Nieuws
Afgekapt raadslid komt terug

Marijn Damsma, die deze week van burgemeester Martijn Vroom geen vragen mocht stellen over een toezegging aan de gemeenteraad over Vlietland die wethouder Bianca Bremer (GBLV) niet was nagekomen, is op de zaak teruggekomen. Ze heeft nu schriftelijke vragen aan de wethouder gesteld.

Damsma: ‘Onlangs ontving de raad een overzicht actualisatie toezeggingen. Het valt ons op dat erg veel toezeggingen nog open staan. De raad mag van het gemeentebestuur verwachten dat er regelmatig een overzicht wordt verstrekt en dat toezeggingen ook daadwerkelijk tijdig uitgevoerd worden. U wordt verzocht om periodiek (elke drie maanden) te rapporteren over de stand van zaken van de openstaande toezeggingen en de openstaande moties.

Met dit schrijven wil ik aandacht vragen voor toezegging 1248, van 10 maart 2026 van wethouder Bremer over het zoeken naar oplossingsrichtingen voor Vlietland. Wethouder Bremer: Zegt toe de gevolgen van de motie juridisch uit te zoeken en of de ontwikkelaar, RVC en de provincie geschaad worden als ze de buurgemeenten en de provincie gaat bellen. Ze informeert de raad voor de commissiebehandeling in mei.

De reactie van het college was op 3 juni: De behandeling van het raadsvoorstel 3001 in de commissie en raad is vertraagd. De raad zal te zijner tijd alsnog voorafgaand aan de commissiebehandeling geïnformeerd worden over de juridische en overige risico’s van het benaderen van de buurgemeenten en de provincie.

Nog steeds heeft de raad niets ontvangen. Dit vind ik een gemiste kans met aanzienlijke gevolgen: doen wat moet en ruimte zoeken voor wat kán, staan in deze raad soms tegenover elkaar, terwijl de twee niet haaks op elkaar hoeven staan. We kunnen beide doen. Met respect voor wat echt móet en ambitie voor wat kan.

Wij vragen de wethouder om met de raad te delen of zij al een begin heeft gemaakt met de uitvoering van de toezegging? Zo ja, wat heeft zij gedaan? En wat is daar uitgekomen? Graag een feitenrelaas. Zo nee, waarom niet? Dat er verkiezingen zouden zijn (en een formatie zou volgen) was op 10 maart 2026 bekend. Kan de wethouder de vragen voor 8 oktober beantwoorden, zodat we op basis daarvan kunnen beoordelen of agendering in de commissie nodig is?’