Mening
De spookambtenaar

Veel flauwe grappen worden over ambtenaren gemaakt. Meestal gebaseerd op onjuiste waarnemingen en vooringenomen beeldvorming. In dit geval zit er een kern van waarheid in.

Een oude studievriend heeft zijn hele werkzame leven op een Ministerie gewerkt. Nu blikt hij in een openhartig gesprek met mij terug op die periode. Veel inzet, een brede interesse, ambitie, loyaal en sterk gericht op de inhoud van vraagstukken, begon hij zijn carrière De jaren verstreken en zijn werkomgeving veranderde steeds meer, ingrijpender en vooral vaker.

Reorganisaties, efficiency operaties, schaalvergroting, integraal werken, het kantelen van de organisatie waren enkele termen die hiervoor gebruikt werden. Om de paar jaar veranderde de naam van zijn afdeling, werkveld, leidinggevende en werkomstandigheden. Het leek wel of verandering een doel op zich was geworden en geen middel om een beter resultaat te bereiken. En vreemd genoeg: er werd net zo makkelijk weer naar oude situaties terug veranderd.

Onder andere onder invloed van politiek druk werden de voormalige sector departementen die andere en soms tegenstrijdige belangen hadden, samengevoegd. Hierbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ordening en milieu, economische zaken en klimaat, landbouw en natuur. Het belangrijke proces van checks and balances bij beleidsontwikkeling werd zodoende verplaatst van buiten naar binnen het nieuwe ministerie, afgeschermd van publiek, pers en politici. Dat dit binnen het betreffende departement flink wat discussie en conflictstof opleverde spreekt vanzelf.

In de loop der jaren werd het werk er niet leuker op. Leidinggevenden werden steeds jonger, gebruikte steeds meer turbo taal waar inhoudelijk weinig aangrijpingspunten inzaten en alles was een uitdaging. Cynisch constateerde mijn vriend: ze hebben meer mening dan kennis.

Ook de werkomstandigheden begonnen te irriteren. Kreeg je vroeger na 25 jaar trouwe overheidsdienst standaard een lintje nu was je zelfs je eigen kantoor kwijtgeraakt. Via de fase van kantoortuinen moest je nu s’ochtends vechten om een flexplek te bemachtigen.

Lukte dat niet dan werd je verbannen met je laptop naar een nabijgelegen horeca etablissement.

Ruim voor zijn pensionering, had hij er genoeg van. Ontslag nemen, op zijn leeftijd was geen optie. Tijd voor demotie op eigen voorwaarden dus. Eigenlijk was het inspelen op de mogelijkheden. Bij de zoveelste reorganisatie gaf hij zijn nieuwe leidinggevende aan dat hij nog veel werk op zijn oude afdeling had en zich later wel zou melden. Hetzelfde gebeurde bij de centrale telefoniste en afdelingssecretaresse zodat hij ook digitaal niet traceerbaar werd.

Ambtenaren in Nederland, in tegenstelling tot andere landen zoals bijvoorbeeld Australië, zijn zeker niet te herleiden naar werkveld / dossiers en directe mail- en telefoonverbindingen. Nummerherkenning met selectief opnemen en thuis werken deden de rest. Na verloop van tijd was een ieder het spoor bijster. Op de enkele kantoordagen per week werd naar buiten toe het imago: druk, druk, druk en belangrijk opgehouden. Zijn uitgebreide netwerk werd de rest van de week zijn aandachtsveld: met recepties, congressen, werkbezoeken en bilateraal overleg. Als receptietijger was hij een gevaar voor elke bitterbal.

Minstens een wijnvoorraad voor een jaar hield hij over aan zijn goed bezochte afscheidsreceptie. Hij had tenslotte een ruim netwerk en was op vele afdelingen werkzaam geweest.

De moraal van zijn verhaal: niet elke verandering is een verbetering, ook digitaal kan je onvindbaar zijn, met creativiteit maak je je eigen grenzen en werken moet wel relevant, leuk en lonend zijn.

(Rob van Engelenburg, docent stichting Burger en Overheid)