Schouten b.v. en Schouten ontwikkeling b.v. zaten in 2015 al in financiële problemen. Er was onvoldoende eigen geld om rekeningen te kunnen betalen. Om toch te kunnen voldoen aan criteria van grote opdrachtgevers voor bouwwerken werd de werkmaatschappij Bouw- en aannemingsmaatschappij Schouten b.v. omgezet in een holding onder de naam Schouten holding. Tegelijk werd de toenmalige holding J. Schouten beheersmaatschappij een werkmaatschappij onder de naam Schouten b.v..
Dat blijkt uit het eerste verslag van curator B. Tideman. Schouten b.v. en Schouten ontwikkeling gingen eind vorig jaar failliet. Bij de operatie in 2015 werden contracten en bankrekeningen niet overgezet. Leveranciers en onderaannemers wisten zo niet met wie ze eigenlijk zaken deden. Voor facturen was er één emailadres.
Door de vastgoedcrisis was er een tekort aan geld. Er werd dus uitstel van betaling aangevraagd bij de belastingdienst. Dat kreeg men. In 2017 eiste de belastingdienst echter dat de belastingschuld werd afgebouwd. De twee bedrijven van Schouten deden dat gedeeltelijk en wel met geleend geld.
Dat lenen beperkte het werkkapitaal. Bovendien was er druk van crediteuren, onderaannemers en toeleveranciers om rekeningen te betalen. Bouwprojecten werden vertraagd hetgeen extra kosten met zich bracht. Bovendien moesten er boetes worden betaald vanwege te late oplevering van woningen. Materieel werd verkocht maar ook weer terug gehuurd.
In 2019 eiste de bank(en) dat Schouten de leningen die waren aangegaan om de belastingschuld te voldoen werden afbetaald. Een poging om gronden en ontwikkelingsprojecten te verkopen mislukte. Bovendien zei de RABO-bank het krediet voor Schouten op.
In 2016 leden de bedrijven van Schouten 18.350 euro verlies. Een jaar later was dat 371.874 euro. Voor 2018 en 2019 zijn nog geen cijfers bekend. Inmiddels zijn de panden aan De Tol 8 en Schietlood 16 in Den Haag verkocht. Met de opbrengsten zijn zes crediteuren die beslag hadden laten leggen op die panden ook betaald.
Bouwbedrijf Niersman heeft de bouwprojecten Molenpad Leidschendam, Voorburgs Kwartier Leidschendam en Plaspoelkade Leidschendam inmiddels overgenomen.
De fiscus claimt nog 2,9 miljoen euro. De RABO-bank 6,3 miljoen euro. Verder zijn er nog debiteuren ter waarde van 2,4 miljoen euro. De Schouten-bedrijven hadden 40 lease-overeenkomsten lopen ten tijde van het faillissement.
Volgens B. Tideman zijn onder andere Schouten&De Jong holding, Schouten&De Jong projectontwikkeling, CP Schouten beheer en CAM de Jong beheer hoofdelijk aansprakelijk. De gemeente Leidschendam-Voorburg doet nog steeds zaken met Schouten&De Jong ook al wordt erkend dat ook daar rekeningen niet op tijd worden betaald.





