Nieuws
Peter van der Ploeg leest: Het gedroomde onderduikhuis

In het dagelijks leven is Peter van der Ploeg directeur van Huygens’ Hofwijck. In zijn vrije tijd is Peter een verwoed lezer en boeken blogger. Iedere zondag vertelt hij op Vlietnieuws over een boek dat hij heeft gelezen. Deze keer is dat het gedroomde onderduikhuis

Wat doe je wanneer je een huis koopt en ontdekt dat het een tot dan toe verborgen geschiedenis heeft? Een mogelijk gruwelijk verleden? Het overkomt de journalist Roxane van Iperen en haar echtgenoot. In 2012 worden ze de eigenaar van een mooi huis in het buitengebied van Naarden. ’t Hooge Nest, zoals het kloeke landhuis heet, is in 1921 gebouwd in opdracht van Dirk Witte, indertijd een succesvol liedjesschrijver voor onder andere Jean-Louis Pisuisse. Het bekende nummer ‘Mensch, durf te leeven’ is van zijn hand. Wanneer Van Iperen en haar man het interieur van hun nieuwe woning beginnen te strippen, ontdekken ze achter lambriseringen en onder vloeren geheime bergruimten. Met daarin veelal stompjes kaars, verzetskranten uit de Tweede Wereldoorlog en bladmuziek. De gedachte aan onderduikers dringt zich direct op, en van Iperen start een onderzoek. Beginnend in de directe omgeving waaiert dat langzamerhand uit naar de nationale archieven. Zes jaar later heeft ze het verhaal compleet. Dit boek is het resultaat.

Haar verhaal begint bij de Amsterdamse familie Brilleslijper. Die heeft in de jaren twintig en dertig een groothandel in de Jodenbuurt. Vader Joseph en moeder Fietje runnen de zaak, terwijl hun dochters Janny en Lien hun eigen leven leiden. Janny is getrouwd met ene Bob Brandes, een ambtenaar. Lien heeft een dansopleiding gevolgd, treedt op en heeft een relatie met Eberhard Rebling, een Duitse musicus. Halverwege de jaren dertig realiseren zij zich langzaamaan dat de politieke ontwikkelingen in Duitsland ook voor hen op termijn een gevaar kunnen opleveren. In hun vriendenkring hebben ze genoeg jonge mannen en vrouwen, Duitsers, die vanwege de politieke situatie naar Nederland zijn gekomen. Maar wat doe je er verder aan, als doorsnee burger?

De Duitse inval op 10 mei 1940 verandert alles. Tot Lien dringen de gevolgen nog niet direct door, maar Janny gaat meteen in het verzet. Zij wordt koerier, reist met vervalste persoonsbewijzen van hot naar her. Ze verstopt ze onder het matrasje van de kinderwagen van haar jongste dochtertje. Als jonge moeder is ze minder verdacht, denkt ze. Maar ze neemt wel een groot risico. Ze is Joodse, maar heeft geen “J” in haar persoonsbewijs laten stempelen, zoals dat door de Duitsers verplicht is gesteld.

Naarmate de tijd vordert nemen Janny en Lien onderduikers op. Samen met die mensen duiken ze in 1942 ook zelf onder, in een zomerhuisje in Bergen. Maar ook daar moeten ze weg wanneer de Duitsers de kuststrook ontruimen voor de aanleg van de Atlantikwal. Via ondergrondse contacten vinden ze begin 1943 een landhuis bij Naarden, ’t Hooge Nest. Ze huren het van twee chique Amsterdamse dames op leeftijd, tot het einde van de oorlog.

’t Hooge Nest blijkt een ideaal onderduikadres. Het ligt in een bos, is alleen bereikbaar via een doodlopend zandpad. De Zuiderzee, met een aardig strandje, ligt op loopafstand. Er is dus gelegenheid tot ontspanning, wat vooral voor de kinderen en de jongere onderduikers een groot voordeel is. Van Iperen beschrijft levendig en in detail het leven van de soms tientallen bewoners, hun dagindeling, de veiligheidsbuffers die ze inbouwen en de kleine en grote momenten waarop het bijna misgaat. Dat ultieme moment komt in juli 1944, wanneer ze door een Sonderkommando van Jodenjagers worden ontdekt. Ze zijn verraden. Alleen Bob en Eberhard, de echtgenoten van Janny en Lien, weten samen met hun kinderen aan de Duitsers te ontkomen. Maar de vrouwen zullen dat heel lang niet weten.

Wat dan volgt is een nachtmerrie: gevangenis, verhoren, deportatie naar kamp Westerbork en vandaar door naar Auschwitz. De groep wordt bij aankomst daar direct al gesplitst. Janny en Lien zien hun ouders een andere kant op lopen.

Omdat Janny en Lien de kampen – na Auschwitz volgt Bergen-Belsen – overleven, zij het ternauwernood, en zij later in hun leven hun verhalen doorgeven aan hun kinderen én ze opschrijven, beschikt Van Iperen over gedetailleerde informatie uit de eerste hand. Het is indrukwekkend hoe zij die gebruikt. Haar relaas is indringend en dramatisch, zonder enig moment van effectbejag. Bijzonder is de ontmoeting van Janny en Lien, in Auschwitz, met Anne Frank en haar zus Margot. De beide meisjes zijn dan al van hun vader gescheiden, hun moeder zal daar achterblijven en sterven wanneer Anne en Margot op transport gaan naar Bergen-Belsen, samen met Janny en Lien. Deze zien de kinderen daar in februari 1945 voor hun ogen sterven.

Roxane van Iperen schreef met ’t Hooge Nest een indrukwekkend verslag van een fase in de  geschiedenis van haar huis. En daarmee een aangrijpende geschiedenis van zomaar een Joodse familie in de oorlog. Hoe gewone mensen door de omstandigheden vertrapt worden. Maar ook hoe gewone mensen besluiten om in verzet te komen. Een boek dat me lang zal bijblijven.

Roxane van Iperen / ’t Hooge Nest / 382 blz / Lebowski Publishers, 2019