Mening
‘Het moet het gesprek aan de keukentafel worden’

Hij loopt, zegt hij, niet met zijn hoofd in de wolken. ,,Ik ben pragmatisch. Het moet anders en het kan anders.’’ Thijs Aarten, 63 jaar oud, inwoner van Voorburg, is bevlogen. Hij wil de inwoners van de gemeente zo ver krijgen dat zij per buurt of wijk hun eigen energie gaan opwekken. En hij wil hen daarbij helpen.

Uitgangspunt is de klimaatverandering en de rol die energie daarin speelt. Met name het gebruik van kolen, olie en gas. Van die energiebronnen moeten we af, zo vindt het kabinet. Energie moet opgewekt gaan worden met zonnepanelen en windmolens. Aardwarmte en restwarmte van industriële productieprocessen kunnen helpen. En besparing natuurlijk.

Voor Thijs een noodzaak. Alleen werkt het volgens hem niet als de overheid gaat dicteren wat de burgers moeten doen en laten. Er bestaat bovendien het nodige wantrouwen ten opzichte van informatie die van de overheid komt. ,,De vraag moet zijn ‘hoe bereik ik de gemiddelde burger?’ Die moet zelf gaan inzien dat er iets moet gaan gebeuren’’, aldus Thijs.

Om de burger tot dat inzicht te brengen wil Thijs per buurt en wijk mensen bijeen brengen. Enthousiastelingen die aan de gang gaan met energiebesparing en het omschakelen op andere energiebronnen. Deze mensen zouden hun krachten moeten bundelen, mede geholpen door ‘deskundigen’: medeburgers die er veel van af weten of er al mee bezig zijn geweest.

Per buurt of wijk zou er een ‘energy common’ moeten ontstaan: een soort corporatie van burgers die zelf energie opwekken (zon of wind). Die die energie niet alleen zelf gebruiken maar ook leveren aan buren of grotere groepen omwonenden. De energie die dan nog over is zou opgeslagen moeten kunnen worden of geleverd kunnen gaan worden aan energiebedrijven.

Door dingen samen te doen zijn niet alleen de kosten lager, door overtollige energie te verkopen ontstaan er ook baten. Middelen die ingezet kunnen worden om de energielasten voor de deelnemers te verlagen.

,,Het is mogelijk maar mensen hebben wel steun nodig. Technisch, juridisch, financieel. Maar niet alleen burgers moeten meedoen, ook woningcorporaties, scholen, bedrijven. Je kunt wijkverenigingen inzetten bij de organisatie. Die kunnen ook verbindingen leggen tussen dit project en bijvoorbeeld veiligheid in de wijk.’’

Over het idee van Thijs zijn inmiddels de eerste gesprekken met gemeenteraadsleden en B&W gevoerd. De reacties waren zeer positief. Er wordt aan gedacht de energieomwenteling mee te nemen in de burgerparticipatie die de gemeente vorm wil gaan geven daar waar het beleid aangaat.

,,Ik bemerk een heel sterke wil om dingen te gaan doen. Alleen moet daar een realistische invulling aan worden gegeven. Nederland loopt nu gewoon achter op dit gebied terwijl wij ontzettend veel innovatieve en technologische kennis hebben. Het schort gewoon aan een goede drijfveer die te gebruiken.’’

Thijs weet als oud-manager bij Shell, Pakhoed en Vopak alsmede voormalig topman van KEMA en Ecofys, waarover hij spreekt. Sinds 2006 is hij al actief op het terrein van klimaat en energie. ,,Ik ben groot geworden met het rapport van de Club van Rome.’’ (1972, Grenzen aan de groei: verband tussen economische groei en gevolgen voor milieu, red.)

De idee van ‘enercy common’ stamt van eind 2018. Thijs heeft er met anderen in het najaar van 2019 zelfs een instituut voor opgezet: Energy Commons Institute (ECI). ,,Wij willen verbinden. Kennis delen. Mensen opleiden. Een olievlekwerking starten. Er zijn veel welwillende mensen maar die hebben steun nodig. Het moet het gesprek aan de keukentafel worden. Gaan leven in buurten en wijken.’’

,,Je moet het samen met de bewoners doen. Anders werkt het niet. Natuurlijk moet de overheid een stip op de horizon zetten: ‘die kant gaan we op’. Maar verder moet de overheid alleen regie voeren en dingen mogelijk maken. Als de burger kan meedenken ontstaat acceptatie. Draagvlak.’’

,,Natuurlijk is er wantrouwen aangaande de kosten. Sommigen zijn ook niet meteen te overtuigen. Dus moet je laten zien dat het werkt. Moet je het uitdragen in simpele jip en janneketaal.’’