Nieuws
Geen debat over Vlietland

De gemeenteraad zal op 11 mei geen debat voeren over het ontwerp bestemmingsplan doorontwikkeling Vlietland-Noord dat de bouw van 222 laagbouw recreatiewoningen mogelijk zou maken. De zogenoemde ‘agendacommissie’ van de gemeenteraad heeft het onderwerp van de agenda gehaald.

Bruno Bruins, die na de gemeenteraadsverkiezing optrad als ‘verkenner’ voor de vorming van een nieuwe coalitie, had aanbevolen het debat vooralsnog niet te houden. Dit gezien de zwaarte van het onderwerp en de coalitieonderhandelingen tussen VVD, D66 en GBLV. VVD en GBLV zijn voor bouwen, D66 heeft die lijn verlaten. In zijn stuk aan de gemeenteraad heeft Bruins een aantal alinea’s over de kwestie opgenomen. Die waren nauwkeurig afgestemd met de drie partijen.

‘De drie partijen beschouwen ‘Vlietland’ als een cruciaal dossier en merken gezamenlijk het volgende op. VVD-D66-GBLV streven bij de ontwikkeling van ‘Vlietland’ naar een versterking van de natuur en ecologie en de kwaliteit van het groen. Recreatie en deze versterking van de ecologische en natuurlijke inrichting van het gebied moeten hand in hand gaan. Recreatie is daarin alleen inpasbaar als ook versterking van de ecologische en natuurlijke inrichting van het gebied wordt bereikt.

Zolang de benodigde natuur- en andere benodigde vergunningen niet zijn verkregen wordt er -waar de gemeente daar invloed op heeft- niet gebouwd en het plan wordt niet verruimd om meer recreatieve bebouwing mogelijk te maken. VVD-D66-GBLV zet zich maximaal in om de natuur in ‘Vlietland’ te versterken. En zoekt hiervoor actief de dialoog en samenwerking met alle betrokkenen – de provincie, natuurorganisaties, omliggende gemeenten en de ontwikkelende partijen.

Ik adviseer in het nieuwe coalitieakkoord richtlijnen vast te leggen over de mogelijkheden voor, en vormen van, een zo groen mogelijk Vlietland, zoals hiervoor beschreven. Voorbeelden van deze richtlijnen kunnen bijvoorbeeld zijn: financiën, zorgvuldigheid, breed maatschappelijk draagvlak en continuïteit van bestuur. De mogelijkheden, vormen en bijbehorende procesafspraken die daaraan bijdragen zullen op basis van deze richtlijnen in de komende raadsperiode moeten worden verkend en uitgewerkt’.