De reinheid en het comfort in door de gemeente beheerde sporthallen laat veel te wensen over. Er is een groot verschil met de situatie in sporthallen die door Sportfondsen worden beheerd. Daar wordt elke dag schoongemaakt; in de gemeentelijke hallen maar eens per week. Daar zijn veel klachten over.
Dat heeft Peter van Beem, bestuurslid van badmintonvereniging Orbiton, gemeenteraadsleden voorgehouden bij een bespreking van een onderzoek dat de Rekenkamer deed naar de sportaccommodaties in de gemeente. Orbiton speelt op drie plekken: in twee hallen van Sportfondsen en één van de gemeente (Essesteijn).
Van Beem stelde verder dat zijn vereniging nog nooit gehoord had, noch contact had gehad, met een ‘accounthouder sportaccommodaties’ die volgens de Rekenkamer bij de gemeente actief is. ‘Wat doet die dan’, zo vroeg de man van Orbiton zich af.
Het bestuurslid van de badmintonvereniging plaatse verder vraagtekens bij de representativiteit van het onderzoek van de Rekenkamer. Zo is er maar met één buitensportvereniging in Leidschendam-Voorburg contact geweest.
Volgens de Rekenkamer wilde men wel een enquête uitzetten onder alle sportverenigingen doch werd daarvan afgezien omdat die al overvraagd waren door onderzoeken van de gemeente. Op een geprikte datum voor beraad met de sportverenigingen kwam alleen een delegatie van de ene vereniging. Die was, aldus de Rekenkamer, ook bevraagd naar geluiden die men opving van andere sportverenigingen.
Leidschendam-Voorburg kent 22 sportaccommodaties waarvan 10 voor binnensport. 21 ervan zijn eigendom van de gemeente. In 17 gevallen gaat het om verhuur; in vijf om exploitatieovereenkomsten met een andere partij. De gemeente kent ongeveer 40 sportverenigingen. (illustratieve foto)





