Gemeenteraadslid Lieke Muller (Aandacht-LV) heeft B&W een groot aantal vragen gesteld over de overeenkomst die op 6 maart 2014 met Mall-eigenaar Unibail Rodamco is gesloten voor de komst van het winkelcentrum en de verplichtingen die daaruit voortvloeien voor URW, de huidige Mall-eigenaar. Tevens wil het gemeenteraadslid nadere informatie over een nieuwe overeenkomst die B&W met URW wil aangaan, als opvolger van het akkoord uit 2014.
Muller wijst erop dat B&W eerder aangaven dat er in het derde kwartaal van dit jaar een besluit over de nieuwe deal met URW zou vallen. Over de voortgang van de gesprekken met URW zou de gemeenteraad periodiek worden geïnformeerd, zo beloofden B&W begin dit jaar. Dat is echter niet gebeurd.
‘Voor de volledigheid, ook naar inwoners, ontvangen wij graag een overzicht van de raadsbrieven over de voortgang van de samenwerkingsagenda en -overeenkomst’, luidt de eerste vraag van Muller. ‘Op vrijdag 9 januari 2026 is de raad via een collegemail geïnformeerd over het feit dat Unibail-Rodamco-Westfield (URW) op 23 december 2025 een verzoek heeft ingediend tot het invoeren van betaald parkeren op het terrein van de Mall. Dit verzoek kwam 2 weken nadat op 9 december 2025 een meerderheid van de raad had ingestemd met het besluit over fase 1 van het vergunningparkeren. Op 11 januari heeft de fractie van Aandacht-LV vragen gesteld over dit verzoek. In de beantwoording gaf het college aan het verzoek van URW nog niet inhoudelijk te hebben beoordeeld, en derhalve nog geen inhoudelijk standpunt ten aanzien van het verzoek van URW kan doen’.
‘Inmiddels zijn we ruim een half jaar verder, lopen de coalitieonderhandelingen ten einde en zouden de onderhandelingen tussen gemeente en URW over een samenwerkingsovereenkomst ook richting het einde lopen. Wat is inmiddels het inhoudelijke standpunt van het college ten aanzien van het verzoek van URW tot invoering van betaald parkeren en hoe beoordeelt het college de timing van dit verzoek, twee weken na het raadsbesluit over het vergunningparkeren?’
Muller verwijst vervolgens naar een aantal artikelen uit de overeenkomst van 2014.
= Artikel 20.1. ‘Partijen zullen uiterlijk 6 maanden voor de eerste start van de bouwwerkzaamheden nadere afspraken gemaakt en vastgelegd hebben omtrent het opzetten van een programma voor stage en opleiding van leerlingen uit de Gemeente, het meten van de werkgelegenheid, het meten van de bezoekersaantallen en het meten van het veiligheidsniveau. Unibail zal hiertoe een voorstel opstellen en aan de Gemeente voorleggen’. Welke afspraken zijn conform artikel 20.1 gemaakt over het meten van bezoekersaantallen? Welke gegevens zijn sinds de opening van de Mall verzameld en zijn deze gegevens gedeeld met het college/betrokken bij de onderbouwing van het verzoek van URW om betaald parkeren in te voeren? Welke afspraken zijn gemaakt rond het meten van het veiligheidsniveau?’
= Artikel 25.1. ‘Uitgangspunt voor de Parkeervoorzieningen is het handhaven van de huidige situatie van vrij parkeren in ieder geval tot en met 2 jaar na de grande opening (zijnde de opening voor het publiek) van het Project Totaal. Indien Unibail nadien, in verband met het beheersbaar kunnen faciliteren van de gebruikers van het Winkelcentrum, hetgeen temeer van belang is aangezien zal worden voorzien in een bebouwde parkeervoorziening met een hoger serviceniveau dan gemiddeld, het van belang acht een parkeerregulering voor te stellen, zal Unibail dit gemotiveerd aan de Gemeente voorleggen en onderbouwen wat zij hiermee beoogt te bereiken’. Artikel 25.1 bepaalt dat URW een voorstel tot parkeerregulering gemotiveerd aan de gemeente moet voorleggen en moet onderbouwen wat zij hiermee beoogt te bereiken. Welke concrete problemen wil URW met betaald parkeren oplossen en met welke feiten, cijfers en onderzoeken heeft URW de noodzaak hiervan onderbouwd?
