Tegen de gemeente is bij de rechtbank Den Haag een zaak aangespannen vanwege het niet tijdig voldoen aan een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (WOO). Het WOO-verzoek betrof de anterieure overeenkomst die de gemeente in 2014 met Unibail Rodamco sloot over de komst van de Mall, en de bijbehorende milieueffectrapportage. De zaak is aangespannen namens de 1300 inwoners die een petitie tekenden tegen de invoering van vergunningparkeren in de wijken rond de Mall. De rechtbank is gevraagd binnen twee weken uitspraak te doen.
Behalve het verzoek om openbaarmaking van beide stukken, weigeren B&W ook te antwoorden op de 21 juridische vragen over het onderwerp vergunningparkeren, aldus de betrokkenen. Die vragen hadden op 4 mei moeten zijn beantwoord. ‘Met deze aanhoudende weigering wordt niet alleen de burger buitenspel gezet, maar wordt ook aan de gemeenteraad de essentiële informatie onthouden, die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn controlerende rol’, zo wordt gesteld.
Volgens de betrokkenen kan de gemeenteraad eind juni ‘geen juridisch houdbare, zorgvuldig gemotiveerde besluiten nemen in het dossier vergunningparkeren rondom de Mall. De achtergehouden documenten vormen de fundamentele feitelijke en juridische onderbouwing van het parkeerbeleid. Zolang het college deze stukken en antwoorden buiten het zicht van de burger én de gemeenteraad houdt, ontbreekt het de raad aan de wettelijk vereiste informatie om de noodzaak, proportionaliteit en rechtmatigheid van de voorgenomen aanwijzingsbesluiten vergunningparkeren te kunnen toetsen’.
In het ‘beroepschrift’ dat bij de Haagse rechtbank is ingediend staat dat het naast de anterieure overeenkomst uit 2014 ook gaat om alle addenda bij die overeenkomst, alle correspondentie en verslagen (2021 tot heden) tussen de gemeente en de Mall over het opheffen van gratis parkeren. de feitelijke onderbouwing en parkeertellingen omtrent de moskee (Zilvermeeuwlaan Leidschendam).
De gemeente heeft zelf de WOO-beslistermijn schriftelijk verdaagd tot uiterlijk 12 mei 2026, onder opgave van de reden vakantie en onderbezetting. Ook deze termijn is ongebruikt verstreken zonder enige reactie van verweerder. Op 18 mei 2026 heb ik verweerder formeel in gebreke gesteld met een termijn van twee weken om alsnog te beslissen. Ook deze termijn is verstreken zonder enige reactie. De beslistermijn voor een Woo-verzoek bedraagt vier weken, met een mogelijkheid tot verdaging van maximaal twee weken uitsluitend wegens de complexiteit van het verzoek. Vakantie en onderbezetting zijn geen wettelijk toegestane gronden voor verdaging.
De gevraagde documenten zijn volgens het beroepschrift ‘rechtstreeks van belang voor de lopende besluitvorming over de invoering van vergunningparkeren in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente is thans in heronderhandeling met URW (Mall-eigenaar, red.) over het opheffen van de in de AOK vastgelegde verplichting tot gratis parkeren, terwijl de anterieure overeenkomst als beschermingswal voor de omliggende wijken nog onverkort van kracht is. Eiser en de 1300 mede-ondertekenaars van de bewonerspetitie hebben een spoedeisend recht op openbaarheid van deze documenten, zodat zij hun rechtspositie als derde-belanghebbenden kunnen bepalen voordat onomkeerbare besluiten worden genomen’.
‘Verweerder (de gemeente, red.) heeft, ondanks de verstreken wettelijke termijn en de formele ingebrekestelling van 18 mei 2026, nagelaten een besluit te nemen op het Woo-verzoek. De lopende heronderhandelingen tussen verweerder en URW over de anterieure overeenkomst maken de openbaarmaking van de gevraagde documenten des te urgenter, nu deze documenten de juridische basis vormen voor de bescherming van de woonomgeving van eiser en mede-ondertekenaars. Het achterhouden van deze stukken houdt deze ernstige schending en de lopende heronderhandelingen buiten het zicht van bestuursrechtelijke controle’.
‘Eiser verzoekt uw rechtbank respectvol om: Het beroep gegrond te verklaren. Verweerder op te dragen om binnen twee weken (14 dagen) na de uitspraak alsnog een besluit te nemen op het Woo-verzoek en de documenten te verstrekken. Aan deze uitspraak een rechterlijke dwangsom te verbinden van 100 euro per dag, of een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen hoger bedrag, voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt. Verweerder te veroordelen in de proceskosten en het door eiser te betalen griffierecht volledig te vergoeden’.





