresenteerd, raakt steeds verder versnipperd en volgebouwd. Inwoners lijken in dit proces vooral geldmachines: nodig om opbrengsten en exploitatie rond te rekenen, maar niet als uitgangspunt voor een leefbare wijk. Zo dreigt KPP niet uit te komen op een zorgvuldig ontwikkeld gebied, maar op een troosteloze betonnen woestijn.
(Philippine Hohage)





