Nieuws
B&W reageren op kritiek bundeling Avalex/HVC

Wethouder Astrid van Eekelen, zelf bestuurslid bij afvalbedrijf Avalex, heeft zich tot de gemeenteraad gewend naar aanleiding van de kritiek die de afvalbedrijven EEW en AVR hebben geuit op de gedachte samenwerking van Avalex met afvalverwerker HVC. EEW en AVR hebben laten weten dat de deal met HVC de inwoners van de Avalex-gemeenten, waaronder Leidschendam-Voorburg, geld gaat kosten. HVC zou voor de afvalverwerking een te hoog tarief rekenen.

Van Eekelen heeft de gemeenteraad een brief gezonden van Henry Potman, senior adviseur bij KplusV, het bureau dat voor Avalex onderzoek deed naar de samenwerking met HVC. Potman schreef de brief op verzoek van de directie van Avalex, naar aanleiding van de kritiek van EEW en AVR.

In de brief neemt Potman afstand van de door EEW en AVR genoemde tarieven in de markt. Die zijn volgens hen 65 tot 70 euro per ton; HVC rekent 89 euro per ton. Potman beroept zich op een vertrouwelijke marktverkenning uit september 2020. Op grond daarvan stelt hij dat EEW alleen naar tarieven voor restafval heeft gekeken. Eénmalig is er wel een lager tarief geboden. Dat was door AVR aan de gemeente Den Haag.

In reactie op door AVR genoemde tarieven stelt Potman dat die sinds 2019 boven de 80 euro per ton liggen. De tarieven lagen zo’n tien jaar geleden op 100 euro per ton maar daalden daarna door de financieel-economische crisis ongeveer met 50 procent. Zo’n vijf jaar terug begonnen ze weer te stijgen.

Dat de burgers het slachtoffer worden bestrijdt Potman. Volgens hem wordt de hoogte van een afvalstoffenheffing niet alleen bepaald door verwerkingskosten maar ook door zaken als afvalstromen, inzamelkosten en andere afvalgerelateerde kosten. Bovendien hebben de gemeenten door het afvalbeleid de mogelijkheid de hoogte te beïnvloeden. Potman meldt overigens te verwachten dat verwerkingskosten gaan stijgen door hogere kosten voor verbranding van afval.

De senior adviseur van KplusV stelt verder dat de door EEW en AVR gewenste aanbesteding (contract met een marktpartij) niet parallel kan lopen met inbesteding zoals in het geval HVC waarbij de Avalex-gemeenten mede-eigenaar en opdrachtgever worden. Een aanbesteding kan nog wel starten maar dan moet het traject met HVC eerst gestopt worden.

Indien er na de aanbesteding eventueel toch weer naar HVC teruggekeerd wordt (bijvoorbeeld omdat die mislukt is), zal die deal niet meer voor 1 januari 2022 rond kunnen komen. Op die datum moet Avalex een nieuwe verwerker hebben want het contract dat men nu met Twence heeft loopt dan af.

Overigens stelt Potman ook dat de Avalex-gemeenten nadrukkelijk voor inbesteding bij HVC hebben gekozen, en dus niet voor aanbesteding ook al zijn daarvoor wél voorbereidingen getroffen.