Nieuws
Gemeenten hebben miljarden nodig

De financiële situatie van de gemeenten in Nederland wordt ‘onhoudbaar’. Zonder blijvende hulp van de rijksoverheid, zal er tussen de 2 en 3 miljard euro moeten worden omgebogen. Daarvoor betalen de inwoners de prijs.

Dat stelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een zogenoemd ‘positionpaper’ inzake de financiële problemen van de gemeenten. De provincie Zuid-Holland heeft in een brief aan premier Mark Rutte ook al de noodklok geluid over de financiële positie van de gemeenten.

Volgens de VNG komen de gemeenten, inclusief Leidschendam-Voorburg, al drie jaar achter elkaar geld te kort; ze staan in het rood. Er is ook geen geld meer om de investeren.

Van de 355 gemeenten komen er 208 nu al niet door een financiële stresstest heen. Om daarvoor wel te slagen moeten zij tezamen binnen vijf jaar 50 miljard euro bezuinigen. Daar komt bij dat de gemeentelijke belastingen niet meer omhoog kunnen want die staan veelal al op 100 procent.

De coronacrisis brengt voor de gemeenten veel extra kosten met zich mee. Ze kampen tegelijk met teruglopende inkomsten uit bijvoorbeeld parkeer- en toeristenbelasting. In de komende jaren zullen de effecten van de crisis op economie en samenleving blijken. Er komt een recessie aan met oplopende werkloosheid. Dat raakt ook gemeenten: bijstandsuitkeringen stijgen; meer mensen in de schuldhulpverlening; meer daklozen.

Het tekort in het sociaal domein (ouderen- en jeudgzorg, bestrijding werkloosheid) is nu al 1,4 miljard euro, aldus VNG.

De organisatie pleit voor het op peil houden van middelen voor de bestrijding van werkloosheid, een blijvende verhoging van het geld voor jeugdzorg, de instelling van een investeringsfonds voor gemeenten en het terugdraaien van een bezuiniging op het gemeentefonds (uitkering rijk aan gemeenten) die in 2015 al begon en in 2025 bijna 1 miljard euro beloopt.

Zonder extra geld voor de gemeenten komen de energie omwenteling, de duurzaamheid en de aanpak van het woningtekort ook in het gedrang, laat VNG weten.