Mening
Een groene woongemeente (6)

Morgen is gisteren al begonnen

Voor het klimaat is dat een eenvoudige werkelijkheid. Een deel van onze toekomst is al ‘ingebouwd’. Want stel dat de wereld er dit jaar in slaagt de uitstoot van broeikasgassen vrijwel tot nul terug te brengen. Uiteraard een wel heel heroïsche veronderstelling. Dan nog is het klimaatprobleem niet opgelost. De aarde is nu al serieus opgewarmd en de sterk verhoogde CO₂-concentratie in de atmosfeer (ca. 420 ppm) doet er honderden jaren over om langs natuurlijke weg terug te keren naar het niveau van 50 jaar geleden (ca. 330 ppm), laat staan naar het pre-industriële niveau. Ook als er verder geen CO₂ meer bijkomt, hebben we nog lange tijd te maken met droogte, hittegolven, extreme neerslag en wateroverlast. Maar de wereld kan de uitstoot natuurlijk niet plotseling stoppen. De CO₂-concentratie en daarmee de opwarming zullen dus eerst nog verder oplopen.

De effecten zullen zich steeds sterker manifesteren. En sommige zijn nu al heftig: de steeds moeilijker te bedwingen bosbranden, de extreme droogte en lage waterstanden, de hittegolven en mogelijk opnieuw enorme wateroverlast. Klimaatverandering is geen verre toekomst meer. We zitten er al middenin.

Klimaatbeleid kent daarom twee sporen. Het eerste richt zich op de oorzaken: minder uitstoot van broeikasgassen. Dat noemen we klimaatmitigatie. Het tweede richt zich op de gevolgen: onze leefomgeving aanpassen aan een warmer klimaat. Dat is klimaatadaptatie. We zullen beide tegelijkertijd moeten aanpakken.

Klimaatmitigatie vereist echter een mondiale aanpak. Een klein land, en een gemeente al helemaal, heeft op de wereldwijde uitstoot slechts beperkte invloed, al moeten we uiteraard allemaal ons steentje bijdragen. Maar op de gevolgen voor de eigen inwoners heeft een gemeente wél invloed. Hoe houden we buurten leefbaar tijdens hittegolven? Hoe zorgen we voor meer schaduw? Hoeveel bomen planten we extra? Hoeveel steen vervangen we door groen? Waar kan overvloedig regenwater in de bodem worden opgenomen en hoe houden we water vast voor de volgende droogteperiode?

Daar is ook in Leidschendam-Voorburg nog veel werk aan de winkel. Er zijn veel versteende straten. Bij nieuwbouw wordt lang niet altijd voldoende ruimte gereserveerd voor grote bomen die later voor schaduw en verkoeling kunnen zorgen. En tijdens mijn wandelingen zie ik overal betegelde tuinen bijkomen.

Het goede nieuws is dat hierover inmiddels prachtige beleidsplannen bestaan. Ook in onze gemeente. Het slechte nieuws is dat papier geen schaduw geeft. Bomen op een kaart koelen geen straat af. Ambitie bergt geen regenwater. Leiden de ambities ook tot specifieke, concrete en meetbare doelen? En worden de plannen uitgevoerd? Worden de resultaten gemeten? Wordt bijgestuurd als doelen niet worden gehaald? Juist daar wordt klimaatadaptatie zichtbaar: niet op papier, maar in elke buurt.

Het komt daarom goed uit dat de regionale Rekenkamer de komende maanden onderzoekt hoe Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg klimaatadaptatie aanpakken en borgen. Kortom: of het beleid doeltreffend, doelmatig en rechtmatig wordt uitgevoerd.

Ik geef graag enkele suggesties voor onderzoeksvragen mee. Hoe zijn de beleidsvoornemens uit het bomenbeleidsplan geborgd? Wordt jaarlijks gerapporteerd hoeveel bomen zijn gekapt of door droogte zijn doodgegaan, hoeveel daarvan zijn vervangen en hoeveel bomen er netto zijn bijgekomen? En wordt bijgehouden hoe de boomkroonbedekking zich per buurt ontwikkelt? Neemt het onverharde oppervlak af, zoals bedoeld? Hoever is het afkoppelen van de hemelwaterafvoer gevorderd, zodat regenwater in de bodem verdwijnt en niet in het riool? En hoe effectief is dit beleid in het licht van de toenemende droogte?

Maar borging gaat verder dan meten. Is er binnen de gemeentelijke organisatie iemand die daadwerkelijk verantwoordelijk is voor klimaatadaptatie en voldoende doorzettingsmacht heeft? Is er voldoende geld voor uitvoering en beheer? En wat gebeurt er als de doelen niet worden gehaald? Zijn daar controleerbare afspraken over gemaakt?

Een andere vraag is of klimaatadaptatie rechtvaardig verloopt. Niet iedereen heeft een grote tuin, woont in een groene wijk, beschikt over een goed geïsoleerde woning of kan een airco betalen. Wat doet de gemeente concreet en meetbaar om de verschillen op het gebied van klimaatadaptatie te verkleinen?

Aan extremer weer kunnen we weinig veranderen. Aan de manier waarop we onze woonomgeving daarop voorbereiden gelukkig wel. Maar hoe weten we eigenlijk of we goed bezig zijn? Dat is de hamvraag.

(Sander Wennekers)