Heliplan, het bedrijf achter de aanleg van een start- en landingsplaats voor helikopters in de zuidoost oksel van het Prins Clausplein, gaat gewoon door met de aanleg van de voorziening. Dit ondanks het feit dat de vereniging Heliniet naar de bestuursrechter is gestapt omdat de vergunning niet klopt.

Helihaven-topman Lucas van Manen heeft laten weten dat de start- en landingsplaats over enkele maanden klaar zal zijn. Er wordt ook al proef gevlogen. Vorig jaar enkele tientallen keren. Dat zal ook dit jaar doorgaan, aldus Van Manen, die beweert dat zijn bedrijf dat ook mag doen.

Heliniet diende eerder bij de gemeente Den Haag een bezwaarschrift in tegen de vergunningverlening voor de start- en landingsplaats van de helikopters. Dat bezwaarschrift werd afgewezen. Vandaar nu de stap naar de bestuursrechter.

De komst van de start- en landingsplaats is in strijd met het bestemmingsplan. Er was bovendien geen vergunning verleend voor grondwerkzaamheden waarmee Heliplan vorig jaar startte, noch voor de aanleg van in- en uitstapplaatsen.

Een belangrijk argument is dat een aanvraag werd ingediend voor een hekwerk, terwijl een vergunning voor een helihaven werd verleend. Bovendien werd aanvankelijk uitgegaan van de uitgebreide procedure. Uiteindelijk werd ,omdat termijnen waren verstreken, de vergunning op basis van de reguliere procedure van rechtswege verleend. Dat is volgens Heliniet onterecht.

De start- en landingsplaats zou tijdelijk zijn; voor ten hoogste vijf jaar. Uit de stukken blijkt echter dat het contract telkens met een jaar verlengd kan worden. Bovendien zou het formeel al op 1 april 2013 zijn ingegaan terwijl de gemeente Den Haag uitgaat van januari 2015.

Heliniet stelt hier tegenover dat honderd mensen zich hebben ingeschreven als lid van de protestbeweging, een teken dat er wel degelijk bezwaren leven tegen de landingsplaats. Bovendien storen zij zich aan de manier waarop de bouw is toegestaan. ,,Het begon met een vergunning voor een hek en nu komt er een landingsplaats. Er klopt helemaal niets van.”

De procedure in hoger beroep is tegen de gemeente, die de vergunning volgens Heliniet op onjuiste wijze heeft toegekend. Het uiteindelijke besluit over de komst van de landingsplaats ligt bij de provincie. Wanneer dit besluit positief is, zal Heliniet ook daar bezwaar indienen, aldus het bestuurslid.