Mening
Regels en wetten: meer is de vijand van beter

We gaan in Nederland gebukt onder het aantal wetten en regels. Een veelgehoorde opvatting. Het aantal lag per 1 januari 2019 op 9834 en we gaan hard op weg naar de 10.000 wetten en regels. Ondanks de politieke wens om die te verminderen, de- en zelfregeleringsoperaties en bijvoorbeeld de inspanningen van ACTAL (adviescollege over regeldruk) blijft de groei erin: ruim 10% meer sinds 2010.

Alleen het aantal wetten tellen geeft echter nog een onvolledig beeld van deze regeldruk. Zo zijn er nog meer regels in allerlei soorten, maten en bestuurlijk juridische vormen. Denk maar aan besluiten, Algemene Maatregelen van Bestuur, verordeningen, kadereisen etcetera. Verder zijn veranderingen soms slechts een optische aanpassing: in 2021 gaat de Omgevingswet in, die 26 wetten gaat bundelen en alleen op papier vervangen.

Is er hierdoor nog wel in- en overzicht? Met gemak kan ik stellen dat dit bij veel burgers maar ook ambtenaren en politici wel eens ontbreekt.

Enige tijd geleden had ik een korte discussie met een ambtenaar die me de opmerking meegaf: iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen. Klopt: maar eigenlijk bedoelde hij dus ga even levenslang leren.

Het ‘dichtregelen’ van onze samenleving kost teveel geld en dan niet alleen aan de wetgevingskant maar ook door administratieve lasten, nalevingskosten en dan heb ik nog niet over ergernis, frustratie, tegenstrijdige en overbodige regels en de schijnzekerheid die het biedt. Veel sectoren in onze samenleving, werkenden (waar onder de zorg, veiligheid) en burgers in het algemeen worden hard geraakt door dit voortwoekerende en verstikkende proces. En teveel regels hebben een eroderend effect.

Hoeveel is hier niet te besparen en te winnen? Een vriend van mij, die niet eens uit Den Haag komt: zie Jacobse en van Es, heeft dit eens in een publicatie aangekaart met de treffende titel: Partij voor Eenvoud.

Waar komt dit dan door? Hier liggen meerdere redenen aan ten grondslag maar een ervan wil ik eruit lichten. Er is teveel politiek. Teveel onderwerpen, ook bij gemeenten, die voornamelijk uitvoeringsgericht bezig zijn, zijn automatisch politiek of worden politiek gemaakt.

Het zou een goede zaak zijn als de eerste vraag bij het vaststellen van een Tweede Kamer-, Provinciale Staten- of Gemeenteraadsagenda zou zijn: zijn deze bespreekonderwerpen wel politiek? (of worden ze politiek gemaakt). Dit voorkomt dat het vervolgdebat hierover, vanuit partijpolitieke insteek gericht wordt op het aanzetten van (detaillistische) verschilpunten. Dit leidt dan vaak tot aanscherping van regelgeving, meer kaders of faciliteiten met nieuwe regels en minder bewegingsruimte. Hierdoor komt de wereld van het bevoegd gezag automatisch (hoe goed bedoeld ook) steeds verder af te staan van de praktijk van alledag en de belevingswereld van haar burgers.

Wat is hier aan te doen naast zelfdiscipline en wijsheid van onze bestuurders? Pas de 1 tegen 3 regel toe (één nieuwe regel / wet maar eerst drie eruit); los niet alles met regels op; experimenteer met andere handhavingsmethoden; verander processen om zo administratieve lasten te beperken (maximaal 10% van de tijd); richt ACTAL Lokaal op; ga voor de menselijke maat, doelmatigheid en doelgerichtheid.

Tot slot een voorval dat past in bovenstaand beeld: een waardevol geluid van de vertrekkende Ombudsman Peter Heskes. Deze geeft aan dat er in Leidschendam-Voorburg met name in het sociaal domein sprake is van een kloof tussen het beleidsdenken en de uitvoering. Een ‘schraal’ beleid, strikte regeltoepassing en weinig inlevingsvermogen. De ambtelijke werkprocessen kloppen maar hoe pakt het uit? Hij houdt een pleidooi voor meer denken vanuit de klant, uitgaan van de hulpvraag en niet het toepassen van de regels centraal stellen maar gaan voor het oplossend vermogen, binnen de mogelijkheden. Kortom: regels lossen niet alles op en te vaak zijn ze zelfs probleem versterkend.

(Rob van Engelenburg, docent Stichting Burger & Overheid)