Ze zag er zo zielig uit. De mevrouw die donderdagavond naast haar blauwe scooter over de Parkweg sjokte. Nog jong en zeker niet bang. Anders had ze ons niet aangesproken. Op weg naar huis, in het Westland, had de scooter de geest gegeven. Die ging ze bij het station veilig in de stalling zetten, om vervolgens per bus naar huis te reizen. Alleen had ze geen geld bij zich. Of wij wat konden lenen.

Natuurlijk weet je op zo’n moment dat je belazerd kan worden. Maar ze was zo zielig. Bij de avondwinkel wilde de eigenaar gelukkig was geld wisselen. Dus kon ik de arme ziel wat voor de thuisreis geven. Mijn rekeningnummer opgeschreven, om het terug te betalen. Zou ze meteen doen. Thuis brengen kon ook, ze werkte in de buurt. Neen joh, maak maar over. En weg was ze: verder lopend naast haar defecte vervoermiddel.

Dat zie je nooit meer terug, beloofde mijn vrouw. Je bent erin geluisd. Tja, ze heeft meer mensenkennis dan ik. Dat is duidelijk. We zijn alweer vijf dagen verder en er is geen cent overgemaakt. Wat u zegt: je kunt niemand meer vertrouwen. En zeker geen zielige dame met een blauwe scooter.