Mening
Een groene woongemeente (7)

Het gaat om de boomkronen, stupid!

Een boom kappen en er een jonge boom, of heel modern twee jonge bomen voor terugplanten. Op papier lijkt dat een goede deal. Maar het gaat niet om het aantal bomen, het gaat om de boomkronen.

Dit in de natuurbescherming breed gedeelde inzicht kreeg onlangs extra onderbouwing in een artikel in GeoHealth (2026). Onderzoekers onderzochten of veranderingen van de boomkroonbedekking in stadsbuurten samenhangen met de gezondheid van bewoners. Hun bevinding is opvallend: als de boomkroondekking stijgt, daalt het sterftecijfer. In de heetste wijken hing juist verlies van boomkroon samen met een hogere sterfte.

Tja, en als je een  grote boom kapt en vervangt door een jonge boom daalt nu eenmaal de boomkroonbedekking. En zo’n jonge boom heeft ook nog eens tientallen jaren nodig voordat zij dezelfde boomkroon heeft. En dat betekent jarenlang minder schaduw en verdamping, en dus meer hittestress. En daarnaast ook minder waterberging, koolstofopslag en leefruimte voor dieren.

Daarmee komt een bekende gemeentelijke redenering in een ander licht te staan: boom gekapt + nieuwe boom geplant = bomenbestand op peil. Dat is een boekhoudkundige werkelijkheid, maar geen ecologische.

Hoe doen we dat in Leidschendam-Voorburg?
Leidschendam-Voorburg heeft een mooi en ambitieus nieuw Bomenbeleidsplan. Daarin staat terecht dat bomen belangrijk zijn voor klimaat, biodiversiteit, gezondheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. Maar de uitvoering van dat beleid verdient meer aandacht.

Jaarlijks worden na de periodieke boominspectie in de openbare ruimte meer dan 400 bomen gekapt. Daarnaast zijn er nog vele andere aanvragen voor een kapvergunning, waardoor het eindbeeld niet doorzichtig is. De kap zal voor een deel onvermijdelijk zijn. Een gevaarlijke boom kun je niet overal laten staan omdat zij ecologisch zo waardevol is. Maar een gezonde boom die wat ongemak veroorzaakt, of een boom met gebreken die nog opgeknapt of ondersteund kan worden, hoeft misschien helemaal niet gekapt te worden. Je kunt ook snoeien, of de groeiplaats verbeteren, of enige overlast tolereren.

Ook bij bouwprojecten verdwijnen heel vaak gezonde bomen, omdat ze voor het bouwproject in de weg staan. Er wordt dan herplant  beloofd, en daarmee lijkt alles netjes geregeld te zijn. Maar daarmee zijn de ecologische schade en de negatieve impact op de gezondheid van de omwonenden nog niet gecompenseerd.

Ook worden er regelmatig kapvergunningen voor oude straatbomen aangevraagd en verleend vanwege wortelopdruk, bladval, schaduw of andere vormen van overlast.

Moderniseer dus de jaarlijkse inspectie en weeg het ecologisch belang van bestaande bomen mee. Een boom die een gebrek vertoont, hoeft niet automatisch op korte termijn te verdwijnen. Er zijn zoals gezegd soms andere mogelijkheden.

En hoe zwaar moet ‘overlast’ wegen?
Ook hier ligt ruimte. Wortelopdruk is vervelend. Blad op straat ook. En niemand zit te wachten op takken die voor zijn raam hangen. Maar moeten al deze ongemakken automatisch leiden tot het verdwijnen van een volwassen straatboom?

Er zijn gemeenten die daar anders mee omgaan. Blaricum heeft bijvoorbeeld vastgelegd dat eerst moet worden onderzocht of overlast op een andere manier kan worden opgelost. Wortelopdruk kan soms worden aangepakt door de boomspiegel of bestrating aan te passen. Bij blad- en vruchtval kan extra beheer nodig zijn. Normale bladval en enige schaduwwerking behoren simpelweg bij bomen.

Dat vind ik een betere benadering. Eerst de overlast proberen op te lossen, en pas daarna de boom ter discussie stellen. Op dit moment worden bijna alle aanvragen van een kapvergunning gehonoreerd. De beoordeling mag wel wat strenger worden.

Ook bij particuliere bomen kan het anders
Bij particuliere kapaanvragen lijkt het uitgangspunt in Leidschendam-Voorburg vaak tamelijk eenvoudig: als de eigenaar een aanvaardbare reden heeft, wordt een vergunning verleend. Maar ook hier bestaan andere modellen.

In Apeldoorn wordt het individuele belang van de aanvrager expliciet afgewogen tegen het algemene belang van het behoud van de boom. Daarbij tellen onder andere natuurwaarden, klimaatadaptatie en leefbaarheid mee. Dat lijkt mij ook een goede richting voor Leidschendam-Voorburg.

Een boom op particulier terrein is immers niet uitsluitend een privébelang. De schaduw die zij geeft, het water dat zij verdampt, de vogels die erin leven en de verkoeling die zij de omgeving biedt, houden niet op bij de erfgrens.

De bomen vormen de ruggengraat
Mijn pleidooi is dus heel simpel: de drempel voor het kappen van een volwassen boom kan hoger worden naarmate de reden voor kap minder zwaar weegt. Bij overlast zou eerst naar alternatieven moeten worden gekeken. En een bouwproject kan al in de ontwerpfase aan de bestaande bomen worden aangepast.

Maar begrijp me niet verkeerd: we moeten ook heel veel bomen planten. Maar niet ter vervanging van bestaande bomen die we nodeloos omhakken. Nee, we kappen zo min mogelijk bomen en we planten er zoveel mogelijk extra. En we investeren in gezonde groeiplaatsen zodat bomen ook echt kunnen uitgroeien. Al die bomen vormen samen de ruggengraat voor een toekomstig groen stadslandschap, waarin ook heesters en kruiden samen met de bomen de dagelijkse leefwereld vormen van mens en dier.

En daarmee komen we bij een volgende vraag. Hoeveel boomkroon willen we in de toekomst hebben? En hoe borgen we dat? Daarvoor moeten we met een andere blik kijken naar de inrichting van onze gemeente. Want wat we vandaag bouwen, aanplanten en onder de grond aanleggen, bepaalt mede hoe groen en leefbaar Leidschendam-Voorburg over 25 jaar zal zijn. Daarover gaat een volgende column: de 2050-toets.

(Sander Wennekers)