= Artikel 25.2. ‘Unibail zal als onderdeel van dit voorstel onderzoeken en schriftelijk aan de Gemeente meedelen welke andere mogelijkheden van parkeerregulering bestaan en haalbaar zijn teneinde de parkeervoorziening beheersbaar te kunnen faciliteren. In alle gevallen zal er sprake zijn van een minimale periode van vrij parkeren van twee uur’. Artikel 25.2 verplicht URW om te onderzoeken en schriftelijk aan de gemeente mee te delen welke andere mogelijkheden van parkeerregulering bestaan en haalbaar zijn. Heeft URW dit onderzoek uitgevoerd en aan het college verstrekt? Zo ja, kan dit met de raad worden gedeeld en welke alternatieven zijn onderzocht en met welke uitkomsten? Zo nee, deelt het college de conclusie dat nog niet aan de voorwaarden uit artikel 25.2 is voldaan? Artikel 25.2 bepaalt dat in alle gevallen sprake zal zijn van minimaal twee uur vrij parkeren. Bevestigt het college dat deze bepaling onverkort van kracht is en dat het daarom niet zal instemmen met parkeerregulering waarbij bezoekers van de Mall niet minimaal twee uur gratis kunnen parkeren?
= Artikel 25.6. ‘Unibail draagt er middels contractuele bepalingen in de nieuwe huurcontracten (en zo mogelijk ook de bestaande) dan wel het huishoudelijk reglement van de CVvE, zorg voor dat werknemers gebruik zullen kunnen maken van de gebouwde parkeervoorziening in het winkelcentrum en niet de parkeervoorzieningen in de wijken rondom het winkelcentrum zullen gebruiken’.
Muller: ‘Wij hebben vanuit URW, huurders/ondernemers en omwonenden begrepen dat werknemers van de Mall wel degelijk en veelvuldig in omliggende wijken parkeren. Dit is opvallend omdat artikel 25.6 expliciet bepaalt dat Unibail ervoor zorg draagt dat werknemers gebruik kunnen maken van de gebouwde parkeervoorziening in het winkelcentrum en niet van parkeervoorzieningen in omliggende wijken. Op welke wijze heeft URW sinds de opening van de Mall uitvoering gegeven aan deze contractuele verplichting en de controle op de naleving ervan? Hebben het college en/of URW inzicht in het aantal werknemers van de Mall dat in omliggende woonwijken parkeert en is onderzocht welk aandeel zij hebben in de parkeerdruk in deze wijken? Zo ja, wat zijn de uitkomsten? Zo nee, waarom is dit niet onderzocht? Wanneer en op welke wijze heeft de gemeente gecontroleerd of URW artikel 25.6 naleeft? Wat waren de uitkomsten en heeft het college URW naar aanleiding daarvan aangesproken op naleving? Zo ja, met welk resultaat? Zo nee, waarom niet?’
= Artikel 27. ’Het planteam zoals ingesteld in de Intentieovereenkomst blijft gehandhaafd. Het planteam heeft met het oog op het geven van uitvoering aan deze Overeenkomst tot taak: c. met elkaar te overleggen, elkaar te informeren en elkaar te adviseren over alle zaken die van belang zijn voor de uitvoering van deze Overeenkomst en de totstandkoming van het ontwerp bestemmingsplan’. Is de mogelijke invoering van betaald parkeren vóór het formele verzoek van URW van 23 december 2025 al tussen gemeente en URW besproken? Zo ja, sinds wanneer, in welke overlegstructuren en is dit vóór het raadsbesluit van 9 december 2025 aan de raad gemeld?
‘In november 2025 gaf het college aan naar verwachting in het derde kwartaal van 2026 een besluit te kunnen nemen over een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met URW. In de beantwoording van onze vragen over het verzoek tot betaald parkeren gaf het college vervolgens aan dat dit verzoek onderdeel is van de samenwerkingsovereenkomst die de gemeente met URW gaat maken. Tegelijkertijd is de overeenkomst uit 2014 nog altijd van kracht en bevat artikel 25 concrete afspraken en verplichtingen over parkeerregulering, waaronder de onderbouwing daarvan, het onderzoeken van alternatieven, minimaal twee uur vrij parkeren en het parkeren van werknemers van de Mall. Welke afspraken over parkeren en parkeerregulering maken deel uit van de onderhandelingen over de nieuwe samenwerkingsovereenkomst en hoe verhouden deze zich tot de bestaande afspraken uit artikel 25 van de Anterieure Overeenkomst? Kan het college garanderen dat de nieuwe samenwerkingsovereenkomst niet afwijkt van of afbreuk doet aan artikel 25 en, indien afwijkingen toch worden overwogen, de raad hierover vóór besluitvorming en ondertekening wordt geïnformeerd en in de gelegenheid wordt gesteld om zich uit te spreken?’





