Al ruim zes jaar volg ik de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg. Ik heb tal van vergaderingen bijgewoond of teruggekeken, en zelf diverse malen ingesproken. Wat mij in die jaren vooral is opgevallen, is hoe voorspelbaar veel besluitvorming verloopt. Natuurlijk worden er vragen gesteld en worden moties ingediend. Maar een echt politiek debat, waarin partijen elkaar inhoudelijk uitdagen, fundamentele keuzes blootleggen en soms ook van standpunt veranderen, zie ik zelden.
Bij belangrijke ruimtelijke kaders, beleidsnota’s en andere richtinggevende voorstellen lijkt de uitkomst meestal al vast te staan voordat de vergadering begint. De coalitie houdt de gelederen gesloten en voorstellen worden doorgaans, hooguit na enkele beperkte aanpassingen, aangenomen. Dat is politiek gezien vast wel legitiem, maar voor inwoners is nauwelijks zichtbaar waarom bepaalde keuzes worden gemaakt of welke alternatieven serieus zijn afgewogen. De raad is zo meer een besluitvormingsmachine in plaats van een arena voor publieke meningsvorming.
Juist daarom was de extra raadsvergadering over de vastgelopen coalitievorming afgelopen dinsdag 30 juni zo verfrissend. Ironisch genoeg ontstond er eindelijk een debat waarin partijen elkaar kritische vragen stelden en politieke verschillen zichtbaar werden. Partijen moesten kleur bekennen en verschillen van inzicht werden zichtbaar. Dat zou eigenlijk geen uitzondering moeten zijn, maar de regel.
Des te vreemder was het dat raadslid Daniël Tempelman van de Partij voor de Dieren, die op een rustige en zakelijke manier diverse kritische vragen stelde aan verschillende fracties, daarover werd berispt door GBLV-raadslid Walter Rosbenders. Alsof scherpe vragen niet zouden horen in een raadsdebat.
Maar wat is eigenlijk het probleem? Een gemeenteraad is geen theekransje. De raad is de plek waar politieke verschillen zichtbaar mogen én moeten worden. Daar worden belangen afgewogen, keuzes gemaakt en bestuurders gecontroleerd. Kritische vragen horen daarbij. Ook als ze ongemakkelijk zijn.
Sinds de invoering van het duale stelsel in 2002 is juist beoogd dat de gemeenteraad onafhankelijk tegenover het college staat en het politieke debat voert, dat inwoners mogen verwachten. Dat debat hoeft niet onvriendelijk te zijn, maar mag best scherp zijn. Zolang de inhoud centraal staat en mensen elkaar met respect behandelen, is daar niets mis mee.
Sterker nog: een democratie zonder zichtbaar debat verliest aan kwaliteit. Inwoners hebben recht om te zien welke keuzes worden gemaakt, welke argumenten daarbij horen en waar partijen werkelijk voor staan. Een raad waarin de meningsvorming grotendeels buiten de vergaderzaal plaatsvindt, doet zichzelf én de inwoners tekort.
Misschien is het tijd dat de raad minder bang wordt voor politieke wrijving. Democratie wordt niet sterker door meningsverschillen te dempen, maar door ze openlijk en respectvol uit te vechten.
(Sander Wennekers)





