Mening
Blog: Alweer

GroenLinks doet het weer: van oppositie- coalitiepartij worden. Rond de jaarwisseling 2014-2015 stapte de partij in een bondgenootschap met GBLV, D66 en PvdA toen GBLV en D66 niet verder wilden met de VVD. Nu stapt de partij in een coalitie met VVD, CDA, PvdA en ChristenUnie-SGP.

Destijds was de combinatie GBLV, VVD, D66 nog maar een half jaar onderweg. De huidige coalitie van vier partijen zit er al sinds juni 2018, dik twee jaar dus. Was er rond de jaarwisseling 2014/2015 nog sprake van ‘pril’ beleid, nu is dat niet zo. De boel is ‘gevestigd’.

Kon GroenLinks de vorige keer nog scoren met drie jaar progressieve beleidsvorming, in het huidige geval is die periode nog hoogstens een jaar, als de recessen en de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezing van maart 2022 er af worden getrokken.

En toch doet de partij het weer. Men wijst zelfs dezelfde vertegenwoordiger aan als wethouder: Floor Kist. Begin 2015 toonde hij zich nog ‘blij verrast’ dat GroenLinks mee mocht doen. De partij had nog nooit verantwoordelijkheid gedragen in Leidschendam-Voorburg. Kist beloofde toen een ‘frisse blik’ waarbij hij tegelijk erkende dat er veel programmatische overeenkomsten waren met GBLV, D66 en PvdA.

Hoe anders is dat nu. Het conservatief gerichte kwartet VVD, CDA, PvdA en ChristenUnie-SGP heeft GroenLinks nodig om te overleven: aan te kunnen blijven tot de verkiezingen van het voorjaar 2022 en tot die tijd tenminste nog iets van beleid te kunnen voeren.

De meerderheid van 18 om 17 gemeenteraadsleden bleek vlak voor de zomervakantie te wankel toen VVD’er Arnold Brans meeging met de oppositie en het voorliggende bouwplan voor Schakenbosch in de prullenbak belandde.

GroenLinks heeft in ruil voor toetreding wel een aantal zaken binnengehaald. Van de andere kant tekent de partij voor een coalitieakkoord waar men tot nu toe tegen was. Het willen ‘meehelpen’ is dan een wat zwakke uitvlucht. Net als de verwijzing naar de ‘constructief kritische’ opstelling die de partij tot nu toe had jegens de coalitie.

Dat ‘constructief kritische’ gebruikte Floor Kist begin 2015 trouwens ook als motief om in de toenmalige coalitie te stappen. ,,In het vorige collegeakkoord (GBLV, VVD, D66, red.) zat veel goeds. Wij voerden een constructieve oppositie. Bij belangrijke zaken probeerden wij mee te werken. Wat goed was steunden wij actief’’, zei hij toen.

Opvallend genoeg stapt GroenLinks met de toetreding tot de coalitie ook over de wrok jegens de PvdA. Na de vorige gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 wilde de oude coalitie met z’n vieren door. Dat kon qua zetels in de gemeenteraad ook. De PvdA verbrak die afspraak echter door in zee te gaan met VVD, CDA en ChristenUnie-SGP.

Bij GroenLinks was men des duivels. Nu heet het dat de gemeente er niet mee gediend is als de weerzin jegens de PvdA overeind wordt gehouden. Dat je daarmee niets bereikt. En dat er inmiddels prima wordt samengewerkt met PvdA-wethouder Nadine Stemerdink en PvdA-fractieleider Jochem Streefkerk.

De conclusie moet dan zijn dat GroenLinks wel erg graag wilde toetreden tot B&W. Daarvoor werd zelfs het eigen verkiezingsprogramma uit 2018 opzij gelegd. Dat mensen als fractieleider Jeroen van Rossum en de eerder genoemde Floor Kist ambities hebben is duidelijk. Maar tot welke prijs?

Wat kan GroenLinks nog bereiken in een coalitie met een sterk conservatief blok bestaande uit VVD, CDA en ChristenUnie-SGP? Of worden er zoveel onderwerpen als ‘vrij’ bestempeld dat het elke keer maar afwachten wordt wie en voor of tegen zijn? Het wordt daardoor politiek wel interessanter maar of de gemeente daarmee geholpen is, is een tweede. En daar ging het GroenLinks toch om, dat helpen.

Dat de coalitie in het zadel blijft tot de verkiezingen van maart 2022 lijkt nu wel zeker. Met welk beleid is vraag twee. Het oordeel over de move van GroenLinks zal door de kiezer geveld moeten worden. Deelname aan de vorige coalitie leverde al vast één raadszetel meer op.

Maar toen kon GroenLinks echt smoel tonen. Nu zal de mogelijkheid daartoe veel geringer zijn. Of de nood bij de rest van het kwintet moet zo hoog zijn gestegen dat ze zich al bij voorbaat neerleggen bij de hegemonie van de nieuwe partner. Zou dat de inwoners van Leidschendam-Voorburg echt helpen? ‘Nee’ moet het antwoord luiden.

Dus rest de vraag waarom dit alles. Met als antwoord dat het aan de macht zijn voor politici kennelijk nog altijd het hoogste goed is. Waarbij in dit geval ook nog een ander ‘vuiltje’ wordt weggewerkt: VVD’er Arnold Brans kan dwars blijven liggen. Zijn stem is niet meer doorslaggevend voor het voortbestaan van de coalitie. Noch bij de uitvoering van het beleid.