Mening
Blog: Windturbines

We gaan even terug naar eind 2016, de tijd dat er langs de A4 iets ten zuiden van het Zeeheldenkwartier een windturbine verscheen. Op Haags grondgebied maar onder de rook van Leidschendam-Voorburg.

De woede was destijds enorm. Niet alleen bij bewoners van het Zeeheldenkwartier en degenen die aan de westkant van de Vliet, in Voorburg, woonden, maar ook bij de lokale politici.

Vertegenwoordigers van GBLV, VVD en CDA wisten niet hoe snel zij zich spreekbuis moesten maken van de verontwaardigde inwoners van Leidschendam-Voorburg. De toen gebezigde teksten logen er niet om. Een deel ervan vond zijn weerslag in de programma’s die gemaakt werden voor de gemeenteraadsverkiezing van maart 2018.

In het VVD-programma stond onder de kop ‘zonder lelijke windmolen aan de horizon’ te lezen dat de partij er ‘alles’ aan ging doen de windmolen langs de A4 weg te krijgen. Bij het CDA heette het dat de windturbine aan de A4 ‘zo snel mogelijk’ verplaatst moest worden.

In het programma van de coalitie VVD, CDA, PvdA en ChristenUnie-SGP kwam daarvan geen letter terug. Ook niet over de eigen ambities op dit terrein. Al vrij kort na het aantreden staakte de gemeente een protestactie tegen een door Rijkswaterstaat voor de turbine afgegeven vergunning.

Kort daarop liet verantwoordelijk wethouder Astrid van Eekelen wel weten met haar collega in Den Haag te gaan praten over een verplaatsing van de windturbine. Daar kwam het niet van. De eigenaar van de molen weigerde er aan mee te werken tenzij men er een fors bedrag voor kreeg. Den Haag en Leidschendam-Voorburg wilden dat niet betalen.

De windturbine bleef dus staan. Veel verder dan de belofte van Den Haag mee te willen werken aan maatregelen die de geluidoverlast van de turbine voor de omgeving moesten beperken (zoals de plant van bomen), kwam Van Eekelen niet. De bomen staan er overigens nog steeds niet.

Daarna werd het stil rond de Haagse molen. Die stilte gebruikte de coalitie, zo is nu gebleken, om in 2019 zelf de opdracht aan een extern bureau te geven om eens na te gaan waar op het grondgebied van Leidschendam-Voorburg zelf, soortgelijke windturbines geplaatst konden worden.

Het rapport was op 9 december 2019 af. Op 12 februari viel het bij de gemeenteraad in de brievenbus. Conclusie: de coalitie gaat voor maximaal vier ‘Haagse’ turbines op ‘eigen’ grond. Te plaatsen in het zicht van de bewoners van De Rietvink (Leidschendam), Wilsveen en Stompwijk.

Eerst te hoop lopen tegen een Haagse molen om er vervolgens zelf vier soortgelijke exemplaren van neer te zetten; het kan verkeren. Maar ja, destijds kwamen de verkiezingen er aan en stonden er stemmen op het spel.

En nu kunnen er besluiten vallen die volgende coalities mogen gaan uitvoeren. Die krijgen dan alle ellende op hun bord. VVD, CDA, PvdA en ChristenUnie-SGP gaan ‘vrij uit’. En de verkiezingen van begin 2022 zijn nog ver genoeg weg.

Mocht er nu toch commotie ontstaan dan kan men altijd beweren dat het slechts ‘een uitgangspunt’ betreft in een energiediscussie die nog jaren gaat aanslepen. En dat men de voorwaarde van ‘maatschappelijk draagvlak’ voor de plaatsing heeft ingebouwd.

Dat zulks – het maatschappelijk draagvlak – een wassen neus is weet ondertussen iedereen die wel eens met dit soort projecten te maken heeft gehad. Als de overheid het wil drukt men het gewoon door. Zeker als er nu al mee gerekend wordt dat de vier turbines 16 procent van de lokale energiebehoefte in 2050 gaan dekken.

En wie garandeert dat de vier er straks geen acht worden? Luidt het gezegde niet ‘als één schaap over de dam is volgen er meer’. De zo gewraakte Haagse molen heeft nu tenslotte ook nakomelingen gekregen.