De gemeente heeft geen inzicht in het aantal kinderen met een taal- en/of leesachterstand. Dat heeft wethouder Philip van Veller laten weten in antwoorden op vragen van Aandacht-LV.
Het aanpakken van taal- en/of leesachtstanden is in het basis- en voortgezet onderwijs een zaak van de scholen. Bij peuters (0-4 jaar) houdt de Jeugd gezondheidszorg (JGZ) een en ander in de jaren. JGZ bereikt 98 procent van de peuters in de gemeente (3116).
Uit onderzoek van JGZ blijkt dat er 347 registraties waren van taalachterstanden. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om peuters waarbij thuis geen Nederlands wordt gesproken.
Via voorschoolse educatie (VE), een speciaal programma voor peuters tussen 2,5 en 4 jaar, wordt getracht daar iets aan te doen. Daarin participeert ook de gemeente. Ongeveer de helft van de peuters wordt echter niet bereikt. Dat is een hoog percentage in vergelijking met andere gemeenten. Van Veller geeft aan het bereik van VE de komende jaren te willen verhogen.
Deze maand wordt in samenwerking met de kinderopvang ‘Thuis in Taal’ gestart: een programma dat professionals helpt om samen met ouders een duurzame, taalrijke omgeving voor kinderen te creëren.
Binnen de Locale educatieve agenda (LEA, samenwerking tussen gemeente en onderwijs) is als speerpunt opgenomen om extra aandacht te hebben voor taalondersteuning. Dit geldt voor alle leerlijnen. Vanaf september wordt hier invulling aan gegeven. De focus ligt op het versterken en verbinden van het bestaande aanbod, zodat partijen, jongeren en ouders weten welk aanbod beschikbaar is.





