Nieuws
400 Jaar Molen de Vlieger (4) Waterlopen

Dit jaar is het 400 jaar geleden, dat molen De Vlieger in Voorburg werd gebouwd. Dat zal in mei worden gevierd met onder andere de uitgave door de Historische Vereniging Voorburg van een boek over de geschiedenis van deze molen. Vooruitlopend op de jubileumviering vertelt molengids Wim van Horssen in de komende weken in Vlietnieuws het een en ander over molen De Vlieger.

In de vorige aflevering in deze serie kon u lezen hoe in 1621, dus precies vierhonderd jaar geleden, midden in onze Binkhorstpolder een molen werd gebouwd, de Binnenmolen, die later De Vlieger werd genoemd. Deze molen werd door middel van een 250 m lange molensloot verbonden met de Broeksloot, die het water ruim twee kilometer verderop loosde in de Haagse of Trekvliet. Het polderwater werd aangevoerd door een aantal sloten en via de achterwaterloop naar het waterrad in de molen geleid. Wanneer dit rad volop draait, kan het in één minuut zo’n 40.000 liter water naar de één meter hogere molensloot transporteren.

Op papier zag dit afwateringssysteem er goed uit, maar in de praktijk liep het allemaal niet zo soepel. Een probleem was, dat er allerlei belemmeringen in de waterwegen waren. De Broeksloot was op veel plaatsen versmald door de bruggenhoofden van de bruggetjes over dit water naar de boerderijen aan de zuidzijde. Ook was de sloot op sommige plaatsen erg ondiep. Daardoor stroomde het water dat de molen had opgemalen, niet gemakkelijk weg.

Maar ook aan de toevoerzijde waren tal van belemmeringen. De sloten waren daar te ondiep en eveneens vaak versmald door bruggetjes. Bovendien werden de slootkanten slecht onderhouden, waardoor delen van de sloten waren overgroeid. Een bijkomende probleem was nog dat het water uit de Broeksloot bij sterke westenwind bij de monding in de Haagse Vliet soms werd teruggeblazen. Een overvolle Broeksloot betekende niet alleen dat de molen het water niet goed kon uitslaan, waardoor de polder drassig bleef, maar ook dat de kades konden gaan lekken.

Daarom kwam het Hoogheemraadschap Delfland, dat – nu nog steeds – verantwoordelijk is voor de waterhuishouding in dit gebied, halverwege de 17e eeuw met een verordening met regels waaraan de waterwegen moesten voldoen om het polderwater behoorlijk af te kunnen voeren. Het gevolg daarvan was onder andere, dat de Broeksloot werd verbreed en verdiept.

In de daarop volgende jaren bleef het polderbestuur de toestand van de molen en de waterlopen nauwlettend in de gaten houden door middel van zogenaamde schouwen. In Voorburg werd in mei een schouw gehouden. Zaken die niet in orde waren, moesten daarna worden hersteld. De uitvoering ervan werd in een naschouw gecontroleerd. Tijdens een tweede schouw in het najaar werd gecheckt of alles voor de winter in orde was. Ook dan volgde een naschouw. Er stonden hoge boetes op het niet of niet tijdig uitvoeren van de vereiste maatregelen.

De schouw werd in Voorburg uitgevoerd door de schout, de ambachtsbewaarder, de molenmeester en vertegenwoordigers van de eigenaren van land in de polder. De molenaar had bij de schouw een dienende taak. Behalve dat hij de vaarten moest peilen met een plomp, moest hij bijvoorbeeld ook de plank dragen die soms nodig was om sloten te passeren.

Omdat het drijven van de schouw het gezelschap hongerig maakte, werd de dag doorgaans afgesloten met een maaltijd in een herberg, misschien wel in De Swaen in de Herenstraat.

Ook al wordt onze polder niet meer bemalen door een windmolen, maar door een gemaal (waarover later meer), toch moeten de waterlopen in het gebied nog steeds regelmatig worden gecontroleerd op diepte en begroeiing om het overtollige water ongehinderd te kunnen afvoeren.

Maar niet alleen het polderwater moet niet worden belemmerd, ook de wind moet vrij spel hebben, wil de molen goed kunnen functioneren, zoals zal blijken in de volgende aflevering van deze serie over molen De Vlieger.

Afbeeldingen : Draaiend waterrad van molen De Vlieger (Foto Aart Struijk); Aankondiging van een schouw.