De VVD was, politiek gezien, heer en meester in Voorburg. Nadat die gemeente samenging met Leidschendam, werd de politieke hiërarchie in de fusiegemeente voortgezet. Tot eind 2014. Toen werd bekend dat de gemeente bij het onroerendgoed project Duivenvoordecorridor (DVC) afstevende op een verlies van 18,8 miljoen euro.

Dat was voor GBLV en D66 het signaal coalitiepartner VVD de deur te wijzen. Het waren immers altijd VVD-wethouders geweest die verantwoordelijk waren voor DVC. En die hadden nooit iets laten weten over een dergelijk verlies. Ze hadden er in ieder geval niets aan gedaan om het te voorkomen.

Sindsdien is de VVD oppositiepartij. Beleidsmatig staan de liberalen buitenspel. Vrijwel elk voorstel strandt op de coalitie van GBLV, D66, PvdA en GroenLinks. Die partijen bezetten 20 van de 35 raadszetels en kunnen derhalve elk hen onwelgevallig plan torpederen. De VVD mag dan wel hard roepen, feitelijk eet men genadebrood.

Daarbij kwam dat met name GBLV niet aflaat in het eraan herinneren dat het de VVD was die voor het debacle rond DVC verantwoordelijk was en is. Daar heeft een enquête naar het project niets aan afgedaan. De VVD-wond wordt, soms kunstmatig, open gehouden.

VVD-fractieleidster Astrid van Eekelen greep de begrotingsbehandeling 2017 in de gemeenteraad aan voor het slaken van een hartenkreet. Die kwam er op neer dat de VVD af wilde van het negatieve DVC-imago. De partij wil op de feiten beoordeeld worden, niet op basis van emoties. Het verleden moet begraven worden, aldus Van Eekelen. Er moet naar de toekomst worden gekeken en daar willen de liberalen graag een bijdrage aan leveren.

Een opmerkelijke stap. Feitelijk maakt de VVD een knieval voor de coalitie. De partij wil weer mee mogen doen bij het spel om het eggie. Met andere woorden: de liberalen willen weer échte invloed in plaats van het ene na het andere voorstel te zien sneuvelen.

Het is een zwaktebod. Bij de VVD merken ze dat ze geen poot aan de grond krijgen als oppositiepartij. En dat doet pijn bij een voormalige ‘regeringspartij’. Wat moet je de kiezers immers gaan bieden bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018? ‘We wilden wel veel maar er kwam niets van terecht?’ Daar krijg je geen stemmen door.

Door het aanschurken tegen de macht zou je, mits de coalitie dat toestaat, nog enig krediet kunnen claimen voor beleidsonderdelen. Heb je iets tastbaars in handen om de kiezer te laten weten ‘dat is met onze steun tot stand gebracht’. Dat staat ook positiever dan alleen maar kritiek te leveren op die verdomde coalitie.

Bij GBLV, D66, PvdA en GroenLinks werd zwijgend op Van Eekelens ‘cri de coeur’ gereageerd. GBLV-voorman Walter Rosbenders mompelde wel iets over ‘het minder gebruiken van DVC in de richting van de VVD’ maar daar bleef het bij.

De coalitie moet zich ondertussen rot lachen. Anderhalf jaar voor de stembusgang zwaait de grootste oppositiepartij met de witte vlag ten teken van overgave. De kans dat men de VVD zal toelaten in de kring der beleidsbeslissers is nihil. Zo dom zijn ze bij de vier genoemde partijen niet.

Er is ook geen reden toe. De politieke basis van de coalitie is breed genoeg. De acht VVD-zetels in de raad heeft men niet nodig. Kortom: leuk geprobeerd liberalen, maar we zien na maart 2018 wel wie er dan in het gemeentebestuur kunnen plaatsnemen. Voor de VVD rest tot die tijd het schikken in de rol als oppositiepartij. Hoe vervelend dat ook moge zijn. En hoe moedeloos je er ook van wordt.