‘15 miljoen mensen. Op dat hele kleine stukje aarde. Die schrijf je niet de wetten voor.
Die laat je in hun waarde’.

Aan dit stukje tekst uit 1996 moest ik denken toen ik het verontrustende artikel las over de uitholling van de milieueffectrapportage. Ik kom hier zo direct op terug.

Wat heeft dit met burgerparticipatie vraagt u zich terecht af? Vele gemeenten waar onder Leidschendam – Voorburg zijn op zoek naar andere verhoudingen met haar burgers: meer samenspraak en samenwerking om tot betere en meer gedragen besluiten en resultaten te komen. Een prachtig vergezicht maar nu naar de praktijk.

In de huidige relatie burger – overheid zien we enkele vaste patronen terugkomen. Zo zijn er inspraakmogelijkheden. Die echter nog te vaak vrijblijvend zijn en geen invloed hebben. Ophaalsessie, informatieavonden, brainstormbijeenkomsten, themasessies etc. met een grote hoeveelheid gele stickers die achteraf bezien wel erg weinig opleveren. Inspraak zonder invloed werkt eerder contraproductief.

Een andere vorm is de lijn van bezwaar en beroep aantekenen, tot de Raad van State toe. Hier vindt geen inhoudelijke maar meer procedurele toetsing plaats en steeds meer wordt het bezwaar niet goed of afgekeurd maar geparkeerd in de vorm van een zogenoemde ‘bestuurlijke lus’. Een mooi etiket wat zoiets betekend als: er is een foutje gemaakt en u heeft 6 weken de tijd dit te herstellen. Ondertussen gaat het project gewoon door.

Onderzoeken, objectief en door een onafhankelijke partij gedaan hebben ruim 30 jaar voor evenwicht gezorgd in de vaak tegenstrijdige belangen rond bijvoorbeeld de bestemming van schaarse grond in ons land. Waar komt: wonen, een snelweg, windmolenpark, groen en waar niet.

De Milieueffectrapportage (MER) speelde hierin, ook voor de belangen van veel burgers een belangrijke rol. Burgers hebben in tegenstelling tot overheden en projectontwikkelaars niet of nauwelijks de mogelijkheid om hun argumenten te gaan onderbouwen met onderzoek. Zij zijn dus in sterke mate aangewezen op onderzoek van andere partijen waar onder de MER. Daarnaast gaat de MER met name over de leefomgeving van burgers.

Door wetswijzigingen is de MER onderzoeksverplichting, de laatste jaren sterk uitgehold. Zo is MER-onderzoek niet meer verplicht maar vrijblijvend, wordt het niet meer betaald uit de algemene middelen maar moet de opdrachtgever (bijvoorbeeld een gemeente) het zelf betalen.

Rond de twintig Omgevingsdiensten hebben in 2018 ruim 700 vergunningen beoordeeld of een MER onderzoek nodig was. In slechts vijf gevallen was dit zo (bron: Journalistencollectief Investico). Niet alleen bij grote projecten, als een olieraffinaderij in Pernis, mestverwerkingsfabriek in Oss, gasboringen in Groningen en zoutwinning in Twente maar nog veel meer kleine projecten zijn niet meer MER-plichtig. Kortom: effecten op mens en milieu in de directe leefomgeving worden niet meer onderzocht. Bij de invoering van de Omgevingswet wordt dit beeld naar verwachting nog slechter.

Het resultaat: de laatste 10 jaar is het aantal milieueffectrapportages meer dan gehalveerd en bij 70 % van de nog wel door de MER getoetste onderzoeken zaten onjuistheden of waren niet compleet.

Een onthutsend beeld. Het is een goede zaak om burgerparticipatiebeleid te ontwikkelen maar dan wel met oog voor evenwichtige verhoudingen tussen overheid en burgers. Ook het instrumentarium waar burgers van gebruik (moeten) kunnen maken in hun dialoog met het bevoegd gezag moet hierop aangepast worden en niet verder uitgehold.

Inspraak met invloed, een bezwaarprocedure met effect, transparante verhoudingen en afweging van belangen, informatie en kennis delen, onderzoeksmiddelen beschikbaar stellen zijn hier voorbeelden van.

(Rob van Engelenburg. Docent stichting Burger en overheid)