Nieuws
Baggerstort Vlietland gaat door

Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid-Holland zien geen redenen de stort van bagger in de Meeslouwerplas (natuur- en recreatiegebied Vlietland) te stoppen. Er is ook geen aanleiding te veronderstellen dat er vervuilde bagger in de plas is gestort. In 2013 is wel door een administratieve onvolkomenheid een lading bagger vervuild met arseen in de plas gedumpt. De hoeveelheid arseen bedroeg twee microgram per liter; ruim onder de norm van 3,9 microgram.

Dat hebben GS in antwoorden op vragen van Carla van Viegen, fractieleider van de Partij voor de Dieren in Provinciale Staten, laten weten. Bagger en grond die in de plas gestort worden moeten voldoen aan eisen die het Hoogheemraadschap Rijnland in de watervergunning stelt.

Aanbieders van grond en bagger overleggen keuringsrapporten aan Rijnland. Rijnland beoordeelt voor elke partij grond of bagger of de kwaliteit voldoet aan de vergunningvoorwaarden en verleent op grond daarvan toestemming voor verwerking in de Meeslouwerplas.

In het geval uit 2013 ging het om bagger uit het Gouwe-Aar kanaal. Dat baggerproject was opgedeeld in vakken waaruit de baggeraar mocht afvoeren naar de Meeslouwerplas en in vakken van waaruit dit om kwaliteitsredenen niet mocht. Als gevolg van een niet sluitend administratief systeem kon bij acceptatie op de Meeslouwerplas uit de begeleidende documenten, de zogenaamde geleidebiljetten, niet worden afgeleid of de bagger uit een goedgekeurd vak kwam. Naar aanleiding van dit voorval is het administratieve systeem aangepast, zodat deze check nu wel mogelijk is.

In opdracht van GS doet een commissie nog onderzoek naar de vermeende verwerking van asbesthoudende bagger. Verder is er sprake van een mogelijke illegale stort van accu’s in de Meeslouwerplas. Daarover is begin oktober een melding bij de provincie binnengekomen. Ook de politie onderzoekt die zaak.

Het Hoogheemraadschap Rijnland is verantwoordelijk voor toezicht op en handhaving van de afgegeven vergunningen. De provincie is eigenaar van de plas.

Nu wordt er grond afkomstig van de aanleg van de Rijnlandroute (verbinding A4-A44) in de plas gestort. Het uit de boortunnel voor die weg vrijkomende zand wordt eerst opgeslagen in een buffer, bemonsterd en de keuringsresultaten worden ter toetsing overlegd aan Rijnland. Na het verkrijgen van toestemming worden de partijen zand per pijpleiding afgevoerd naar de Meeslouwerplas. Daarnaast wordt er per schip grond aangevoerd. Ook hiervoor geldt dat partijen vooraf worden gekeurd en door Rijnland getoetst aan de vigerende vergunningvoorwaarden. Er zijn geen stoffen aangetroffen die een watervervuiling in de Meeslouwerplas kunnen verklaren.