Mening
Burgerparticipatie: wrijving geeft glans en warmte (3)

Na in eerdere columns in dit drieluik – te lezen bij Vlietnieuws op maandag en woensdag – stilgestaan te hebben bij wat burgerparticipatie inhoudt, de uitgangspunten en ervaringen in Leidschendam – Voorburg zijn de voordelen voor de gemeente hiervan uitgebreid toegelicht. Centraal staat nu hoe Leidschendam – Voorburg er mee omgaat.

Na de aankondiging dat burgerparticipatie omgezet gaat worden in beleid en actie is een wel erg langdurig proces van informatie verzamelen van meningen en wensen van burgers gestart. Als input voor het ambtenaren en college, echter zonder inhoudelijke dialoog.

Uit het Stappenplan Burgerparticipatie van de Initiatiefgroep Leidschendam-Noord zijn enkele elementen geplukt als: zoals de instelling van een Taskforce (hier Kerngroep genaamd) en ga experimenten. Deze kerngroep zou recentelijk een maal bijeen geweest zijn, volgens Vlietnieuws.

Verdere informatie ontbreekt vooralsnog. Wat is taakopdracht? Hoe is die samengesteld? Hoe zijn de leden geselecteerd? Wat is het mandaat en tijdpad? Et cetera. Ook is niet bekend wat er besproken wordt want een verslag van de bijeenkomst is niet openbaar gemaakt. Allemaal wel erg vreemd aangezien transparantie een essentieel element is. Zeker bij het vorm en inhoud geven van het thema burgerparticipatie. Informeren is de basis voorwaarde voor betrekken.

Eerst ga ik even terug naar het eerder genoemde Stappenplan Burgerparticipatie. Een aantal aspecten zijn klaarblijkelijk niet overgenomen maar zijn wel bepalend voor het eindresultaat. Hierbij kan bij de samenstelling van de Werkgroep gedacht worden aan de voorgestelde brede gemengde samenstelling. De Burgerinitiatiefgroep Leidschendam-Noord pleitte onder meer voor deelname van tenminste twee gemeenteraadsleden (om het apolitiek te maken) en de gemeentesecretaris (om het noodzakelijke veranderingsproces in te richten).

Noodzakelijke randvoorwaarden vooraf zijn het in gang zetten van dit veranderingsproces binnen de beleidsafdelingen van de gemeente, met als optiek: een andere cultuur/ mentaliteit en werkwijze. In plaats van de top down een bottom-up benadering, van gesloten naar open en van intern naar extern werkend. Met een open overlegagenda vooraf, informatie delen en samenwerking als richtsnoer.

Ook meer inzicht en kennis van burgerbelangen en participatie is een wezenlijk onderdeel hiervan. Van scholing of cursussen hierover wordt niet gerept. Ook is gepleit voor beleid met resultaat in plaats van de gebruikelijke benadering: ‘we doen ons best en streven naar’… Deze vrijblijvende zogenoemde inspanningsverplichting of -intentie kan het beste getackeld worden door vooraf ‘nulmetingen’ rond de gekozen thema’s te houden.

Waar staan we nu feitelijk en waar willen we wanneer uitkomen, met welke interventies en welke middelen? En wie is verantwoordelijk? Burgemeester Klaas Tigelaar als portefeuillehouder voor het thema burgerparticipatie? Een meer zakelijke insteek is hier wenselijk en noodzakelijk. Op basis van het principe: meten is weten. Tot slot heeft de Burgerinitiatiefgroep Leidschendam-Noord gepleit voor stevige monitoring, evaluaties en desnoods tussentijdse aanpassingen.

Gelet op de huidige omgang met burgers/burgerinitiatiefgroepen worden nu al stevige vraagtekens bij het proces en de te verwachten eindresultaten gezet. Wrijving geeft glans en warmte: nodig voor verbetering. Krampachtig vastklampen aan het bestuurlijke pluche en oude principes werken niet meer. De gemeente kan maar één maal schieten en dat moet wel raak zijn. Constructieve burgerparticipatie is een ultieme kans met veel meerwaarde voor de gemeente: grijp die aan!

(Rob van Engelenburg, docent Stichting Burger en Overheid)