Recreatiecentrum Vlietland (RCV) heeft de provincie in gebreke gesteld daar waar het gaat om een groot aantal werkzaamheden en activiteiten in en rond het natuur- en recreatiegebied. Binnen zes weken moet de provincie aangeven hoe zij alsnog aan haar verplichtingen gaat voldoen. Zo niet dan zal RCV een schadeclaim indienen.
Dat blijkt uit een ‘ingebrekestelling’ annex ‘sommatie’ die BarentsKrans advocaten namens RCV aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben doen toekomen.
Bij de zaken die de provincie volgens RCV niet is nagekomen gaat het om:
= Omlegging van de Rietpolderweg. De Provincie moest de Rietpolderweg en de bijbehorende paden ‘onmiddellijk’ na 16 december 2019 omleggen. Nu, bijna zeven jaar later, is dat nog altijd niet gebeurd.
= Verwijdering van wegen, paden en parkeerterreinen. Dit had de Provincie na 6 december 2021 moeten doen. Bijna vijf jaar later heeft zij dit nog steeds niet gedaan, met uitzondering van parkeerterrein Weegbree, dat wel is verwijderd.
= Openbare voorzieningen. De aanleg van onder meer de parkeerterreinen, de stranden en het evenemententerrein had na 6 december 2021 moeten plaatsvinden. De Provincie heeft ze echter nog steeds niet gerealiseerd.
= Optierecht op gronden tussen de Spartelvijver en de zicht- en geluidwerende wal (waarvoor de Provincie toestemming heeft gegeven deze te realiseren). RCV heeft gebruikgemaakt van haar optierecht om hier extra gronden in erfpacht te nemen. De Provincie verbindt aan de uitgifte een voorwaarde die niet is afgesproken. Dit is in strijd met de contractueel vastgelegde afspraak dat partijen zich verplichten ‘volledig en onvoorwaardelijk’ mee te werken aan deze en andere vervolguitgiften.
= Optierecht op gronden bij het te realiseren restaurant met allerlei voorzieningen aan het zwemstrand. RCV heeft gebruikgemaakt van haar optierecht om hier extra gronden in erfpacht te nemen. Ruim vier jaar na het verzoek van RCV is deze grond nog steeds niet uitgegeven.
= Optierecht op gronden bij het Aquapretpark. RCV heeft gebruikgemaakt van haar optierecht om hier extra gronden in erfpacht te nemen. De Provincie verbindt aan de uitgifte een voorwaarde die niet is afgesproken. Dit is in strijd met de contractueel vastgelegde afspraak dat partijen zich verplichten ‘volledig en onvoorwaardelijk’ mee te werken aan deze en andere vervolguitgiften.
= Calamiteitenroute. De Provincie heeft zich contractueel verplicht tot aanleg van een deugdelijke calamiteitenroute aan de oostkant van Vlietland. Deze route en de drie bruggen in deze route voldoen nog steeds niet aan de wettelijke eisen.
= Bediening van de Jaap Smitbrug. Deze ophaalbrug in Vlietland is nu al circa twee jaar defect. De Provincie komt haar ter zake contractueel vastgelegde verplichtingen en verder gedane toezeggingen inzake de bediening van deze ophaalbrug op afstand door watersporters en RCV niet na.
= Elektriciteitskabels. De Provincie onthoudt toestemming voor een stroomkabel naar het toekomstige restaurant bij het zwemstrand en laat een zonder toestemming van RCV aangelegde elektriciteitskabel op de grond van RCV liggen, waardoor de overeengekomen inrichting en exploitatie van deze grond niet kan plaatsvinden.
= Bewegwijzering op de A4. Als gevolg van de aanleg van de Rijnlandroute zijn twee verwijzingsborden op de A4 naar Vlietland weggehaald. RCV heeft de Provincie dringend verzocht deze borden zo spoedig mogelijk terug te laten plaatsen. Door een onjuiste handelwijze van de Provincie is hier tot nu toe geen invulling aan gegeven.
BarentsKrans stellen dat de provincie heeft zich als privaatrechtelijke contractspartij gebonden. Dat zij ook bestuursorgaan is, ontslaat haar niet van nakoming van haar civielrechtelijke verbintenissen. Zij kan niet naar believen schakelen tussen haar publiekrechtelijke en haar privaatrechtelijke hoedanigheid. Budgettaire overwegingen en gewijzigde beleidsvoorkeuren kunnen geen redenen zijn aangezien de erfpachtakte die provincie en RCV in 2019 tekenden zulke voorbehouden niet kent. De provincie heeft ook geen ruimte voor een eigen afweging, aldus de advocaat van RCV.
De advocaat verwijst naar talloze brieven die RCV al aan het provinciaal bestuur stond waarin werd aangedrongen op het nakomen van aangegane verplichtingen. De enige reactie was dat de provincie de verplichtingen niet zal nakomen of alleen op een andere manier.
‘De provincie schiet toerekenbaar tekort in de nakoming van haar verplichtingen. Die tekortkomingen berusten op haar eigen keuzes en komen dus voor haar rekening. RCV lijdt daardoor schade. De provincie moet die schade vergoeden. Over de periode waarin zij in verzuim is, moet zij ook de vertragingsschade vergoeden. Die schade bestaat voor RCV onder meer uit de volgende posten van geleden verlies en gederfde winst:
= gederfde winst uit de exploitatie van Vlietland, onder meer doordat de overeengekomen openbare voorzieningen ontbreken en de bereikbaarheid van het gebied tekortschiet;
= gederfde winst, waaronder gederfde canon- en huurinkomsten, doordat de voorzieningen die RCV en haar ondererfpachters en huurders mogen realiseren later of niet tot stand komen, zoals het restaurant bij het zwemstrand met allerlei voorzieningen, de horecavoorziening bij de Spartelvijver de nieuwe voorzieningen bij het Aquapretpark, de nieuwe voorzieningen op de optiegronden en de ligplaats voor de rondvaartboot;
= redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte, waaronder de kosten van juridische bijstand en deskundigen.
Wat de Rietpolderweg, verhardingen en openbare voorzieningen betreft wil RCV dat die voor eind 2027 zijn geregeld; voor de optiegronden staat een termijn van 3 maanden, de calamiteitenroute moet er voor 1 juli 2027 zijn, de brug moet voor 1 mei 2027 werken, de elektriciteitskabels moeten er voor 1 juli 2027 liggen en de bebording moet binnen 4 weken op orde zijn.





