Mening
Blog: Theaterspel

De bestuurlijke toppen van Theater Ludens en Veur Theater gaan het opnieuw proberen: samenwerken om uiteindelijk op te gaan in één organisatie met twee podia: in Voorburg en Leidschendam.

Een klein jaar geleden besloot de leiding van beide theaters daar ook al toe. In juni plaatsten de voorzitters van de stichtingen Theater Ludens en Het Veur Theater, Ernst Ford en Ron van der Meer, hun handtekeningen onder afspraken die hetzelfde behelsden. Samenwerken voor het seizoen 2019-2020 en de krachten bundelen, uiterlijk in juni 2020.

Het was de top van het Veur Theater die kort daarop een streep door de geplaatste handtekening trok. Men wilde zich niet meer ‘op voorhand’ conformeren aan de komst van de ene theaterorganisatie. Men wilde de eigen identiteit en zelfstandigheid overeind houden.

Deze stap leidde tot de nodige wrevel. Niet alleen bij Theater Ludens, ook op het Raadhuis en binnen de gemeenteraad. Daar, bij de gemeenteraad, was namelijk een meerderheid voor de vorming van de ene theaterorganisatie, inclusief 300.000 euro subsidie per jaar van de gemeente.

De ergernis werd nog groter toen het Veur Theater aankondigde geen programmering voor het seizoen 2020-2021 te maken omdat men niet zeker was om men er het geld voor had. De gemeente leverde immers niet de door de theaterleiding gevraagde 48.500 euro om te overleven. En het huurcontract met de gemeente voor het theatergebouw aan de Damlaan liep op 1 juli af.

In het najaar werd besloten een onafhankelijke kwartiermaker – Bastiaan Vinkenburg – te vragen de tragikomedie tot een goed einde te brengen. En wel binnen een jaar. Hij faalde. De werknemer van Berenschot startte met een notitie die zo de prullenbak in kon. Later uitte hij de idee dat Theater Ludens het Veur Theater zou helpen door programma-onderdelen van Voorburg naar Leidschendam af te schuiven. Hoongelach was zijn deel.

Uiteindelijk moesten de ambtenaren van wethouder Astrid van Eekelen er aan te pas komen om de boel te redden. Dat gebeurde, zoals wel vaker, met geld. En, ook eerder vertoond, druk. Met andere woorden chantage: u werkt mee of anders…

De subsidie voor Theater Ludens gaat dit jaar omhoog van 255.000 euro nu naar 275.000 euro. Veur Theater krijgt 40.000 euro, mits men meewerkt aan de nu gemaakte afspraken. Het huurcontract voor het theaterpand wordt met maximaal één jaar verlengd, onder de voorwaarde dat Veur Theater meewerkt aan de nu gemaakte afspraken. Het contract wordt bovendien zo aangepast dat de gemeente het makkelijker kan opzeggen.

De totale subsidie komt zo op 315.000 euro, 15.000 meer dan oorspronkelijk beschikbaar was voor de ene theaterorganisatie. En dan te bedenken dat de wethouder van de oorspronkelijk toegezegde 300.000 euro ook nog 25.000 euro te kort kwam. Indien de nood hoog is kan er kennelijk veel.

Vanwege alle ‘gedoe’ en het feit dat de programmering voor het seizoen 2020-2021 al nagenoeg vast ligt, ook bij het Veur Theater dat zulks achter de schermen toch regelde, zal de samenwerking komend seizoen alleen ‘waar mogelijk’ plaatsvinden. Medio 2021 moet er dan wel uitgegaan worden van één organisatie met twee podia.

De leiding van beide theaters gaat het geheel nu in onderling overleg vorm geven. Bastiaan Vinkenburg is op een zijspoor gezet. De gemeente op afstand.

Of in 2020 wel lukt wat in 2019 niet van de grond kwam? Het onderlinge wantrouwen is groot. In juridische zin ligt niets vast. Er is alleen weer een jaar tijd gewonnen door het Veur Theater. Plus een zak geld. Bij Theater Ludens wrijft men zich in de handen nu de ene theaterorganisatie met twee podia er onder hun leiding lijkt te komen. En ook daar komen extra centjes bij de penningmeester binnen.

Conclusie: het theaterspel dat vorig jaar begon, gaat nog wel even door. Waarbij nog onduidelijk is hoe het eindigt: in een tragedie of een blijspel met een happy end.