Nieuws
Den Haag moest effecten windmolen onderzoeken

De gemeente Den Haag was verplicht, voordat men toestond dat er een windmolen werd neergezet op het CEVA-terrein aan de Westvlietweg, de effecten van de molen op een groot aantal terreinen te toetsen. Dat heeft de provincie Zuid-Holland bepaald in de zogenoemde Verordening ruimte uit 2014.

Den Haag moest het effect van de molen op natuur, flora en fauna, stads- en dorpsgezicht, geluid, externe veiligheid, slagschaduw, lichtschittering in water, landschappelijke inpassing en archeologie toetsen. Dat moest worden neergelegd in een milieu effect rapportage (mer) en/of een ruimtelijke onderbouwing.

Of de gemeente Den Haag aan die voorwaarden heeft voldaan is onduidelijk. De provincie verwijst daarvoor naar de gemeente Den Haag.

De provincie ziet voor zichzelf alleen een rol in het faciliteren van de bouw van windmolen s en het stimuleren van gemeenten om die molens neer te laten zetten door bedrijven.

De CEVA-locatie is door de provincie Zuid-Holland opgenomen in de Verordening ruimte. Het zoekgebied voor de bouw van windmolens rond de kruising van A4/A12 en A13 is tegelijkertijd vervallen.

Op 9 juni 2015 hebben B&W van Den Haag een verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor de windmolen op het CEVA terrein. Dit op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.(foto Charles Groeneveld)