Nieuws
Burgerparticipatie: bedroevend beeld

De burgerparticipatie in Leidschendam-Voorburg levert een bedroevend beeld op. Zowel de gemeente als de burgers zelf moeten hier nog stevig in investeren. Dat heeft echter alleen zin als de gemeente ook echt ruimte geeft aan burgerparticipatie.

Dat stelt de Burgerinitiatiefgroep Leidschendam-Noord in een nota over burgerparticipatie. Burgerparticipatie is nu vrijblijvende inspraak waarbij de gemeente burgers voor voldongen feiten plaatst, niet luistert, niet reageert, niets doet met alternatieven, geen gebruik maakt van kennis/kunde/ervaring van burgers en besluiten slecht onderbouwt. Feitelijk ‘zendt’ de gemeente alleen.

In het stuk wordt geconstateerd dat er bij de gemeente een gebrek aan kennis is over burgerparticipatie. Er is weinig vertrouwen in de burger. De gemeente wil zaken van bovenaf bepalen waarbij men vasthoudt aan de eigen werkprocessen en patronen. De cultuur en mentaliteit jegens burgerparticipatie in negatief. Informatie wordt niet gedeeld. Richting de burgers is er sprake van miscommunicatie. Men wil ook niets leren.

Bij de burgers bestaat weinig kennis over de werking van de gemeente en over de spelregels en instrumenten om dingen voor elkaar te krijgen. De burgers hebben vaak hoge verwachtingen en beseffen onvoldoende dat een proces van lange adem is. Burgerparticipatie kan niet vrijblijvend zijn. Het vraagt ook omgaan met teleurstellingen en creativiteit. Betrokken burgers werken te weinig samen en leggen hun ervaringen niet vast.

Als de gemeente ruimte geeft voor burgerparticipatie moet men informatie delen en toegankelijk maken, er is een duidelijk proces nodig en men moet eerlijk zijn.

Omdat zowel gemeente als burgers moeten leren zijn experimenten nodig. Om een en ander vorm te geven zou er een Taskforce moeten komen bestaande uit B&W, gemeenteraadsleden, ambtenaren en burgers. De Taskforce zou een driejarenplan moeten maken gericht op 4 experimenten en 4 veranderingen bij de gemeente.

Bij die veranderingen moet het gaan om de werkwijze en cultuur bij de gemeente; het kennis opdoen van burgerparticipatie; vertrouwen schenken aan de burgers; informatieverstrekking en communicatie.

Er moet een externe ‘veranderingsmanager’ worden aangesteld. Verder zijn nodig: een opleiding burgerparticipatie; het ontwikkelen van een burgerdialoog en andere manieren van communicatie; 4 experimenten en een fonds waaruit burgerparticipatie wordt bekostigd. De totale kosten belopen zo’n 300.000 euro per jaar. Bij een snelle besluitvorming kan dit najaar gestart worden.